bazbo – de wereld van Bas Langereis

Bas Langereis leest u voor!

29-03-2014

B-log 2014: 29 maart – 4 april

Filed under: B-log 2014 — bazbo @ 08:58

Vrijdag 4 april – dagje Arnhem:
Ik heb een goede nacht en word goed wakker. Het voelt allemaal goed. Er is geen druk op de kop. Ik start de dag met een kwart oxazepam in plaats van een halve. Het is de volgende stap in afbouwen; ik zit nu op drie keer een kwart tablet.
Om half elf lopen De Vrouw en ik de deur uit en om half twaalf staan we in het centrum van Arnhem. We slenteren wat rond, bezoeken wat winkels en bij de opticien halen we de twee nieuwe brillen van De Vrouw. Er is gelegenheid voor koffie en bij een malle Deense winkel kopen we allerlei keukenspul en voor mij een lees- en zonnebril. We lunchen bij een grand café aan de Rijnkade en aansluitend gaan we naar de muziekwinkel. Ik koop Gravitas, de nieuwe Asia, Shelter van Alcest en twee ‘klassiekertjes’: QE2 van Mike Oldfield en Eno’s Another Green World.
Om vier uur zijn we weer thuis. De muziek gaat aan en ik douw een hele kip in de oven. De Vrouw maakt sla erbij.
Tijdens het natafelen gebeurt er iets. Ik probeer De Zoon iets te vertellen hoe het eraan toe zal gaan als we vanavond samen naar het concert van The Steel Breeze en Sil-Marillion in Gigant gaan. Hij reageert nogal fel en ik zeg hem dat ik dat niet netjes vind; zijn reactie daarop is even fel. Ik merk dat het mij aangrijpt; ik sta op en zeg: ‘Ik heb geen zin meer.’ Dan gaat het helemaal mis.
Ik heb een grote huilbui, paniek- en angstaanval. Het stopt niet. Ik moet extra medicijnen nemen. De Vrouw zit tegenover me aan de keukentafel; ze doet haar best maar kan me niet troosten. Ik ben het zo zat, ik voel me zo moedeloos en overbodig.
De muziek blijft uit en ik kan niet verder lezen. De Zoon gaat in z’n eentje naar Gigant en ik ga om half tien uitgeput naar bed.

Donderdag 3 april:
Ik ben veel wakker vannacht. Tussen twee en vier zeker een keer of wat. Om half acht sta ik toch ‘goed’ op. Op de fiets is het zonnig, maar nog wel fris. Wat een dagboek. Ik deel de intiemste zaken: ‘Op de fiets is het zonnig, maar nog wel fris.’ Op de thermometer buiten bij een winkelcentrum is het zeven graden. Dit moet ik geheim houden. Zal ik het wel openbaar op een webstek zetten?
De werkzaamheden van vanmorgen bestaan uit diverse kleine klussen. Ze geven me niet zo veel energie als afgelopen dinsdag, maar toch is het prettig (door)werken. De adviesaanvraag van de Bestuurder aan de Ondernemingsraad van mijn organisatie over mijn functie is verspreid. Ik druk ‘m af om hem later eens op mijn gemak door te nemen. Wat ik al wel zie: mocht ik in geen van de twee trajecten vallen, dan heb ik per 1 juli geen baan meer. Ik verwacht dat ik wel in een van de twee trajecten ga vallen. Laat ons bidden.
Op de terugweg neem ik een route langs onze eerste woning in de wijk Zevenhuizen (negen hoog; een-na-bovenste verdieping, een-na-laatste woning vanaf links).

DSC_0002

Doel van deze heikele tocht is de biologische markt (twee kramen) in het centrum van ons majestueuze Apeldoorn. KAAS! Ik koop een gorgonzola en een rouge weetikveel. De terugweg gaat langs de supermarkt. In de supermarkt denk ik plots dat het heel niet goed met mij gaat. Ik hallucineer, geloof ik.

DSC_0003

Gelukkig mag ik weer naar huis. Daar koffie en zon in de tuin. Ik eet boterhammen met kaas, lees Ik ook van jou uit en begin in Tien vrolijke verhalen van Gerard Reve. Uit de doos met Cage draai ik cd18 en daarna klinkt Klotebussie. Claude Debussy, voor degenen die nog niet weten wat voor dag het eergisteren was.
Als De Vrouw tegen half vijf ook thuis is, raggen we Blitzmash van AKB maar eens door de tuin en begin ik met het voorbereiden van het eten. Een oventaart van shoarma, prei, peper, eieren en kaas. Die oventaart is een succes!

01 140403 hartige taart van prei en shoarma

In de avond lees ik Tien vrolijke verhalen uit en begin ik in Michael Gray’s Mother! The Frank Zappa story. In de keuken hoor ik Genesis Revisited II van Steve Hackett en Hybrid van Eno/Brook.

Woensdag 2 april:
Ik ben om acht uur wakker. Echt goed geslapen heb ik niet, maar ik voel me fit en vrolijk.
De Vrouw is vroeg weg; ik drink koffie, lees de krant, beluister nog wat Etudes Australes (Cage) en bekijk mail.
In de tuin maak ik de schoffelklus af. De temperatuur is er al heel lekker. Had ik al verteld dat onze druivenstruik (die De Zoon een paar jaar geleden kreeg bij zijn afscheid van een stageadres) blaadjes krijgt? Volgens mij staat hij al een seizoen of twee helemaal kaal in de grond; nu verschijnen er knoppen.

06 blaadje aan de druif

De foto is van gisteren. Ik ben het schoffelen snel zat en ben blij dat de klus ook snel klaar is. Wacht, laat ik dat anders formuleren. Ik ben blij dat ik de klus snel klaar vind. Mooi, dan kan ik verder lezen. Haydn klinkt luid vanuit het huis de tuin in. Daarna is Brahms aan de beurt. En Dvorak.
Na een boterham met kaas wandel ik door het Matenpark naar de Eglantier. In een zaak voor huishoudelijke artikelen koop ik een pillensnijder. Een wát? (1 april is geweest.) In een andere koop ik houten lepels om mee te roeren in de pannen. Eentje heet ‘houten lepel met roergat’. Een risottolepel, noemen we dat! Op de weg terug zie ik dat de heemtuin nog gesloten is.

DSC_0001

Weer thuis lees ik The real Frank Zappa book uit en begin ik in Ik ook van jou van Ronald Giphart. Ook start ik met het koken van de bamisoep voor vanavond.
De rest van de Paul Buff-doos gaat eraan. Soep is als vanouds goed.
Na het eten lees ik verder, met Bop till you drop (Ry Cooder), Pat Metheny Group en Ambient 1: Music for Airports van Eno op de achtergrond. Ook maak ik me zorgen om onze versie van Windows: we hebben toch XP? Dan hebben we per 8 april ook een probleem. Morgen wil ik alles uitzoeken, maar De Vrouw heeft vanavond al helder dat we helemaal geen XP hebben en dat onze computer al draait op het voorlopig veilige 7. Mooi! Scheelt spanning en energie.

Dinsdag 1 april:
Ik heb goed geslapen (geen grap) en als ik opsta, voel ik me ook goed (ook geen grap).
Optimistisch als ik ben (wel een grap) trek ik mijn winterjas niet aan. Het blijkt toch wel koud op de fiets. Op het werk draag ik een grote klus over aan een collega. Het gaat zeer vlot en voorspoedig. Om elf uur vertrek ik weer en op de fiets weet ik dat ik er energie van heb gekregen. Ik moet denken aan iets wat Jolande zondagmiddag zei (alweer geen grap). Het hele gesprek heb ik toen niet kunnen volgen, maar het ging over dingen die je doet die energie opleveren en die energie kosten. Vanmorgen heb ik iets gedaan wat me energie heeft gegeven. Natuurlijk kan ik niet alle dingen-die-energie-kosten nooit meer doen; het gaat erom balans te vinden. En de dingen-die-energie-kosten die ik wél kan laten, die moet ik laten.
Op de terugweg doe ik enkele boodschapjes bij een supermarkt. Bij de kassa staat een mevrouw vóór mij. Herken ik haar? Zij herkent mij wel. Ik haar nu ook. Ik heb over haar geschreven (geen grap). Leuke en mooie vrouw, maar waar ken ik haar van? Ik vraag het haar. Nu weet ik het weer. Ik weet haar naam niet (meer). Ik vraag het haar. Nu weet ik het wel. Met nóg meer energie fiets ik naar huis. (Nog steeds geen grap.)
De zon schijnt en ik drink koffie in de tuin. Op de achtergrond klinken de eerste Etudes Australes van Cage. Ik begin met lezen in The Real Frank Zappa book door FZ en Peter Occhiogrosso, de Engelse versie die ik in december 2012 in Manchester mocht ontvangen uit de erfenis van Professor Steve. Qua geluid kies ik voor Mendelssohn en Rossini.
Na een paar boterhammen met Waartlander kaas (uit Zuid-Holland (geen grap)) wandel ik langs het kanaal naar de Turkse winkel voor wat fruit en groente, en terug langs een andere supermarkt voor wat melk en spullen voor het eten van morgen.
In de tuin schoffel ik wat. De groene container zit al bijna vol en wordt pas volgende week donderdag geleegd. Een tijdelijke afvalopslag organiseren, dus. Lang ben ik niet bezig; het is erg warm buiten (geen grap).

07 tijdelijke groencontainer - 1 april 2014

Ik lees verder.
Rond een uur of zes begin ik met het eten. Ik heb drie courgettes en die ga ik vullen met een mengsel van gehakt, ui, peper en tomatenpuree. Hoop kaas eroverheen en in de oven ermee. Daarnaast een salade van komkommer, bladsla, bosui en aardbei. Jippie. (Alweer geen grap.) Dit alles terwijl de hoogst amusante liedjes klinken uit de 5cd-box Paul Buff presents – Highlights from the PAL and Original Sound studio archives. Over energie krijgen gesproken.
Na het eten maak ik voor De Vrouw haar lunch van morgen: de beruchte Marokkaanse linzensalade (echt, geen grap). Dan is er weer gelegenheid om aan de keukentafel verder te lezen. Nog wat Paul Buff erbij, een Nosound album en ambient van Eno/Budd en de avond is kapot.
Een goede dag vandaag! (Geen grap. Serieus.)

Maandag 31 maart:
Ik ben een paar keer wakker: om twee uur, om vier uur en om zeven uur. Tussendoor slaap ik diep. Met moeite dwing ik mijzelf om half negen uit bed. Op het moment dat ik op mijn benen sta, merk ik dat het beter gaat. Er is rust in mijn hoofd; de meeste spanning en angst is weg.
Vanmorgen ben ik alleen. Ik drink koffie, lees de krant, hoor wat pianomuziek, doe wat klusjes in huis en werk de site bij. Voor het eerst sinds vier dagen kan ik muziek om me heen hebben. Het verhaal dat ik vorige week maakte, Het volgende slachtoffer, staat sinds gisterenmorgen ook online op Apeldoorn Direct; er zijn nog geen reacties.
Aan het eind van de ochtend fiets ik naar een supermarkt voor wat boodschapjes. Voor wat anders? Gelukkig kom ik geen bekenden tegen. Zo’n opmerking in de voorgaande zin is natuurlijk voer voor psychologen. Het is zonnig aan het worden en het voelt prettig. Ik ben graag buiten. Weer thuis gaat de deur naar de tuin open. De Vrouw is even thuis. Ze vraagt hoe het gaat en hoe het zo komt dat ik terugval. Ik vertel dat het iets te maken heeft met de dingen die ik altijd leuk vond, die ik nu niet meer leuk vind, en waarvan ik weet dat zij ze wél leuk vindt, met dat ik de hele situatie wel zat en moe ben, en met de angst. Gelukkig kunnen we het er goed over hebben; dat maakt me blij.
Ik eet een boterham en ga de tuin in. Ik schoffel wat in de perken. Tussendoor neem ik rust en begin ik te (her)lezen in De avonden van Gerard Reve.
Aan het eind van de middag maak ik het eten. Het wordt een stamppot van zoete aardappel en twee van de bossen raapstelen die De Zoon vrijdagmiddag had meegenomen. Ernaast een curry van kalkoenfilet met rode ui, knoflook, peper en Marokkaanse kruiden, plus een salade van bosui, augurk, aardbei en tomaat. Goed gelukt, mag ik wel zeggen.
De rest van de avond kan ik aan de keukentafel verder lezen in De avonden. Mijn hoofd doet wel zeer, alsof er een vage waas over alles heen ligt en ik van een afstand de wereld bezie. Willem mailt dat de eerste aanmelding voor Cultuur bij je Buur binnen is: in een wijnwinkel op vrijdagmiddag 16 mei. Men mag drie keer, nee één keer raden waar.
Iets voor elf uur is het boek uit en kan ik naar bed.

Zondag 30 maart:
Ik ben voor zeven uur al wakker. Wacht, dan is het al acht uur, want de zomertijd is vannacht ingegaan. Het was een slechte nacht; ik heb niet veel geslapen. Om negen uur ga ik toch echt uit bed. In mijn kop is het redelijk rustig, wel wat leeg. Erg leeg.
Na koffie en dergelijke (en dergelijke = klokken gelijk zetten) ga ik naar buiten en maak ik mijn rondje langs de Matenpoort en het kanaal. De zon begint te schijnen en het is echt aangenaam.
01 140330 Kanaal op zondagmorgen
Onderweg realiseer ik me dat ik graag veel dingen alleen doe. Ik zou mijn thuis, mijn gezin en enkele mensen om mij heen absoluut nooit willen missen, maar ik moet ook vaak alleen zijn. Zoals nu.
Terug thuis lees ik nog wat (IJsland is uit) en doe ik enkele huishoudelijke klussen. We brunchen en dan gaan De Vrouw en ik op de fiets naar het centrum. In Art café Sam Sam vindt de opening van een expositie plaats. Wij zitten in de tuin en er sluiten enkele goede mensen bij ons aan: Jolande, Reinier, Gea, Peter, Christine, om er enkele te noemen.
Ik merk dat veel langs me heen gaat. De vermoeidheid slaat toe. Ik kan niet alles volgen. Buiten is ook muziek en er gebeurt veel door elkaar. Bij vlagen ben ik angstig. De beklemming is terug. Ik wil, ik moet weg. Nadat we er een paar uurtjes zijn geweest, gaan we ook daadwerkelijk terug naar huis. Ik ben doodop. Er prikt voortdurend iets achter mijn ogen.
We maken de restanten van het eten van vrijdagavond warm en eten het gezamenlijk op. Ik krijg niet veel naar binnen. Na het eten zit ik aan tafel. Ik ben bang. Bang om mijn thuis, mijn gezin te verliezen. Ik heb geen grip op dit moment. Het grijpt me aan. Ik huil. Zeer moedeloos word ik ervan. Ben ik wéér terug bij af? Wat is er fout gegaan?
Om kwart voor negen al moet ik naar bed. Het gaat niet zo goed.

Zaterdag 29 maart:
Ik slaap zeer diep met bizarre dromen, al kan ik me er bij het opstaan weinig tot niets van herinneren. In mijn hoofd lijkt het weer wat rustig. Wel ‘dof’. Ik ben om half negen beneden.
Gebruikelijke klusjes. Ik kan ook even achter de pc en dit schrijven. Dan de krant lezen.
Om half elf fiets ik naar het centrum. Op de markt koop ik cranberry’s en kruiden. Dan rijd ik door naar wijnwinkel Chateau Het Loo.
Bas, Willem en ik gaan volgend weekend op zondagmiddag optreden tijdens de grote jaarlijkse wijnproeverij. We maken wat afspraken met Mirka en drinken koffie in de zon. Het gaat helemaal goedkomen.
DSC_0202
Om twaalf uur vertrek ik. Op de terugweg ga ik een supermarkt in. De drukte doet me geen goed, maar het meest raak ik ondersteboven van het volgende. Ik sta bij de kassa te wachten op mijn beurt. Voor mij is een meneer met een handicap en die heeft wat tijd nodig. Niet erg. Achter mij staat een mevrouw met slechts een pak melk in haar handen; daarachter weer een meneer die helemaal over de band heenbuigt (daarmee over mijn boodschapjes), zo’n beurtbalkje grijpt, die strak tegen mijn boodschapjes aan drukt en mijn hele boel wat verder naar voren schuift. Ik voel me onmiddellijk opgedrongen en opgejaagd. Het gaat niet goed; ik moet weg en snel. Gelukkig ben ik gauw aan de beurt en kan ik afrekenen en naar huis.
Thuis is De Vrouw samen met De Zoon bezig met financieel gedoe. Ik overzie het niet en hun beetje driftige gesprek grijpt me aan. Buiten drink ik koffie. Wat later is er meer rust.
We lunchen en daarna rijd ik met De Zoon in zijn auto naar de supermarkt. We halen wat zakken potgrond. Daarna is er echt even rust; ik zit in de tuin en begin te lezen in IJsland van Ronald Giphart. Drie tuinen verder spelen, schreeuwen en huilen kinderen. Ik schrik ervan.
Rond half vijf wandel ik naar buiten. Voor het gerecht van vanavond heb ik zachte geitenkaas nodig en die heb ik niet in huis. Onderweg naar de winkel kom ik langs een boom; plots begint een vogel, die daarin op een tak zit, te zingen. Ik schrik me een hoedje. Moet er zelf ook wel om lachen.
Iets na vijven zakt de zon achter de huizen van de achterburen en wordt het kil. Ik vlucht naar binnen en start met koken. Blokjes chorizo bakken, gesnipperde ui en geperste knoflook toevoegen, in blokjes gehakte rode paprika erbij, dan een groot afgegoten blik kikkererwten en goed doorwarmen. Ten slotte gehakte postelein en peper en zout erbij, doorroeren en het is alweer klaar. Met groene bladsalade is het erg lekker. Eenvoudig gerecht, maar het werkt goed.
Ik kan nog iets lezen en dan is het acht uur. We stappen op de fiets en rijden naar Zuidbroek om op bezoek te gaan bij kennissen. Het is allemaal wat onwerkelijk, alsof ik er niet ben. Ik voel me vreemd, opgelaten, onrustig, bangig. Tegen half elf merk ik dat ik zeer moe ben. We zijn om half een thuis en ik ga direct slapen. Negentien weken.

• • •
 

Geen reacties »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post.

Leave a comment