bazbo – de wereld van Bas Langereis

Bas Langereis leest u voor!

22-05-2011

SOA:p (1936) (Slot)

Filed under: SOA:p — bazbo @ 20:18

Vorige keer in ‘SOA:p’:

Leopold heeft een rolladetang ingeslikt. Gelukkig komen de hulpdiensten nog net op tijd. Willy drinkt wat veel gin-tonics en moet nogal overgeven. Dat vindt Astrid niet leuk; zeker niet over haar nieuwe nachtjapon. Bo heeft jeuk aan die plasbuis. Barman Ter Ziele heeft het ook niet gemakkelijk. De vishandel van Van der Tong doet goede zaken, maar het vuur staat de eigenaar na aan de schenen. Sjaak doet een regendans die Albert erg dun doet poepen. Anita en Tineke proberen het aloude gebruik van fistfucken eens uit, maar vergissen zich in elkaars anus. En dan is daar nog Tinus. Als dat maar goed gaat!

We zien een regenachtig marktplein. Tegen de uitgebrande viskraam ligt een zee van bloemen. Onder de halfverbrande luifel staan kaarsen die het in de loop van de nacht hebben begeven. De camera gaat over de uitingen van verdriet die de dorpsbewoners er neer hebben gelegd.
“De lucht in het dorp zal nooit meer hetzelfde zijn zonder jullie.”
“Eindelijk goed doorbakken vis in de kraam.”
“Welk een vreselijk leed had voorkomen kunnen worden als je die frituur van je eens had schoongemaakt, luie flikker!”
De krantenjongen die bezig is zijn ronde langs de huizen te doen, stopt even bij de plek van het drama. “Hmm … dit is een mooi bosje voor moeder,” denkt hij hardop. Hij pakt een van de bossen, trekt het kaartje met rouwbetuiging eraf en fietst weg. De camera volgt hem een stukje en zwenkt linksaf naar een van de huizen. Door het raam zien we Sjaak staan. Hij borstelt een laatste pluisje van een smoking af. Dan gaat zijn blik naar een foto op de muur. De foto toont ons een jonge vrouw met blond sprieterig haar en schitterende mascaraogen. Het is Tineke.
“Kuthoer,” fluistert hij tegen de foto. Vervolgens loopt hij naar beneden. De camera volgt hem. Sjaak pakt de telefoon. Routineus draait hij een nummer. “Bo!” Hij lacht. “Ben je wakker? Het is tijd voor jouw grote dag, jongen!” Sjaak luistert en lacht weer. Hij knikt en lacht nog een keer. “Oké.” Sjaak lacht weer. “Oké,” horen we hem weer zeggen. Hij knikt en lacht. Dan knikt hij weer. “Ik zie je over een half uurtje,” zegt Sjaak lachend. “Oké? Oké!” De camera zoomt in op het getekende gezicht van Sjaak. Hij hangt op en zucht diep. Vervolgens verschijnt er een maniakale grijns op zijn mond.

Leopold bekijkt zichzelf in de spiegel.
“Hoe is het toch mogelijk?” mompelt hij. “Dankzij jou heb ik weer iets van mijn oude gratie terug.” Leopold draait zich om en we zien Willy in dezelfde hal.
“Ja, Leopold,” zegt Willy. “De ziekte die jou in de tropen bijna het leven kostte, hakte er wel in. Je was zó afgevallen dat niemand jou herkende toen je weer terug was in het dorp.”
“Maar jij kende me nog wel en nodigde me uit om te komen eten.”
“Je bent nooit meer weggegaan.” Willy glundert met een blik vol liefde. “En je bent ook niet gestopt met eten. Vandaag is een bijzondere dag. Laten we naar buiten gaan. Speciaal voor de bruiloft.”
“Wist je dat ik voor het eerst in anderhalf jaar weer kleren aan heb?” De tattoo van Tinus op zijn onderarm is bedekt met een overhemd. En toch stroopt Leopold de mouw op. “Stom, ik mis hem.”
“Laat die Tinus toch gaan,” zegt Willy.
“Maar hij is wel de vader van mijn kind,” is het antwoord van Leopold.
“Je had cabaretier moeten worden.”
“Ben ik dan net als jij iedere dag zo zat als een gieter?”
“Wat voor gieter? Zo’n groen plastic geval?”
“Ik ben jouw tuintje; jij moet me voeden.” Leopold knipoogt.
“Hou op, je maakt me geil.”
“En jij maakt maar weer wat te eten voor me?”
“Wacht. Ik weet nog een leuke bijzetdame. Met haar erbij wordt het helemaal een dolle boel. Waar had ik haar nummer? Hier is mijn adresboekje. Ze stond bij de ‘A’.” Willy houdt zijn telefoon bij zijn oor en luistert, dan spreekt hij in: “Analita, kom je straks nog even naar de kroeg, lekkertje? Ik wil je op de herenwc even spreken, hihi.” Hij hangt op en kijkt zijn geliefde aan. Leopold trekt een pruillip.
“Ik wil er geen vrouw bij, Wil. En waarom zeg je café? We gaan naar de bruiloft.”
“Och ja, vergeten, maar ze is er toch niet. Kan mij het ook schelen.”
De camera draait naar de tafel waar Willy een behoorlijke slagroomtaart neer heeft gezet. Leopold geeft hem een snelle kus voor hij aanvalt. Hij staat voorovergebogen aan de tafel met zijn handen taart naar binnen te scheppen. Willy loopt naar de achterkant van het vette lijf en ritst zijn broek open. Het beeld wordt, gelukkig, zwart.

We horen een bel en tegelijkertijd zien we een deur. Na enkele seconden gaat de deur open. Het is Tinus. Zijn haren zijn in de war en hij heeft een strikje om dat vreselijk slecht gestrikt is.
“U had een Pizza Placenta besteld?” De stem van achter de helm klinkt jong, bijna vrouwelijk.
“Jazeker.” Tinus grijpt naar zijn portemonnee en telt vijftien euro uit. Dan kijkt hij op. Met een rare blik in zijn ogen geeft hij het geld. De pizzakoerier neemt het vlug aan.
“Dank u. Ik zal even kijken of ik vier euro terug heb. Moment.”
“Je mag ze houden als je even je gezicht laat zien. Je stem komt me bekend voor, jongeman.”
De pizzakoerier twijfelt even. Dan doet hij de helm af. Kennelijk is ook deze fooi hard nodig.
“Ah … Astrid?” vraagt Tinus zich vertwijfeld af.
“Nee, ik heet nu Theo. Of in elk geval gedeeltelijk.”
“Wat bedoel je?”
“Mijn operatie is ongeveer voltooid, maar nog niet helemaal.” Theo (of Astrid, we weten het niet) kijkt erbij alsof hij (of zij) het ook allemaal niet zo had voorspeld.
“Wat … eh … als ik vragen mag, is er wel af?” Tinus voelt een raar gevoel in zijn onderbuik.
“Tot ergens bij mijn middel zijn ze gekomen.”
“En ze zijn beneden begonnen?” vraagt Tinus begerig. “Van onder al Theo en van boven nog Astrid?”
“Zoiets, ja,” zegt de pizzakoerier (dat is makkelijker dan al die namen), “en ik ben nog aan het sparen voor de rest. Dus elke euro is welkom.”
“Ik geef je …” Tinus twijfelt even. “Ik geef je duizend euro per maand als je bij me komt wonen en de rest van de operaties níet uitvoert.” Hij trekt haar aan haar armen naar binnen en geeft haar een wilde kus. De pizza valt tussen ze in op de grond.
“Oh, Tinus,” verzucht Astrid boven en Theo onder, “als ik had geweten dat twaalf mislukte operaties alles waren om je voor me te winnen, dan had ik dat al veel eerder gedaan!”
Ook nu weer wordt het beeld zwart. Al is het wel een mooi stel hoor, die drie bij elkaar.

“Volgens mij ben ik de enige die moet werken vandaag,” mompelt Albert. We staan in café ‘De Kast’. Achter de bar is Albert bezig glazen te poetsen. “De bar is al schoon, en alle glazen ook. Zelfs de noodvoorraad is gepoetst. En door die rotbruiloft komen er zeker geen klanten.” Hij zucht nog eens. Precies op dat moment gaat de deur open. Het is een oude man met een kaal hoofd.
“Goedemorgen,” zegt de man. “Mag ik een kop koffie?”
“Wie bent u nu weer?” vraagt Albert. “U bent nieuw in deze serie. Je zou de draad volkomen kwijtraken.”
“Mijn naam is Bert van Staafhoven,” vertelt de oude man. “Ik woon nog niet zo lang in dit dorp. Het is dat hier een beetje behoorlijk verzorgingshuis staat, waar de tarieven van het eten en de was nog te betalen zijn.”
“Zoals ik al zei: je zou de draad volkomen kwijtraken. Wéér een nieuw personage!”
Gelukkig gaat de deur nogmaals open. Deze keer is het Sjoerd van Preutscheuten. Die kennen we nog uit aflevering één, al is hij in alle afleveringen daarna niet meer ten tonele gevoerd.
“Hallo,” zegt Sjoerd, “eerlijk gezegd had ik niet gedacht dat jullie open zouden zijn. Wat doe jij hier eigenlijk?”
“Ik werk hier tegenwoordig. Bij de uitgeverij ben ik eruit gemieterd.”
“Ach zo. Is Joop er ook?”
“Joop? Wie is dat nu weer? Gek word je ervan. Wie houdt al die figuren nog uit elkander? Is Joop soms de buurman van Luwensa, het meisje dat af en toe past op Robin, het kind dat door Willy en die Leopold is geadopteerd?”
“Beetje gestresst, Albert?” vraagt Sjoerd. “Joop is de baas van dit café. Joop ter Ziele, weet je wel?”
“O, die. Nee, Sjoerd, die is naar de bruiloft.”
“Ah, doe mij een biertje. En neem er zelf ook een.” Sjoerd pakt een biertje aan.
“Heren, een goedemorgen,” zegt de heer Van Staafhoven. Hij verlaat het café.
Sjoerd wacht even tot Albert een biertje voor zichzelf heeft ingeschonken. “Op het gelukkige paar,” zegt hij met een wrange grijns.
“Mee eens. Dat ze elkaar het leven maar zuur mogen maken.”

Op het grote landgoed van Tineke is het duidelijk feest. De camera gaat gezellig over de gasten en tussen de hapjes door. Iedereen is vrolijk en mooi aangekleed. We zien Leopold en Willy samen in gezellig gezelschap staan. Een eindje verderop staan Tinus en Astrid, die voor de verandering een mooie jurk aan heeft waar haar behaarde benen prachtig onder uitkomen. Ook Joop en zijn demente vrouw Pruttie zijn er; hij giet zich vol met champagne, terwijl Pruttie tevreden op een gieter aan het knagen is. Dan draait de camera richting het huis. We zien lange tafels gedekt voor het feestmaal. Er is een behoorlijk forse bar, waar Sjaak een babbeltje maakt met de barkeeper.
“Heb je er nog zo eentje voor me?” Hij wijst op het lege whiskeyglas voor hem.
“Een neutje voor de zenuwen?”
“Ja, je zoon gaat maar één keer trouwen,” zegt Sjaak. “Nota bene met de vrouw waar zijn vader al de hele looptijd van deze stomme serie wanhopig verliefd op is,” fluistert hij er stilletjes achteraan.
“Alsjeblieft.” De barman schuift hem een nieuw drankje toe.
“Heb je mijn pakketje? Mijn cadeau voor straks?” vraagt Sjaak.
“Ja hoor, hier ligt het.” De barman knikt naar een plek die wij niet kunnen zien.

In café ‘De Kast’ is het niet bij dat ene biertje gebleven. Sjoerd hangt over de bar en telt hardop: “Zas, fijv fier, nog even, drie, twee één …”
Albert ramt de tap dicht en haalt zijn mond van de tapkraan.
“Aarghh … !!” Hij hoest en Sjoerd lacht hardop. Dan geeft Albert hem een ferme klap op zijn schouder en lacht ook.
“Gehaald!” De beide mannen zijn behoorlijk dronken en de hand van Albert blijft op de schouder van Sjoerd liggen.
“Ik ben blij dak, dart, dakker,” Albert stottert een beetje, “dat ik vandaag niet de hele dag alleen hier hoef te zijn.”
“Dan bent ik ook,” lalt Sjoerd. Hij legt zijn hand op die van Albert en kijkt hem aan. “Nu ben ik ineens blij dat ik die teringhoer heb omgelegd.”
Albert kijkt doodserieus naar zijn kompaan. Hij probeert zijn hand weg te halen maar Sjoerd pakt hem steviger vast.
“Je wil me toch niet vertellen dat je er spijt van hebt, toch, Albert?”
“Nee,” zegt Albert als hij zijn hand weer terug heeft, “spijt heb ik niet.”
“Mooi, dan nemen we het er vandaag gewoon van. Het hele dorp kijkt op ons neer en viert feest. Dan mogen wij ook feesten!”
“Zo is het!”
“Zeg Albert, wij kunnen ze wel een tikkie helpen?”
“Hoe bedoel je?”
“Jij wenste ze toe dat ze elkaar maar naar hartelust het leven zuur mochten maken. Daar kunnen wij toch wel een beetje bij ondersteunen? Als wij nu ook eens naar die bruiloft gaan? Een portie gratis zuipen gaat er altijd wel in.”
“Goed idee.”

Het feest is in volle gang. We zien een podium in de tuin waar de wereldberoemde Lady KaK-a optreedt. Het dolenthousiaste publiek was eerder al opgewarmd met de nationale helden van Di-arree.ct, en nu gaat het feest echt los. Buiten staan tientallen mensen te dansen. Binnen is het wat rustiger, al komen en gaan de mensen bij de bar. De bar waar Sjaak al de hele avond de ene whiskey na de andere weg staat te tikken. De barman spreekt hem aan.
“De trouwplechtigheid was beeldschoon, hoorde ik van verschillende mensen.”
“Kuthoer,” fluistert Sjaak alleen, terwijl hij zijn glas ophoudt voor een nieuwe borrel.
“Dat je niet al omvalt, man,” zegt de barkeeper tegen Sjaak als hij diens glas vult. “Dit is al je tiende of zo.”
“Kuthoer,” fluistert Sjaak nogmaals. “Kuthoer, kutterdekutterdekuthoer.” Hij zet het volle glas neer en knikt tegen de barman. “Tijd voor mijn hoofdcadeau. En dan snap je meteen waarom ik niet dronken word. De zenuwen gieren door mijn keel voor de show die ik nu ga geven. Eén keer in je leven, één keer, moet alles goed gaan.”
De barman knikt en pakt de zware tas van achter de toog.
“Nou, succes.” Maar Sjaak is al niet meer bezig met de barman. Hij hurkt en ritst de tas open.

Net als Albert en Sjoerd café ‘De Kast’ willen verlaten, vliegt de deur open. Anita komt naar binnen en ziet de twee vreselijk dronken mannen aan de bar staan.
“Eh, hoi,” zegt ze tegen Albert. “Ik ben op zoek naar Willy.”
Albert lacht alleen maar. Hij kan geen stom woord uitbrengen.
“Willy is natuurlijk ook op die bruiloft!” schreeuwt Sjoerd.
“Oh, eh, ja. Prachtig, hè? Dat die twee elkaar gevonden hebben.” Sjoerd en Albert kijken elkaar aan. Dan zegt Albert koel: “Ga zitten, Anita. Neem wat te drinken.” Hij schuift een van de half opgedronken biertjes naar haar toe.
“We waren ons eigen feestje aan het bouwen,” vertelt Sjoerd. “Eigenlijk wilden we naar een feestje, maar dat kan wel even wachten. Je bent welkom.”
Albert loopt naar de deur. Hij sluit af en draait het bordje om naar ‘Gesloten’. Sjoerd ziet het en zet zijn voet tegen de kruk waar Anita op zit. Hij geeft een harde duw. Met een gil valt Anita languit achterover op de vloer van het café. Voor ze iets kan zeggen pakt Albert een andere barkruk en geeft hij haar een harde knal tegen haar hoofd. Sjoerd mist elke coördinatie om te lopen, laat staan een hoer in elkaar te meppen, en gooit glazen bier naar de kermende vrouw op de grond. Bloed spettert door heel het café als Albert nog een keer met de kruk slaat. En nog een keer en nog een keer. Hij blijft slaan en bier en bloed gutsen over de houten vloer.
“Dit zal het nieuws zijn van morgen!” schreeuwt Albert. “Niet die kutklotebruiloft. Jaren lang heb ik gewacht tot nu. Eindelijk kan ik de harmonie in dit godvergeten klotedorp vernietigen! Iedereen zal morgen mijn naam in de krant lezen!”
Sjoerd kijkt glazig naar zijn makker. Langzaam kijkt hij naar de bloederige pulp die ooit Astrid was. “Is ze dood?” vraagt hij met dubbele tong. Zonder op het antwoord te wachten knalt zijn hoofd voorover op de bar.
Albert kijkt het tafereel aan en duwt met een glimlach op zijn gezicht zijn sluitspier open. Het stroomt hem dun door de broek. “Nog nooit was ik zó gelukkig,” zegt hij. Dan schudt hij de slapende Sjoerd wakker. “Kom op! We moeten naar een bruiloft!”

“Wat een geweldig feest!” zegt Tinus tegen Tineke.
“Dank je. Op de mooiste dag van je leven mag je flink uitpakken.” De ogen van Tineke zijn nog altijd even betoverend.
“Het hele dorp is voor je uitgelopen,” komt Joop ter Ziele tussenbeide.
“Mooie jurk,” zegt Theo.
Op de achtergrond zien we Albert en Sjoerd de tuin binnenkomen. Leopold danst de lambada met Willy. Bij de bar pakt Sjaak iets uit zijn tas en staat op. Hij heeft een automatisch geweer, formaatje Rambo, in zijn hand. Terwijl hij het hele magazijn leegt op de feestende meute, blijft hij brullen: “Kuthoer!” Theo krijgt de volle lading; hij schudt en schokt als kogel na kogel zijn borst en hoofd tot pap knalt. Tinus wil de held uithangen en springt ervoor. Door de klap van de inslaande munitie sodemietert hij achterover over de buffettafel. Er zit niet veel verschil tussen de filet américain en de opengeslagen romp van Tinus. Willy ligt met wijdgesperde ogen op zijn rug; tussen zijn ogen zit een gat. Pruttie doet haar naam eer aan. Joop ter Ziele maakt zijn naam ook volledig waar. Luwensa en Robin liggen dood op het springkussen. Van de jurk van de bruid is niet veel meer wit; Tineke baadt in het bloed. Met haar mooie ogen gesloten geeft ze de geest. Verderop ligt Albert, met de poepvlekken nog in zijn broek.
Sjaak blijft schieten. En brullen. “Kuthoeren!” Bo wordt geraakt en zijn bruidegomshersens spetteren over de gillende en wegduikende gasten. Niemand ontkomt aan de moordzucht van Sjaak. De geluidsman en regisseur van deze serie zoeken dekking achter een van de plastic tuintafels. Sjaak wisselt van magazijn en schiet ze beiden dood, dwars door de tafel heen. Hij leegt een heel magazijn op Leopold voordat ook die valt. De cameraman probeert zijn leven te redden en toch de boel netjes in beeld te brengen. Tevergeefs, ook hij wordt geraakt.
De camera is op de zijkant op de grond gevallen. We zien in het beeld dat een slag gedraaid is dat Sjaak zijn jas opent. Om zijn middel heeft hij een riem met handgranaten. Hij trekt aan een touwtje. Even is het stil. Dan zegt hij nog één keer “Kuthoeren!” en klinkt er een klikje, gevolgd door een krachtige ontploffing. Tegelijkertijd wordt het beeld zwart.

(Geen aftiteling)

tuvokki en bazbo

Nijmegen en Apeldoorn, april 2011

• • •
 

Geen reacties »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. | TrackBack URI

Leave a comment