bazbo – de wereld van Bas Langereis

Bas Langereis leest u voor!

07-07-2010

De piemel

Filed under: Publicaties voor FOK! - 2010 — bazbo @ 17:53

De piemel is toch een wonderbaarlijk orgaan. Dat had je niet gedacht, hè? Ik had het ook niet gedacht. Ik denk normaal aan heel andere dingen. De mooie billen van Vrouwlief bijvoorbeeld. Geloof het of niet; het zijn werkelijk zeer mooie billen. Als ze bukt, loopt het water me in de mond en het bloed naar de piemel. De piemel, wat is het toch een wonderbaarlijk orgaan.

De piemel is toch een wonderbaarlijk orgaan. Wat een malle zin. Ik zou er een hoofdstuk van mijn nieuwe boek mee moeten beginnen. Ook een wonderbaarlijk orgaan is het spijsverteringskanaal. Het begint met ‘spijs’ en eindigt op ‘anaal’. Ertussenin staat ‘verteringsk’. Wat is een verteringsk? hoor ik u vragen. Ik zou het niet weten. Toevallig heb ik helemaal geen zin om te googlen op verteringsk, dus u zoekt het maar lekker even zelf uit. Ik wilde het hebben over spijsverteringskanaal, niet over verteringsk. Ik blijf niet aan de gang.
Het spijsverteringskanaal is zoals gezegd een wonderbaarlijk orgaan. Je stopt er van boven allerlei producten in, meestal in de vorm van spijzen (vandaar ‘spijsverteringskanaal’) en drank (maar we noemen het niet ‘drankverteringskanaal’. Moet drank dan niet verteerd? Veel mensen worden verteerd door drank. Of door nicotine. Maar dit maar weer eens geheel terzijde). Die spijzen en drank gaan een lange weg door het kanaal (van Gent naar Terneuzen) en komen onderweg allerlei bezienswaardige onderdelen tegen: de mondholte, de keel, de slokdarm, de maag, de twaalfvingerige darm, de dunne darm, de blinde darm (hier niet afslaan naar het wormvormig aanhangsel! Dat kan je een ontsteking én een ziekenhuisverblijf opleveren), de dikke darm en de endeldarm.

Terzijde:
Wat is een endel? hoor ik u vragen. Ik heb het voor u even gegoogled. Het is helemaal niets. De endel bestaat niet. In geen enkele taal.
Einde van dit terzijde.

Het wonderbaarlijke van het spijsverteringskanaal zit hem niet zozeer in de lange reis en de bezienswaardigheden, maar in de mutatie die de reiziger tijdens de tocht ondergaat. Ik bedoel: je stopt heerlijk geurende en appetijtelijk uitziende gerechten (spijs) in je gezicht en het komt er aan de andere kant (anaal) uit als een hoop stront. Een berg onwelriekende bruine drek.
Zou het spijsverteringskanaal andersomgekeerd (vice versa, bijvoorbeeld) ook werken? Als ik u was, zou ik het niet proberen. Zeker niet met voeding die je aan het begin van de spijsvertering eerst zou moeten kapot kauwen met je tanden en kiezen. De kans is te groot dat je die kokosnoot niet meer uit je hol krijgt. Een kokosnoot kapot kauwen met je tanden en kiezen is overigens ook niet aan te raden. Je zou een poging kunnen wagen met okkernoten, maar zeg niet dat ik het gezegd heb. Ik wil allerlei letselschadeclaims graag vermijden.

Wat is een okkernoot? hoor ik u vragen. Ik heb het even voor u gegoogled. Het is niet een noot van de okker. Tom Okker was een beroemde tennisser in de tijd dat ik wel eens Studio Sport zag. Dat kwam omdat mijn papa vroeger thuis naar Studio Sport keek en dan moest ik meekijken. Zelf had ik geen tv op mijn kamer. Dat mocht ik niet van mijn papa; hij was bang dat ik dan de hele avond naar vieze films ging kijken. Wat hij niet wist, was dat er in die tijd nog helemaal geen vieze films werden uitgezonden. Dat kwam later pas. De opkomst van Veronica, Veronique, RTL en SBS betekende de doodssteek voor fatsoenlijke televisieprogramma’s. Daar waren de tieten van Phil Bloom nog heilig bij. Toen de tieten van Phil Bloom op televisie werden vertoond, was ik godverdomme te klein om zo lang op te mogen blijven.
De okkernoot is gewoon een walnoot. Een okker is echter geen wal. Een okker bestaat niet. Tom Okker wel. (Zou hij nog leven? Wat zou er geworden zijn van deze levende legende? Of als hij dood is, van deze dode legende? Als een legende dood is, is het dan nog wel een legende? Vragen, vragen.) Een okker is geen wal en een wal is geen okker. Zou walvis synoniem zijn aan okkervis? hoor ik u vragen. Ik heb het voor u even gegoogled: een okkervis bestaat niet. (Geen dank. Graag gedaan.) Kun je het woord ‘wal’ overal zomaar vervangen door ‘okker’?
De beste stuurlui staan aan okker. Je eet van twee okkertjes, viespeuk! Een van de betere hedendaagse cabaretiers is Jan Jaap van der Okker. Door de recessie is hij helemaal aan lager okker geraakt. De okkerrus wordt met uitsterven bedreigd. Wat heb jij een okkers onder je ogen. Ik vind jou een ontiegelijke kokker.
Of omgekeerd. Ik ga nieuw servies kopen bij de Blwal. Benno L is een kinderlwal. Als je deze site bezoekt, ben je een Fwal. (Ik moet nu even gaan liggen, geloof ik. De drank stijgt me iets teveel naar het gemoed en de broek.)

(Pauze.)

(Zo, daar ben ik weer.)
Interessant in dit verband – u merkt, het rondstrooien van enig binnenrijm is mij niet vreemd, niet? – is het bestaan van de okkernootviltmijt. Beter bekend als de walnootgalmijt. Is vilt hetzelfde als gal? hoor ik u vragen. Ik denk het niet. Zonder gal schijn je trouwens goed te kunnen leven. Ik wist dat ook niet. Mijn papa vertelde het mij. Niet vroeger thuis, maar enkele maanden geleden aan de telefoon, nadat hij zojuist uit het ziekenhuis was ontslagen. De chirurg had nog nooit zulke grote galstenen gezien! (Bestaan er ook viltstenen? Vragen, vragen.) Behalve de galstenen had hij ook maar gelijk de gehele galblaas verwijderd.
“Kun je leven zonder galblaas?” vroeg ik mijn vader door de telefoon.
“Ze zeggen van wel,” zei hij. “Het schijnt dat de lever de functie van de gal overneemt. Bovendien leef ik nog. Nu ga ik weer verder met de afwas. Tot ziens. Doe de groeten aan Vrouwlief.” Hij hing op.
Ik kreeg niet de gelegenheid om te vragen of het omgekeerde ook het geval is. Dat de gal de functie van de lever zou overnemen. (‘Overleveren’ is hier misschien een leuk woord.) Als dit zo zou zijn, dan ben ik wel geïnteresseerd. Ik bedoel: ik drink nogal. Mijn lever moet ondertussen wel grotendeels naar zijn grootje zijn. Als hij het definitief begeeft, kan de galblaas zijn functie dan overnemen? Een soort werkplekwisseling van de organen, als het ware. (“Ik heb een nieuwe werkplek.” “Ojajoh?” “Ja, eerst werkte ik in de lever, maar nu in de galblaas.” “Kun je daar je ei kwijt?” “Nee, daarvoor moet je naar de eierstokken en de baarmoeder.” “Of je gal spugen? En wat levert het op?”)

Terzijde:
Met mijn vader gaat het overigens nog steeds erg goed. Dank u dat u het vraagt. Hij is nog immer de knappe en intelligente man naar wie ik vroeger thuis zo opkeek. Ik heb het van geen vreemde. Dat knappe en intelligente, bedoel ik, niet dat opkijken naar anderen. Tegenwoordig kijk ik niet meer naar hem op. Ik ben bijna een kop groter gegroeid dan hij. Of hij krimpt, dat kan natuurlijk ook. Hij wast zich te heet, dat zal het zijn.
Einde van dit terzijde.

De okkernootviltmijt of walnootgalmijt (of de okkernootgalmijt of walnootviltmijt of okkergalnootmijt of walviltnootmijt of hoe dat kútbeest ook mag heten – ik wil er verder van af zijn) behoort trouwens tot de familie van de Eriophyidae. Dat had je niet gedacht, hè? Ik had het ook niet gedacht. Ik denk normaal aan heel andere dingen. De mooie billen van Vrouwlief, bijvoorbeeld. Vooral als ze bukt, zijn ze heel mooi. Die Erioviezerd veroorzaakt verhogingen op het blad van de walnoot. Die verhogingen noemen ze ‘gallen’. Je verzint het niet. (Ik heb het dan ook even gegoogled.)

Maar ik had het over de mooie billen van Vrouwlief. Geloof het of niet; het zijn werkelijk zeer mooie billen. Als ze bukt, loopt het water me in de mond en het bloed naar de piemel. De piemel, wat is het toch een wonderbaarlijk orgaan.

Epiloog:
Maar zoals ik al zei, ik had het over de mooie billen van Vrouwlief. Wat er soms van tussenuit komt, is minder fraai.
[Wegens ruimtegebrek is hier het verhaal over mijn diarree van enkele weken geleden verwijderd. Helaas moet u het doen zonder informatie over hoe kunstig ik in mijn broek had gescheten.]
En zo komen we weer terug bij het spijsverteringskanaal en is de cirkel rond. Ik hoop dat ik hiermee een column heb geschreven. Wat ben ik toch een piemel.

Apeldoorn, juli 2010

(Voorgelezen tijdens de FOK!columnistenvoorleesvoorstelling in ‘Ratatouille’, Amsterdam op 26 juni 2010)

• • •
 

Geen reacties »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. | TrackBack URI

Leave a comment