bazbo – de wereld van Bas Langereis

Bas Langereis leest u voor!

22-02-2020

B-log: 22 t/m 28 februari 2020

Filed under: B-log 2020 — bazbo @ 08:13



Zaterdag 22 februari:
Half acht op. Koffie. Eerst door regen naar de markt, vervolgens naar de bioslager en biowinkel. Regen is inmiddels gestopt; stevige wind is gebleven. Dan koffie met De Vrouw. Zwager staat op de stoep met de jongste Neef. Even bijkletsen, dan gaan ze weer. Ik stap op de fiets en rijd naar twee supermarkten. De Zoon is er om kwart over een voor lunch. Hij vertelt dat zijn verwarmingsketel al twee dagen niet werkt en dus in de kou en zonder warm water zit. O. We vragen wat door (uiteindelijk: staat er een noodnummer op de ketel?) en het enige advies is dat hij dat noodnummer belt. Afwas. Ik lees de krant en op tijd ga ik avondeten maken: schorseneren koken, een blauwekaassaus, een salade van bladsla, peer en gebakken paneer, met biefstukken. Aardbeien vormen het nagerecht. Opnieuw afwas. De Zoon laat weten dat de monteur langs is geweest en alles weer werkt. Kijk. We lopen naar het filmhuis en zien daar de korte animatiefilm Mind My Mind, die een verhelderende blik werpt op de wereld in het brein van iemand met autisme. In het café drinken we iets en dan ben ik te moe om nog veel activiteiten te ondernemen, dus gaan we naar huis. Daar lees ik, werk ik de webstek bij en luister ik nog iets. Kwart over tien ga ik toch echt slapen.
Muziek vandaag: Flash Of The Spirit (Jon Hassell & Farafina), Fortuna (Amsterdam Klezmer Band), Belighted (iamthemorning), Joe’s Domage (Frank Zappa), een stukje van het plaatje dat met de PROG mee kwam

• • •
 

20-02-2020

Fijne dag!

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2020 — bazbo @ 01:00

‘Fijne dag!’ Haar stem is luid, maar opgewekt. Ze heeft er plezier in vandaag. Dat heeft deze buschauffeuse trouwens altijd, als ik haar zo hoor. Drie dagen in de week rijd ik met deze stadsbus van het station naar mijn werkplek. Altijd op hetzelfde tijdstip vroeg op de ochtend heen en op hetzelfde tijdstip laat in de middag ook weer terug naar het station. In de meeste gevallen zit zij niet achter het stuur, maar iemand anders. Vaak is dat een weinig spraakzame man of vrouw, een enkele keer iemand die wat vriendelijker groet bij het in- of uitstappen. Deze chauffeuse tref ik zelden, maar toevallig wel vandaag. 

Ze zingt nog net niet, maar vrolijk is ze immer. En hartelijk. Ik voel me welkom als ik met haar mag meereizen. Lijkt dat zo of klinkt zelfs het piepje van het incheckapparaat vriendelijker? ‘Goedemorgen!’ klinkt ze door de bus.
De rit is in afstand niet lang, maar duurt wel lang. Dat komt doordat na iedere halte iemand op het knopje drukt en we bij de volgende halte opnieuw stoppen. De deuren gaan open en wie er ook uitstapt: van achter het stuur roept ze vol enthousiasme, in de spiegel kijkend of het bij het verlaten van de bus allemaal goed gaat: ‘Fijne dag!’

‘Fijne dag.’ Ik word er een beetje gek van. Iedereen wenst mij overal een fijne dag toe, waar ik ook kom of waar ik ook ga.
‘Heeft u een vuurtje voor mij?’
‘Nee, sorry. Ik rook niet.’
‘O. Jammer. Nou, fijne dag.’
Waarom verontschuldig ik me eigenlijk dat ik niet rook?

‘Ober, mag ik afrekenen, asjeblieft?’
‘Jazeker. Twee koffie. Dat is vijf euro.’
‘Kijkt u eens.’
‘Ik dank u vriendelijk. Fijne dag nog!’
Het is al acht uur in de avond. Over twee uur lig in bed, vent.

‘Goedemorgen, u spreekt met Bas Langereis. Ik bel voor het maken van een controleafspraak bij de tandarts.’
‘Dat kan. Schikt het vandaag over twee weken om acht uur?’
‘Ja, dat komt mij goed uit.’
‘Prima. Zien we u dan.’
‘Bedankt voor uw moeite.’
‘Fijne dag.’ (Klik. Tuuut tuuut tuuut.)

‘Dat is dan driehonderd euro.’
‘Kan ik pinnen?’
‘Nee, helaas. Dat heb ik u bij de afspraken vooraf ook verteld.’
‘O. Sorry. Hier, kijkt u eens.’
‘Alles verder naar wens geweest?’
‘Nou, volgende keer graag weer op z’n hondjes.’
‘Fijne dag!’

Is ‘Fijne dag!’ het nieuwe ‘Doeidoei!’? Wat is er mis met ‘Tot kijk’, ‘Ajuus’, ‘Hoi’, ‘Salukes’, ‘Tjo’ of ‘De ballen’? En bovenal: waarom praat iedereen elkaar na? Zo fijn vind ik dat niet.
Zei iedereen het nou maar vol overgave, dan leek het nog eerlijk en oprecht. Nu klinkt het vaak gemaakt, zo niet uitermate ongeïnteresseerd. Dat – op zich leuke – meiske achter de kassa dat mijn boodschapjes van zich af schuift en zich alvast richt tot de volgende klant, mompelt mij zonder me aan te kijken nog even na: ‘Fijne dag.’
Ze meent er geen fuck van.

Net als die gast bij ons in de Hoofdstraat van ons zo majestueuze Apeldoorn. Ik zie hem van verre, want hij heeft een veel te fel oranje jas aan.
‘Dag meneer, hoe leuk is het als u iets wint?’ vraagt hij op een toon die net zo schreeuwend is als die fel oranje jas. Vaak gooit hij me de grote dobbelsteen van de staatsloterij al toe.
Ik doe een ontwijkend stapje opzij, zodat de dobbelsteen op straat stuitert en in een grote plas regenwater blijft liggen. Nu wil het geval dat ik hier in het centrum woon en om mijn weg te vinden naar een winkel of anderszins deze Hoofdstraat nogal eens door moet. Als niet de ene bedelaar mij aanspreekt, is het wel de andere draaiorgelman of zeehondjesknuffelaar. Maar dat weet deze gokverslavingsverleider niet.
‘Mag ik u wat vragen?’
Ik ben hem al bijna gepasseerd. ‘Nee, dank je wel,’ zeg ik, mijn pas niet vertragend.
‘Het kost maar heel even tijd.’
‘Nee, dank je wel.’
‘Echt niet?’ vraagt hij in mijn voorbijgaan.
‘Ik meen toch dat ‘Nee, dank je wel’ niet zo heel moeilijk is om te begrijpen.’
‘Maar u weet niet wat u mist.’
‘Daar ben ik blij om. Neem van mij aan: ik koop niets op straat, ik geef niets op straat, ik teken niets op straat, ik ga ook niet geloven op straat. Nee, dank je wel.’
‘O, oké hoor,’ roept hij me na. Alsof ik zijn toestemming nodig had. En ja hoor, daar komt het erachteraan, een luidkeels: ‘Fijne dag!’
Nee, dank je wel. Wat een klótedag. 

Maar nu deze buschauffeuse (leuk scrabblewoord). Van haar kan ik het hebben. Omdat ik uit de uitbundige manier van doen opmaak, dat ze het werkelijk meent. Vier, vijf haltes. Steeds weer klinkt het alsof het uit de grond van haar hart komt. ‘Fijne dag!’ Het maakt dat iedereen die de bus verlaat, zich omdraait en zwaait of iets terugroept. De wereld is nog niet helemaal verrot.
Na nog een stuk of wat haltes ben ik aan de beurt. Ik druk op het knopje. Er klinkt een piepje en ik sta op. Ik houd me in evenwicht en beweeg me naar de achteruitgang. De bus stopt en de deuren gaan open.
Ik wil uitstappen, maar draai mijn hoofd nog een keer naar links. In de spiegel boven de voorruit zie ik haar opgewekte lach. Daar komt-ie, weet ik. En inderdaad, haar stem galmt door de bus. ‘Tot ziens!’


Apeldoorn, december 2019

Hier lees je ‘m op FOK!.

bazbo tijdens de première van dit stuk, zondag 9 februari 2020 in theaterzaal Walvis in Gigant, Apeldoorn. (Foto: Ernst van Rossum)
• • •
 

15-02-2020

B-log: 15 t/m 21 februari 2020

Filed under: B-log 2020 — bazbo @ 17:04



Vrijdag 21 februari:
Half zeven op. Drie kwartier later loop ik mijn ronde hard. Het is fris. Lopen gaat niet heel soepel. Ik merk dat ik moe ben. Toch loop ik door en red ik het. Koffie met De Vrouw. De Vrouw gaat naar de huisarts (beetje vreemde blauwe vinger plots, gisterenavond). Ik rond wat werkzaken en telefoon af. Dan luisteren en lezen. Meer koffie met De Vrouw. Kleine lunch. We hebben de trein van kwart voor twee naar Deventer. Bij het hoofdgebouw van de werkgever van De Vrouw spreken we de bedrijfsarts. Die adviseert dat De Vrouw haar werkzaamheden weer gaat hervatten onder dezelfde voorwaarden als ze hiervoor haar dagen en werkzaamheden had gepland. Dat is mogelijk niet wat haar leidinggevende graag ziet, maar daarover zullen we dan verder in gesprek moeten gaan. Vier uur zijn we weer terug in Apeldoorn. Ik loop door om het groentepakket op te halen. Thuis maak ik avondeten: een goed gevulde groentesoep van ui, champignon, spek, wortel, prei, groene kool, linzen en rookworst. Afwasje. Vervolgens gaan we op bezoek bij onze buren. We praten bij en het is een hoogst aangename avond. Half twaalf lig ik in bed.
Muziek vandaag: Country Airs (Rick Wakeman), Sleepwalking (Mariana Semkina), From This Place (Pat Metheny), Olias Of Sunhillow (Jon Anderson), La Candida Viva (Totó la Momposina y sus Tambores)



Donderdag 20 februari:
Slapen gaat redelijk. Op de werkplek ligt van alles om te doen en dat doe ik. Tussen de middag wandel ik door bos. In de middag ook van alles om te doen. Op de terugweg ren ik de muziekwinkel in. Er zijn twee bestellingen binnen: From This Place (Pat Metheny) en de bluray At The Royal Albert Hall (Camel). Half zes thuis. De Vrouw serveert een schotel van runderreepjes en veel groente, met een salade van komkommer, bosui, tomaat. We tafelen lang na. Afwasje. Dan webstek en lees en luister ik.
Muziek vandaag: From This Place (Pat Metheny), Sleepwalking (Mariana Semkina)



Woensdag 19 februari:
Half zeven op. Drie kwartier later loop ik mijn ronde hard. Hm, ik heb een keer overgeslagen en dat merk ik gelijk. Toch gaat het redelijk. Op tijd op de ochtend wandel ik naar een supermarkt en de biowinkel voor wat boodschappen. Koffie en nog meer koffie met De Vrouw. We lunchen op tijd. De Vrouw gaat vanmiddag naar de bioscoop. Ik werk de webstek bij en ga om half drie naar de bushalte. Half vier ben ik het filmhuis in Arnhem. Met collega’s uit de hele organisatie zien we de film Hors Normes, een mooie en indrukwekkende rolprent over twee mannen die in een Franse stad een kleine zorgorganisatie voor ernstig autistische mensen en werkloze jongeren runnen en die door buiten de lijntjes te kleuren veel weten te bereiken. Aanrader. Na afloop praten we na en ik ga met twee collega’s nog ergens een hapje eten. Resultaat: pas om kwart voor tien thuis. De Vrouw was ook pas om acht uur thuis. We praten kort bij en ik lig toch nog om tien uur in bed.
Muziek vandaag: The Heritage Suite (Rick Wakeman), Warm Winter (Memories Of Machines), Pacantó (Totó La Momposina), Is That So? (John McLaughlin with Shankar Mahadevan & Zakir Hussain)



Dinsdag 18 februari:
Om kwart over tien lig ik weer in bed. In de avond heb ik dan de webstek bijgewerkt, gelezen en geluisterd. Op het laatste nippertje ging de jaarvergadering van de Vereniging van Eigenaren van ons appartementencomplex niet door. De afwas was snel gedaan. De Vrouw serveerde een hutspot van ui, aardappel, wortel en capucijner, met een gehaktbalachtig iets. De Zoon was er iets na half zes. Zelf was ik een kwartier eerder thuis. Ik kon met een collega mee terugrijden tot Beekbergen en daar een vroegere bus pakken. Het was een volle middag op het werk. Tussen de middag wandelde ik door het bos. In de ochtend was er ook al van alles. Tegenwoordig is het licht als ik op de werkplek aankom. Redelijk geslapen, dat wel.
Muziek vandaag: Skylarking (XTC), het vierde plaatje (Shamal) uit de doos Love From The Planet Gong (Gong), Is That So? (John McLaughlin with Shankar Mahadevan & Zakir Hussain)



Maandag 17 februari:
Redelijk geslapen, al ben ik een paar keer wakker. Op de werkplek in alle rust flink aan de bak. Tussen de middag wandel ik door bos en veld. In de middag zelf weer veel te doen. Half zes thuis. De Vrouw heeft het eten al klaar: een ovenschotel van gebakken groenten en ei, plus een salade van bosui, komkommer, kerstomaat en kikkererwt. Zeer smakelijk. Afwasje en afval. Vroeg klaar. Dan webstek, lezen en luisteren. Ruim voor tien uur weer slapen.
Muziek vandaag: Is That So? (John McLaughlin with Shankar Mahadevan & Zakir Hussain), The Ludwigsburg Concert (Lyle Mays Quartet), 5 Klavierstücke (Irmin Schmidt)



Zondag 16 februari:
Half acht wakker en op. Koffie. Meer koffie met De Vrouw. Elf uur lopen we de deur uit naar het station. In Deventer stappen we uit en lopen we naar de boekhandel. Met de kunstenaars van Kunst-Zinnig-Brein houden we een korte ‘finissage’ van de mini-expositie. Er is veel belangstelling. De eigenaar van de boekhandel spreekt en ook de contactpersoon van het Science Café en KOP-festival in Deventer. Na afloop trekken we alle schilderijen van de muur. Vervolgens gaan we met Ank, Bob, Annette en Paul in een nabijgelegen gelegenheid lunchen. Kwart voor vier zijn we weer thuis. Ik bewerk foto’s en de webstek van Kunst-Zinnig-Brein. Dan maak ik avondeten. Niet moeilijk: een salade van bosui, paarse wortel, komkommer, kerstomaat en appel, plus ik bak aardappelen en lamsshoarma. Yoghurtbosbestoetje. Afwas. Inmiddels regent het buiten stort en sla ik mijn ronde hardlopen over. Webstek. Lezen (de PROG uit) en luisteren. Tien uur is het weekend voorbij.
Muziek vandaag: het derde plaatje uit de doos The Virgin Years 1974-1978 (Tangerine Dream), Ocean Sounds (iamthemorning), Fortuna (Amsterdam Klezmer Band), het derde plaatje (You) uit de doos Love From The Planet Gong (Gong), Clock Unwound (Gentle Knife), Flash Of The Spirit (Jon Hassell & Farafina)



Zaterdag 15 februari:
Kwart voor zeven op. Drie kwartier later loop ik een ronde hard. Dat gaat goed. Het is niet heel koud en er is wat tegenwind, maar ik merk er niets van. Op de markt koop ik groente en fruit. Dan loop ik naar de bioslager en biowinkel. Erna nog even naar een andere supermarkt. Koffie en notentaart met De Vrouw. De Zoon is er om kwart voor een voor lunch. Ik was af en breng afval weg. Dan lees ik de kranten van gisteren en vandaag. Ook werk ik de webstek bij. Tegen half zes ga ik avondeten maken. Eerst prepareer ik groentetorentjes en die zet ik in de oven. Ik bak bavettesteaks, zet de salade die nog over is op tafel en we kunnen eten. Zeer smakelijk. Nog een yoghurttoetje met frambozen. Dan een afwas. Webstek, lezen en luisteren. Half elf slapen.
Muziek vandaag: Fortuna (Amsterdam Klezmer Band), Joe’s Corsage (Frank Zappa), Breakfast In America (Supertramp), Live at Apollo (Yes featuring Anderson Rabin & Wakeman), het tweede plaatje (Angels Egg) uit de doos Love From The Planet Gong (Gong), Sum Of Erda (Guranfoe), Gentle Knife (Gentle Knife), Listening To Pictures (Jon Hassell)

• • •
 

Amsterdam Klezmer Band – Luxor Live, Arnhem – vrijdag 14 februari 2020

Filed under: Fotogalerij 2020,Muziek - Music - LIVE — bazbo @ 16:55
• • •
 

09-02-2020

Bas, Willem en ik – Theaterzaal Walvis, Gigant, Apeldoorn – zondag 9 februari 2020

Foto: Ernst van Rossum



En hier zijn foto’s gemaakt door Ernst van Rossum:



Setlijst:

Bas: De zeven sloten tegelijk
Reinier: Overpeinzingen I, II en III, Noordoostpolder,
Willem: Deelder, Rivier- en Griftteksten, Braaf,
Bas: Fijne dag!
Reinier: Twee, Willem
Willem: Friese teksten, Boodschappenlijstjes, Kroketgedichten,

Toegiften:
Bas: allerlei zeer kort spul: Raar, Begrip, #kortverhalen, Gedicht bij de verjaardag van mijn vrouw, Luchtje
Reinier: allerlei zeer kort spul
Willem: allerlei zeer kort spul

Foto: Ernst van Rossum
• • •
 

07-02-2020

B-log: 8 t/m 14 februari 2020

Filed under: B-log 2020 — bazbo @ 18:55



Vrijdag 14 februari: Amsterdam Klezmer Band in Luxor, Arnhem
Zeven uur op. Koffie. Drie kwartier later heb ik de werklaptob open. Inloggen lukt thuis ook op de werklaptob niet, merk ik. Dus bel ik de helpdesk van het werk. Om half tien weten we dat het echt niet gaat lukken. Ik besluit naar kantoor te gaan. Eind van de middag zouden we toch al in Arnhem zijn, dus dit is niet eens erg. Elf uur zit ik op de werkplek. Nog geen half uur later belt de helpdesk: probleem opgelost, zeggen ze. G*dver. Nou ja. Nog een half uur later belt iemand anders van de helpdesk die me ook vertelt dat het is opgelost. Ook fijn. Ondertussen zeer aan het werk met van alles. Kwart over vier vind ik het welletjes. Ik tref De Vrouw op het Willemsplein en we zoeken een eettent op de Korenmarkt. Die vinden we. Eerst wat (thee) drinken en later bestellen we kipsaté en citroenrisotto. Zeer smakelijk. Half acht staan we voor zaal Luxor. Al snel is er iemand die ons mee de zaal in neemt en de bestelde kruk (voor De Vrouw) laat zien. We zoeken een mooi plekje ergens op een verhoging, zodat we goed zicht hebben op het podium. Niet lang na acht uur begint het feest. De Amsterdam Klezmer Band zet gelijk een fiks tempo erin. Ha, dit is ouderwets goed. Volgens mij hebben we ze bijna tien jaar niet gezien. Na een paar nummers ga ik naar voren om een paar fotootjes te maken. Trombonist Joop herkent me gelijk en schudt mijn hand. Het is echt een enorm feest van een concert. Veel nieuwe stukken die heerlijk swingen, de niet heel goed gevulde zaal gaat uit de bol en de band heeft er veel plezier in. Na afloop koop ik de nieuwe cd Fortuna en spreek ik Joop. Hij is benieuwd naar hoe het met me gaat en ik naar hem. Heel kort kletsen we bij en ik beloof dat ik binnenkort op een of andere manier contact met hem zoek. We hebben de bus van iets over tien en drie kwartier later zijn we thuis. Heel even zitten en dan ga ik naar bed.
Muziek vandaag: het tweede plaatje uit de doos The Virgin Years 1974-1978 (Tangerine Dream)



Donderdag 13 februari: Onze Vader wordt 86 jaar
Niet goed geslapen. Eenmaal op, toch opgewekt en weinig last. Op de werkplek ligt veel. Veel doe ik. Tussen de middag wandel ik door bos, veld en regen. In de middag doe ik ook veel. Half zes thuis. De Vrouw serveert witlof met ham en kaas uit de oven, een schotel van gele wortel, paprika en spek, plus Duitsche biefstukken. Ernaast staat de spitskool salade van gisteren. De afwas is snel gedaan. Even na zeven gaan we met de bus (want stortbui) naar Onze Vader. Hij is vandaag jarig en ontvangt vanavond wat mensen. Mijn Broer is er met Schoonzus, Zus, twee oude buren. Alleraardigst. Voor tienen gaan we weer terug en om half elf lig ik in bed.
Muziek vandaag: geen.



Woensdag 12 februari:
Half acht pas wakker en op. Koffie. Half tien wandel ik naar de biowinkel. Het is zonnig, maar koud en waaierig. Thuis koffie. Dan loop ik naar een fotograaf in het centrum om wat oude foto’s afgedrukt te krijgen. Thuis meer koffie. Lunch met De Vrouw. Afwasje. Dan weer naar de fotograaf om de afgedrukte foto’s te halen. Webstek. Krant en anders lezen. De nieuwe bovenbuurman heeft op 1 februari de sleutel van het huis gekregen en is zeer aan het verbouwen. Nogal lawaai. Tegen vijf uur maak ik avondeten. Eerst een salade van spitskool, mandarijn en sultanarozijn. Dan een chili van kastanjechampignons, bosui, rode ui, knoflook, bleekselderij, tomaten, canellibonen en mais. Ten slotte bak ik kogelbiefstukken. We eten en praten. Er zijn kleine toetjes yoghurt met perzik en maracuja. Ik was af en ga dan hardlopen. Het hagelt niet meer, het is niet eens heel koud en de wind is gaan liggen. Eigenlijk loop ik heel gemakkelijk. Webstek, lezen (Eco’s uitermate vermakelijke Baudolino uit en beginnen in de PROG) en luisteren. Nog voor tien uur lig ik in bed.
Muziek vandaag: het eerste plaatje uit de set The Virgin Years 1974-1978 (Tangerine Dream), het vijfde plaatje uit de doos Body Of Work 1978-1988 (Godley & Creme), White (White), Otrabanda (Sam Vloemans), Immigrance (Snarky Puppy), Reinvention (Gryphon), Street Dreams (Lyle Mays)



Dinsdag 11 februari:
Onderweg in de bus ontdek ik online dat Lyle Mays gisteren is overleden. Barst. Gisterenavond draaide ik nog een plaat van hem. Raar. Zijn verscheiden raakt me. De laatste jaren was hij niet meer heel erg in beeld, maar zijn klank(tapijt)en en melodielijnen (bij Pat Metheny Group en solo) hebben altijd veel indruk op me gemaakt. Op de werkplek ligt nog van alles en ik haal veel achterstallig werk in. Tussen de middag wandel ik door bos. Ook in de middag fijn aan de slag. Half zes thuis. De Zoon is er een half uur later voor het avondeten. De Vrouw serveert een schotel van gehakt met allerlei groente en een salade van ui, komkommer en kerstomaat. De Zoon heeft weer allerlei te vertellen. Dan afwas. Webstek, lezen en luisteren. Zo hoor ik een vinylplaat van Lyle Mays die ik in maart 1987 kocht. Drieëndertig jaar geleden! De plaat is nog als nieuw en Mays is net zesenzestig geworden. Dan was hij dus op de helft van zijn leven toen ik zijn eerste soloplaat kocht. Wat een bevreemdende gedachten. Nog voor half elf ga ik slapen.
Muziek vandaag: Sum Of Erda (Guranfoe), het tweede plaatje van The Ludwigsburg Concert (Lyle Mays Quartet), Flash Of The Spirit (Jon Hassell & Farafina), Lyle Mays (Lyle Mays)



Maandag 10 februari:
Redelijk geslapen weer. Buiten waait het nog flink en de regen erbij is niet fijn. Toch ben ik op tijd op de werkplek. Daar is het stil; maakt wel dat ik van alles kan doen wat ik op de lijst met plannen heb staan. Tussen de middag wandel ik door veld en bos. In de middag verder met het vele. Half zes thuis. De Vrouw serveert de twee schalen met restant ovenschotels van zaterdag. Die zijn nog heel goed. Tussendoor praten we bij over van alles. Afwas en afval. Dan handel ik mail af, werk ik de webstek bij en lees en luister ik tot het tien uur is.
Muziek vandaag: Flash Of The Spirit (Jon Hassell & Farafina), Sum Of Erda (Guranfoe), het eerste plaatje van The Ludwigsburg Concert (Lyle Mays Quartet)



Zondag 9 februari: Bas, Willem en ik in theaterzaal Walvis, Gigant, Apeldoorn
Kwart voor zeven op. Nog geen drie kwartier later loop ik een ronde hard. Het waait hard en af en toe heb ik fiks wind tegen, maar eigenlijk maakt het geen bal uit. Heel koud is het niet. Thuis weer terug in bed. Half tien opnieuw op. Koffie met De Vrouw. Bijpraten. Meer koffie met De Vrouw. De Zoon is er iets na twaalf uur voor lunch. Dan afwasje. Even over een wandelen De Vrouw en ik naar Gigant. De zaal Walvis is een vestzaktheater en vanmiddag lezen Bas, Willem en ik voor uit eigen werk. Er zit een man of twintig in het zaaltje, het is knus, intiem en mooi. We mogen vullen van kwart over twee tot half vier. Er is zaalversterking, er is licht, er is een piano. Ik lees een lang, een korter en in de toegift een boel ultrakorte verhalen. We horen veel gegrinnik. In het publiek enkele trouwe luisteraars, maar ook nieuwe mensen. Plus Ank en Bob zijn er. Ik ben vooral blij dat de mensen speciaal voor ons naar het theater zijn gekomen (en de toegangsprijs hebben betaald) en meen dat we van een mooi succes mogen spreken. Na afloop drinken we nog iets in het café van Gigant. Dan gaan we weer naar huis. Niet lang. Omkleden, cadeau mee en door de windvlagen en rukwinden naar de vijfde verjaardag van Neef. De Zoon komt daar ook. We eten taart en drinken iets. Dan is het zes uur en rijden we naar een Chinees restaurant op de route. Ik eet lenterolletjes en Chay Cha: paddenstoelen met Chinese groente en bami. Zeer smakelijk. Op de terugweg regent het harder en nogal nat komen we om kwart over acht thuis. Ik werk de webstek bij en luister. Tien uur.
Muziek vandaag: het vierde en vijfde plaatje uit de doos The Virgin Years 1977-1983 (Tangerine Dream), Burnt Weeny Sandwich (Frank Zappa), Terry Riley: Sun Rings (Kronos Quartet)



Zaterdag 8 februari:
Kwart over zeven wakker en op. Koffie. Anderhalf uur later wandel ik naar de markt voor fruit, groente en vis. Erna loop ik naar de bioslager en biowinkel. Koffie met De Vrouw. Ik kook bieten. Meer koffie met De Vrouw. Bijpraten. De Zoon is er om half een voor lunch. Afwas en stofzuig. Dan lopen we het centrum in en bezoeken een paar winkels. Thuis krant lezen. Dan avondeten maken: een ovenschotel van rode biet, rode ui, witlof, peer, walnoot en blauwe kaas, plus ook uit de oven: victoriabaars in tomatensaus. Erbij komt het restant salade van gisteren en het nagerecht bestaat uit verse aardbeien. Afwas weer. Dan webstek, luisteren en lezen. Half elf maar weer.
Muziek vandaag: het tweede (en een stukje van het derde) plaatje uit de set The Virgin Years 1977-1983 (Tangerine Dream), Dizrhythmia Too (Disrhythmia Too), Nexus (Virgil & Steve Howe), de rest van het derde plaatje uit de set The Virgin Years 1977-1983 (Tangerine Dream), Carmelina (Totó la Momposina), het eerste plaatje uit de doos Love From The Planet Gong – The Virgin Years 1973-75 (Gong), Scenes From The Flood (Bryan Beller)

• • •
 

06-02-2020

De angst

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2020 — bazbo @ 01:00

De angst dat hij niet kon slapen, was waarschijnlijk ook de reden dat hij klaarwakker was. Helemaal zeker wist hij het niet. Hij stak de kraag van zijn lange regenjas nog eens extra omhoog. Het was niet eens ver na middernacht en de straten waren leeg. Doelloos zette hij zijn ene voet voor de ander. Er lag rommel naast de prullenbakken. Waren de straatvegers aan het eind van de dag niet geweest? Of kwamen ze morgen vroeg? Zo druk als het hier overdag kon zijn, zo stil was het nu. Toch schreeuwden de winkels hun reclame. Iets in hem zei hem dat er iets op zijn pad zou komen. Was de stem de oorzaak van de onrust in zijn lijf?
Hij sloeg af. Linksaf. Nu kwam hij in een smallere straat, met kleinere winkeltjes. Hier waren ook de cafés. Er klonk gepraat, gelach, geschreeuw en doffe muziek. Er ging een deur open. Een man kwam lallend naar buiten, gevolgd door een wankelende vrouw. Ze had haar jas open, haar benen waren bloot onder haar korte jurkje en haar rode naaldhakken glommen. Ze gilde iets in het oor van de man en veegde haar blonde lokken uit haar gezicht. Met een onvaste beweging greep ze de man bij de arm. Die draaide zich half om, pakte haar om haar middel en zoende haar op de roodgeverfde lippen. Haar hand zocht naar de broek van de man en bleef op gulphoogte hangen. Ronald Haamschaar kneep zijn ogen dicht en

– je moet beter je best doen, jochie – denk niet dat het zo’n vaart niet zal lopen, vergis je niet – ooit zal je de noodzaak begrijpen, maar dan moet je wel d – weet van hebt. tot – , waarschuw ik je. – wil je dit te boven komen, dan zul j – en luistere – je moet beter je best doen, jochie –

draaide zich van het tafereel af, langzaam zijn weg vervolgend. Nog meer cafés, nog meer vertier. Mensen stonden op straat te roken en luid te praten. Er viel een glas op straat. Een handgemeen. Geschreeuw. Allerlei mensen die probeerden de boel te sussen. Verder.
Er stond iemand voor hem. ‘Mag ik wat vragen?’ klonk het.
‘Het mag.’ Kortaf.
‘Dope.’ De figuur had een smal en bleek gezicht, voor zover hij het in het slechte licht kon zien. De kraag van de jas tot onder zijn neus. Daarboven lege ogen. ‘Heb jij dope?’
‘Nee.’
‘Weet je waar ik het kan krijgen?’
‘Nee.’ Niet belangrijk nu, wilde hij erachteraan zeggen, maar hij deed het niet.
‘Weet je iemand die het wel weet?’
‘Je bent een volhouder. Een verslaafde. Je bent niets.’ Het liefst had hij de man tegen de straat geslagen, maar daarmee zou hij in het tumult te veel aandacht trekken. ‘Niets.’ Doorlopen. Daarginds is het pandemonium voorbij.
Hij botste half tegen mensen op. ‘Kijk uit!’ hoorde hij. ‘Asociaal!’ Hij hoorde het, vroeg zich van alles af, maar keek niet op of om. Ook niet toen er iemand aan zijn mouw trok. ‘Mieneer, jai bloem kopen voor vrouw of vriendien?’ Nee. Hij rukte zich los. Verder. De wereld is gek. Hij wist het. De deadline was er niet voor niets. Met een paar passen was hij op de hoek van de straat. Hij volgde de aanwijzingen en liep naar rechts.
In het smalle straatje was het rustiger. Een enkeling liep langs hem heen, verscholen achter dikke sjaal of lage hoed. Er was iets dat hem herinnerde aan, hij wist het niet, kon het zijn dat hij hier eerder was geweest, maar helemaal zeker was hij niet. In zijn hoofd bonkte iets.

– zicht, ik blijf je belagen – n rust, dat verzeker ik je. niet eerder dan dat je de laa – rom, dat hoef je niet te vragen; zo moeilijk kan d – zal je vinden, hoe ver, hoe diep je o – mee. zeg niet d – cherpste karte – armhartigheid, dat is hier noo – mededogen – ondspoken in je benauwdste nachtm – het is zo – het is bijna zo – het is bijna zover –

Hij vertraagde zijn pas. Was het hier? Was het hier geweest? Hier aan zijn linkerhand zat een klein knijpje. Hij keek door het raam naar binnen. Er zaten drie mensen aan de bar, aan de twee tafeltjes niemand. Vooruit.
De bel die aan de deur hing klingelde. Hij liep naar de bar.
‘Wat mag het zijn?’ vroeg de dame. Ze keek hem met een schuin oog aan.
‘Water.’
‘Weet je dat zeker? Niets sterkers?’
‘Water.’
‘Is goed, joh. Wat jij wilt.’ Ze bukte en pakte uit een koelkast een flesje. Vervolgens schonk ze het leeg in een glas en zette dat op de toog.
‘Hoe veel?’ vroeg hij.
‘Doe maar twee euro.’
Hij graaide in de zak van zijn lange regenjas en haalde verschillende muntstukken tevoorschijn. ‘Hoe veel zei je?’
Ze herhaalde het bedrag.
Ronald gaf haar twee munten.
‘Dank je.’ Ze nam het geld aan en gooide het in een bak onder de bar.
‘Nog nieuws uit de buurt?’ vroeg hij.
‘Nieuws?’ Ze klonk wat achterdochtig. ‘Wat voor nieuws?’
‘Geen persoonlijke ongelukken of zo? Ik ken wat mensen hier, vandaar.’
‘Niet dat ik weet,’ zei ze beslist. Ze draaide zich naar een paar zojuist gespoelde glazen en begon die af te drogen.
‘Er is wat aan de hand,’ zei een van de mannen die aan de bar zat. Hij had zich naar hem toe ge bogen. ‘Met sommige meiden uit het wereldje hier, als je begrijpt wat ik bedoel.’ Toen op bijna fluistertoon: ‘En laatst is een stamgast van ons overleden.’
‘O?’
‘Ja. Martijn.’
‘Martijn? Nee, toch!’
‘Je kent hem?’
‘Als we het hebben over dezelfde Martijn, dan wel. Maar ik denk het wel. Hij was toch stamgast, hier?’
‘Ja, maar nu dus niet meer. En als hij nou op een beetje normale manier aan zijn einde was gekomen, dan hadden we er nog wel vrede mee.’
‘O? Wat is er met hem gebeurd, dan?’
‘Van mij heb je het niet,’ zei de man terwijl hij weg keek. ‘Vermoord. Zijn keel doorgesneden toen hij een hoer bezocht.’
‘Hoe .. eh … hoer?’
‘Ja.’ De cafégast wreef langs zijn neus en zei zachtjes: ‘Selina is een lekkere, maar sinds dit voorval is dat veel minder.’
Ronald zette zijn glas op de toog. ‘Ik moet gaan.’ Hij verliet het café en liep verder het straatje in. Een pand of zes verder begon het. Het ene raam na het andere. Bij sommige waren de gordijnen gesloten, achter andere zaten of stonden jonge vrouwen in weinig kleding en verleidelijke poses. Het licht was veelal rood. Hier, nee daar, daar moest het zijn. Hij liep naar het raam toe. Het gordijn was open en de vrouw achter het glas had net haar telefoon gepakt. Haar doffe ogen keken onrustig naar het scherm. Door het licht van het apparaatje zag hij dat ze zwaar was opgemaakt. In haar hals barsten en rimpels. De blonde pruik zat slordig op haar hoofd en het rode kant van haar lingerie deed zijn adem stokken. Doodstijf bleef hij staan. Ze was het.

– loed, bloed, bloed, bloed, bl – het was de afspraak, dus – genade? laat me niet l – de hel – t vuur ontketend – en weg terug, dus zul je – eindelijk korte metten, bevrijdi – st – pijn. duivelse pijn, je zult het weten, dan had je maar moeten gehoorzamen. je had de keuze, je hebt gekozen en nu is het te laat om erop terug te komen. waarom zou je ook? laat het nu maar, geef je o – ie onmetelijke kracht. – d, bloed, bloed, bloed, bloe –

Ze keek op van haar telefoon en zag hem. Zoals verwacht schrok ze. Grote ogen. Haar bleke gezicht trok nog witter weg. Bewegen durfde ze duidelijk niet.
De kou werd heviger, maar het deerde hem niet. Hij hoorde geluid. Achter hem liep iemand langs. Een lichte mist kwam langzaam opzetten. Het duurde nog lang voordat het licht zou worden.
Ronald Haamschaar bleef de vrouw aanstaren. In haar ogen zag hij alleen maar de angst.


Apeldoorn, januari 2020

Hier lees je ‘m op FOK!

• • •
 

02-02-2020

Wat aten zij? – 2020

Filed under: Wat aten zij? — bazbo @ 09:01
• • •