bazbo – de wereld van Bas Langereis

Bas Langereis leest u voor!

28-12-2008

Igor en zijn viool – Een kerstverhaal

Filed under: FOK!publicaties - 2008 — bazbo @ 00:43

Daar liep hij, de kleine Igor. Stap, stap, stap. Lekker snel ging het niet. Al zijn spieren werden koud en stijf. Igor stopte even, vouwde zijn handen en blies erin. Toen ging hij weer een stukje verder.
“Lag er maar sneeuw,” dacht hij. “Dan geven de mensen sneller geld.”
Hier was een goed nieuw plekje. Hij zette zijn krukje onder de luifel van de winkel neer en legde de koffer op straat. Voorzichtig maakte hij hem open en haalde hij zijn instrument eruit. Even keek hij om zich heen. Gelukkig, geen agenten te zien. Hij was nog niet gepakt en weggestuurd, vandaag.
Een mevrouw keek naar hem en hield haar pas in. Met een sierlijke zwaai zette Igor de viool aan zijn kin. Al snel danste de strijkstok over de snaren.

Hij kende maar een paar liedjes. ‘Amarici Amari’, die kon hij wel goed spelen. Papa had het er bijna bij hem ingeslágen. Veel fouten maakte hij nooit. Maar nu lukte het minder. De waterkoude wind sneed door zijn dunne jas. Zijn vingers zagen rood van de kou. En wat waren ze stijf!
De straat werd leger. De meeste winkels gingen sluiten. Het was al bijna helemaal donker. De mevrouw was allang doorgelopen.
“Ik moet nog een paar centen erbij hebben,” dacht Igor. “Want dan kan mama misschien nog iets lekkers kopen voor morgen. Iets dat mama warm kan maken, zodat we toch nog een beetje het gevoel hebben dat het Kerstmis is.”

“Amarici Amari,” zong Igor over zijn spel heen. Terwijl hij de strijkstok heen en weer bewoog en zijn vingers over de snaren liet glijden, keek de jongen naar de vioolkist die opengeklapt voor hem op straat lag. Hij had niet veel geld bij elkaar gesprokkeld vandaag. Een euro, twee muntjes van vijftig cent en wat kleiner spul. Eigenlijk was het de moeite niet waard. Maar alles was beter dan de kerstvakantie in huis zitten. Niet dat hij de kans kreeg om binnen te zitten. Zijn vader had hem de straat op gestuurd, zoals alle vrije dagen. Ondanks de barre koude.
“Hoe krijg ik het wat warmer?” vroeg hij zich al verder spelend af. Op school had de juf het sprookje van het meisje met de zwavelstokjes verteld. Hij kón zijn viool in de fik steken. Dan had hij het even warm. Maar dan was hij zijn viool kwijt. En ook de manier om nog een beetje geld te verdienen.

“Wat een mooi liedje,” zei plots een stem naast hem. Igor hield op met spelen en keek.
Het was een kerstman. Compleet met rode neus en rode wangen.
“Waar gaat het over?” vroeg de kerstman.
“Geen idee,” antwoordde Igor. “Het is een oud Bulgaars lied in de traditionele Roma-taal, geloof ik. Thuis praten papa en mama wel in die taal.”
“Waar kom je vandaan?”
“Uit Roemenië. Daar ben ik geboren, maar ik weet niets meer van hoe het daar was. Toen ik twee jaar oud was, zochten mijn ouders hun heil hier in Nederland. Ze hoopten dat ze het wat beter zouden hebben dan in het arme Roemenië.”
“En is ze dat gelukt?” vroeg de oude dikke man.
Igor haalde zijn schouders op.

“Mama vertelt wel eens over Roemenië, dat het er arm was en oorlog.”
“Ja jongen, het is niet overal feest, zoals hier.”
“Nou, hier is het ook geen feest,” zei Igor bedremmeld.
“Nee? Nou, het zal vast beter zijn dan in je vaderland. Hier is Kerstmis met lichtjes en gezang. En wijn!”
Igor rook de adem van deze kerstman. Bah, hij stonk. Hij kende die geur maar al te goed. “Ik moet trouwens voortmaken,” dacht hij. “Het is bijna sluitingstijd van de winkels. Ik heb nog maar heel eventjes om nog een paar centjes op te halen. Misschien zit er wel een pak chocolademelk in! Die kunnen we morgen opwarmen!”
“Lekkere wijn,” zei de kerstman. “Wat een feest is dit leven toch!”

“Dat valt wel tegen,” legde de jongen uit.
“Hoe kun je dat nou zeggen?” vroeg de dikkerd met de rode neus. “We leven hier in een paradijs. Wees blij dat je in een welvarend land woont!”
Igor begon te huilen. De tranen werden snel koud op zijn wangen.
“Toe maar, jongen.” De kerstman legde een arm om zijn schouder. “Vertel het maar aan mij. Ik zal het niet verder vertellen.”
“Ik moet van papa alle vrije dagen op straat spelen om wat bij te verdienen. Hij heeft geen werk. Ja, een uitkering, maar daar kunnen we niet van rondkomen. Mama moet met heel weinig geld boodschappen doen. Vaak eten we dagenlang stamppot of bonen. En ik loop ook al tijden in dezelfde kleren. Geld voor nieuwe is er niet.”
“Maar er is zat werk in dit land!” zei de kerstman met plotse stemverheffing.
“Daar heeft papa geen tijd voor. Hij is overdag druk.”
“Wat doet hij dan?”
“Hij zit in een café, met vrienden uit Polen. En als hij dan thuiskomt, breekt de hel los.”
“Oei, wat gebeurt er dan?”
“Hij gaat tekeer tegen mama. Hij slaat haar. Mij soms ook. Maar meestal weet ik me te verbergen.”
De kerstman zei niets.
“Dus ik weet nog niet zo net of het hier beter is dan in Roemenië. In de winter is het hier ook koud!” bibberde Igor.

“Jij bent zo druk voor je familie. Ik vind het heel knap dat je meehelpt met het verdienen van het geld. Een mooi cadeau heb je wel verdiend.” De kerstman boog zich naar hem toe. Igor zag de wijde pupillen en rook nog eens de alcohollucht.
“Shit,” dacht de jongen. “Die ouwe vent is zo zat als een aap.”
“Kijk eens wat ik voor jou heb?” zei de dikke kerstman. Van onder zijn jas haalde hij een pak. Dat gaf hij aan Igor. Met bevende handen pakte de jongen het cadeau aan. “Maak het maar open, hoor,” zei de kerstman.
Het lukte Igor om het papier los te scheuren.
“Mooi hè?” lachte de oude man met nogal dubbele tong. “Het is een bel, net zo een die ik heb! Daar kun je ook muziek mee maken!”
“Heel leuk. Maar wat heb ik daar nou aan?” zei Igor met een zachte stem.
“Nou, jongeman,” baste de kerstman opeens met lage stem, “een beetje meer dankbaarheid is wel op zijn plaats, hoor!”
“Maar hier kan ik toch niet mee thuiskomen?” riep de jongen uit. “Thuis zitten ze te wachten op geld en dan komt u hier mee aanzetten! Ondertussen zijn de winkels dicht en alle klanten naar huis! Wég is mijn kans om nog wat geld op te halen.”

“Ontdankbaar rotjoch!” brulde de kerstman. Hij pakte Igor bij een oor en draaide dat een halve slag.
“Auw, blijf van me af!” gilde de jongen. “Je lijkt mijn vader wel!”
“Beetje respect voor de kerstman, kereltje,” siste de oude man.
Igor bedacht zich niet. Hij gaf een keiharde schop tegen het korte kromme scheenbeen van de kerstman.
“Au, oei!” joelde de verklede kerel, die Igors oor had moeten loslaten. Terwijl hij op één been stond te hinken, moest Igor lachen. Wat een mal gezicht!
Flats! Daar had hij een klap van de kerstman te pakken. “Zo, dat zal je leren om een oude man zo te sarren!” brieste het vanachter de baard. “Pak aan!” De grote hand zwaaide nog eens omhoog, klaar voor een volgende slag.

Igor was sneller. Hij bedacht zich niet en raakte met zijn viool de kerstman vol op de linkerslaap. Die was in één klap gevloerd. Met een smak sloeg hij tegen de grond.
“Pak aan? Pak zélf aan!” zei Igor nu doodkalm. Nog éénmaal gaf hij een hengst op het hoofd van de oude dikkerd. Die verloor zijn muts en pruik. Er verscheen een kale kop met een bloedende snee erin. De viool lag aan splinters. Doodstil bleef de kerstman liggen.
Igor keek om zich heen. Er was niemand te bekennen in de stille winkelstraat. Hij liet alles achter en liep naar huis. “Ik heb nu geen geld en mijn viool ben ik ook kwijt. Als ik thuiskom krijg ik enorm voor zeven stuivers. Papa zal kwaad zijn. Hij zal me een hengst voor mijn kanis verkopen, niet te zuinig. Mama zal het voor me opnemen en ook zij zal klappen krijgen,” zuchtte hij. “Maar dankzij dat robbertje vechten heb ik het nu wel even lekker warm. Toch nog wát leuks met Kerstmis.”

 

Apeldoorn, december 2008

• • •
 

27-12-2008

Kerstmis 2008 – Christmas 2008

Filed under: Fotogalerij 2007-2009 — bazbo @ 18:28

Boxing Day, 2008 - Maarten, bazbo, bazbo's father, Geert 

Christmas Eve - Wednesday, December 24, 2008

• • •
 

23-12-2008

Porno? Levensgevaarlijk!

Filed under: FOK!publicaties - 2008 — bazbo @ 22:31

Het is verrekte koud buiten. Wat wil je ook, hartje december om kwart voor één ’s nachts. Normaal gesproken zou ik allang in mijn bed liggen. Wat doe ik dan nu op straat?
Ik kom terug van mijn werk. Het is prettig om een extra zakcent te hebben. Daar kan ik leuke dingen van doen.
De kille tegenwind blaast door mijn dikke winterjas. Ik trek mijn schouders op. Zo komt mijn das omhoog en heb ik het in mijn hals wat warmer.
Ik fiets door de Orderparkweg naar huis. Aan weerszijden van de straat staan vrijstaande woningen. Achter de meeste ramen is het al donker. Achter sommige ramen brandt nog licht. Een enkel huis heeft de gordijnen open, zodat ik naar binnen kan kijken.

Zou er iets te zien zijn? Wat zou ik moeten zien? De televisie, natuurlijk!
Ik hoop iets op te vangen van dat wat de Apeldoornse gemoederen al een tijdje bezig houdt: TVA, oftewel TV Apeldoorn. Haha, Apeldoorn heeft een illegale televisiezender! Thuis kijken we er niet naar. Er gaan geruchten. Het schijnt dat de zender iedere vrijdagavond een seksfilm uitzendt!
Wacht, hier zijn de gordijnen open en er brandt licht. Ik ben benieuwd of ik wat te zien krijg. Balen, deze mensen hebben de televisie in de verkeerde hoek staan. Ik zie ze zitten op de bank en ze kijken naar de tv die naast het raam staat.

Het is 1980. Ik ben vijftien jaar oud en ik denk de hele dag aan meisjes. Veel verder dan dat kom ik niet. Ik ben een erg verlegen en stil jochie. Nogal klein voor mijn leeftijd. Op school zit ik altijd halverwege de klas dicht bij het raam te denken en te dromen. Over de meisjes met wie ik graag iets moois zou willen hebben, maar met wie ik niet durf te praten. En er zijn zat leuke meisjes in de klas. Angelique, Astrid, Petra en Antoinette. Ik zie hun wel zitten, maar zij zien mij niet staan. Ondertussen gieren de hormonen voordurend door mijn lichaam. ’s Nachts verlang ik naar de lijfelijke aanwezigheid van een lief meisje, maar altijd blijf ik alleen. Ik fantaseer een hoop. Al die opgekropte opwinding moet er een keer uit, dus soms help ik even een handje. Nee, ik en meisjes, dat is gewoon geen handige combinatie. Hoe graag ik het ook wil.

Ik vlucht mijn vrije tijd in muziek. Hele dagen kan ik op mijn zolderkamer zitten luisteren naar mijn platen. De hoezen speur ik af op zoek naar alle kleine beetjes informatie die ik kan vinden. Zo kom ik op nieuwe namen van groepen en artiesten. Mijn verzameling groeit langzaam maar zeker.
Een paar maanden geleden ontdekte ik de muziek van Emerson Lake & Palmer en jongens, wat is dát gaaf!
Mijn broer is drie jaar ouder. Hij heeft altijd een bijbaantje gehad. Van zijn eerste salaris kocht hij een stereo-installatie. Een plat geval met een radio, cassettedeck en een platenspeler erin. Die wil ik ook!
Ik moet nog eventjes flink sparen.

Mijn broer is inmiddels gaan studeren in Amsterdam. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik voor een deel zijn baantje bij de firma Hijskes kon overnemen. Het is een patattent aan de Asselsestraat, gevestigd in het pand naast ijswinkel Van Buren. De eigenaar en zijn vrouw wonen in een herenhuis ernaast.
Ik moet werken op vrijdagavond van half zes tot half één. Aan het eind van de avond druipt het vet uit mijn haren. Ik zal wel stinken ook.

Hee, daar! Weer een huis met de gordijnen open! Ik minder vaart, zodat ik ruim de gelegenheid heb om een blik naar binnen te werpen. Wat zal ik te zien krijgen?
Stiekem hoop ik op blote mensen die ‘het’ aan het doen zijn. Ik heb nog nooit blote mensen gezien die ‘het’ aan het doen zijn. Ik heb wel eens blote mensen gezien.
Afgelopen zomer nog. We waren op vakantie in Vlissingen en ik maakte met mijn vader een lange strandwandeling van Vlissingen naar Zoutelande. Het is de tijd dat sommige vrouwen zonder bovenstukje zonnen, dus blote borsten had ik al wel gezien. Zelfs mijn eigen moeder ging topless. Ik schaamde me kapot!
“Verrek,” zei mijn vader halverwege, om zich heen kijkend. “Hier lopen ze helemáál in hun nakie!”
“Pa, dat is al een kwartier zo,” zei ik. Ik was al een kwartier bezig om zo onopvallend mogelijk te staren naar alle borsten, billen, piemels en voorbipsen die voor mijn ogen dansten.

Jeroen heeft mij ingewerkt. Hij is een stille jongeman die veel in de cafetaria werkt. Aan het begin van de avond geeft hij mij opdrachten wat ik moet doen. Dat kan heel divers zijn. Soms mag ik meehelpen met bestellingen opnemen en met bakken. Maar meestal moet ik in de koude schuur nasiballen draaien of slaatjes opmaken.
“De nasiballen moeten wel perfect rond, hoor,” legt Jeroen uit. “Kijk, zo doe je dat.” Hij pakt een hand nasi uit de grote bak en kneedt het tot een ronde bal. Dan doopt hij hem in eigeel en vervolgens rolt hij de bal door paneermeel.
“Toch raar,” zeg ik. “Vorige week moest ik gehaktballen maken en die mochten juist níét rond.”
“Klopt. Een nasibal ziet er lekkerder uit als hij perfect rond is en een gehaktbal ziet er lekkerder uit als hij juist niet rond is.”
Ik snap er geen bal van.

Het huis heeft de televisie op de goede plek staan! Zal ik dan eindelijk blote mensen zien die ‘het’ aan het doen zijn? In mijn hoofd borrelen beelden op van vrouwelijke billen en borsten, schaamhaar en een grote stijve mannenpiemel.
Op de televisie zie ik een groen voetbalveld. Stik. Die mensen kijken geen TV Apeldoorn. Ik maak weer vaart en rijd verder de Orderparkweg af.

Aan het eind van iedere vrijdagavond drentel ik achter Jeroen aan het huis van meneer en mevrouw Hijskes binnen. Ik krijg een briefje van vijfentwintig gulden in mijn handen gedrukt. Jeroen krijgt er vier.
Iedere week stop ik vijfentwintig gulden in mijn spaarpot. Eens in de maand koop ik een elpee en de rest is voor mijn stereo.

Hier! Kijk, hier is weer een huis dat de gordijnen niet dichtheeft en de televisie aan. Ik minder weer vaart, zodat ik wat beter door het raam kan kijken. Wie weet is er iets te zien. Ondanks de kou heb ik het ondertussen een beetje warm gekregen. Ik rijd stapvoets. Op de televisie zie ik vaag twee mensen in bed liggen, de deken kuis over zich heen. Wat niet is, kan nog komen. Toch?
Ik draai om en fiets een stukje terug tot de hoek van de straat. Dan keer ik weer om en rijd naar het huis met de gordijnen open. Als ik naar binnen kijk, liggen de mensen in bed er nog net zo bij. Niets geen vrouwelijke billen en borsten, schaamhaar en een grote stijve mannenpiemel.

WHAAAMMMMM!!!! Plotseling lig ik op de achterklep van een geparkeerde auto. Alles doet pijn. Bliksemsnel ga ik weer staan en graai ik mijn fiets overeind. Mijn knieën knikken. Ik moet hier weg en snel. Ik ren. Op de hoek van de straat durf ik weer te fietsen. Het stuur staat helemaal scheef en een trapper is verbogen. Het licht doet het niet meer. Ik heb pijn aan mijn been en volgens mij heb ik een dikke bult op mijn kop. Mijn hart bonkt in mijn keel en ik kom adem tekort. Steken in mijn zij.

Als ik thuiskom, pel ik mijn vette kleren van mijn lijf en ga ik snel nog even douchen. Meestal luister ik nog een elpee. Van Emerson Lake & Palmer. Maar nu niet. Rozig en met natte haartjes lig ik in bed. Ik ben nog altijd geschrokken. Trillend blijf ik wakker liggen. Vannacht even niet verlangen naar lieve meisjes uit de klas en niet even ‘een handje helpen’.
Porno? Levensgevaarlijk!


Apeldoorn, december 2008

• • •
 

21-12-2008

Mangrove – Bluescafé, Apeldoorn – December 19, 2008

Filed under: Muziek - Music - LIVE — bazbo @ 23:23

Mangrove played the small Bluescafé stage once again! There was a special occasion: there were new songs from their upcoming album ‘Beyond Reality’. During the show, everyone in the audience got a little present: a promo singlecd with the title track of the album.

Mangrove is:
Roland van der Horst: guitars, vocals
Chris Jonker: keyboards
Pieter Drost: bass
Joost Hagemeijer: drums, vocals

Thankz to Rommert for driving us all the way to the Bluescafé!

Youtube:

City Of Darkness

• • •
 

17-12-2008

Merry Christmas and a Zappy New Year!

Filed under: Onzin met een verlengsnoer — bazbo @ 23:12

• • •
 

15-12-2008

FOK!columnistenontmoeting – ‘Rattatouille’, Amsterdam – December 13, 2008

Filed under: Fotogalerij 2007-2009 — bazbo @ 22:13

Eindelijk ontmoetten de columnisten van FOK! elkaar. De opkomst was niet enorm groot, maar het was toch gezellig. Zonnetje40 had hapjes geregeld (gratis!) en er werden volop verhalen voorgelezen. De foto’s zijn genomen in de middag, toen drulovic (met een kleine letter d) er nog niet was. Vergeten om hem op de gevoelige digitale plaat vast te leggen. Stom!

Dank aan: DriekOplopers, Bakoenin, tijl, drulovic en Zonnetje40. En de eigenaar van ‘Rattatouille’ voor de gastvrijheid!

• • •
 

11-12-2008

The Bottles – Art Café ‘Sam Sam’ – December 7, 2008

Filed under: Lex related — bazbo @ 23:21

A special performance of The Bottles with two guest musicians: Bruno on accordeon and Frans on lap steel guitar. And another fine performance of Frank Zappa’s ‘Road Ladies’! See the link to the youtube movie at the bottom of this post.

youtube:

Road Ladies (Frank Zappa)

• • •
 

November and December, 2008

Filed under: Fotovrienden - Photo friendz — bazbo @ 23:17

• • •
 

Carlo Piemol en de automutilatie

Filed under: FOK!publicaties - 2008 — bazbo @ 22:36

Neef Noga komt uithuilen bij Carlo Piemol.
Neef Noga is depressief.
“Alles is kut.”
Neef Noga snijdt zichzelf.

Een leerzaam verhaal over automutilatie.

 

Buiten is het donker.
Het zijn de dagen voor Kerstmis.
Carlo Piemol zit in de woonkamer.
Lekker knus bij de tv.
Een biertje voor Carlo Piemol.
Met een kerstkransje.
Er brandt een kaars.
En de lampjes in de kerstboom zijn aan.

“Wat is dat?” zegt Carlo Piemol.
“Wie belt er aan mijn deur?”
Carlo Piemol doet open.
Op de stoep staat Neef Noga.
Hij heeft roodomrande ogen.
Carlo Piemol zucht.
“Het is die halfzachte Neef Noga weer,” denkt hij.
Maar hij zegt het niet.
“Kom binnen, Neef Noga.
Hier binnen is het warm en gezellig.”

Neef Noga gaat zitten.
“Pak een kerstkransje,” zegt Carlo Piemol.
Neef Noga doet het.
Carlo Piemol kijkt naar de arm van Neef Noga.
Wat is dat nou?
Carlo Piemol ziet krassen op de polsen van Neef Noga.

“Zeg, Neef Noga,” vraagt Carlo Piemol,
“wat is er met jou?
Je kijkt of je het niet meer ziet zitten.
En wat doen die krassen op je polsen?”
Neef Noga moet huilen.
“Vertel op, Neef Noga,” zegt Carlo Piemol,
“maak van je hart geen moordkuil.
Vooruit met de geit!”

Neef Noga vertelt snikkend:
“Ik zie het niet meer zitten.
School is kut.
Het leven is kut.
Alles is kut.
Ik ben alleen.
Niemand wil mij.
Geen enkel meisje wil iets met mij doen
in ruil voor een breezer.
Breezers zijn ook zo duur!
Ik wil er een eind aan maken.
Vandaar dat ik met een mes oefen.
Op mijn polsen.
En ik doe ook aan brandwonden.
Met de soldeerbout van Opa Poepchinees.
Maar dan niet op mijn polsen.”
“Waar dan wel?”
“Op mijn billen.”
Neef Noga gaat nu heel hard huilen.

“Hou op, Neef Noga!” troost Carlo Piemol.
“Je hebt toch nog zoveel moois?
Het hele leven ligt nog voor je.
Je hebt fijne ouders en een leuke oom.
Het is donker, maar het wordt ook wel weer licht.
En wat een mooie piercing heb je toch!”
Neef Noga stopt met snikken.
“Meent u dat, oom Carlo Piemol?”
“Tuurlijk, mijn jongen.
Ik vind het moedig van je dat je erover praat.”
Zowaar, Neef Noga glimlacht even.

“Heb je al hulp gezocht?” vraagt Carlo Piemol.
“Niemand kan mij helpen,” zegt Neef Noga.
“Alles is kut.”
“Dat weet ik nou wel,” denkt Carlo Piemol.
Maar dat zegt hij niet. Hij zegt:
“Er zijn instanties die jou kunnen helpen.
Het Riagg of hoe heet dat tegenwoordig?”
“Ik weet niet of ik dat wil,” zegt Neef Noga.
“Naar een psychiater of zo.
Ik schaam me.”

“Joh, dat hoeft niet,” zegt Carlo Piemol.
“Tegenwoordig zit iedereen in therapie!
Ken jij één iemand
die niet bij een psych in behandeling is?”
“U ook, dan?” vraagt Neef Noga.
“Nee, ik niet,” zegt Carlo Piemol.
“Maar ik ben dan ook Carlo Piemol!”
“Weet u zeker dat het kan helpen?” vraagt Neef Noga.
“Tuurlijk,” weet Carlo Piemol zeker.

Neef Noga is gerustgesteld.
“Ik ga morgen naar het Riagg,” zegt hij.
Of hoe heet dat tegenwoordig?”
“Neem nog een kerstkransje,” zegt Carlo Piemol.
“Wil je ook een biertje?”
“Nou graag, oom Carlo Piemol.”
Neef Noga glimlacht alweer.

“Zie je wel dat het meevalt?” zegt Carlo Piemol.
Hij heeft een flesje bier voor Neef Noga.
“Dat het leven best leuk is?”
Neef Noga knikt.
“Hier, we doen nog een kaarsje aan.
Gezellig, niet?”
Neef Noga steekt zijn arm in de vlam.
Oeps. Macht der gewoonte.
Dag Neef Noga! Dag Carlo Piemol!
En alvast een fijn kerstfeest!

 

Apeldoorn, december 2008

Dit is deeltje 8 uit de Carlo Piemol-serie. Meerdere deeltjes zijn in voorbereiding.

• • •
 

09-12-2008

Luuk leest een boek …

Filed under: Luuk = Lekker — bazbo @ 23:17

Luuk moest voor school een boek lezen. Zou hij net zo verslaafd worden als zijn vader?

• • •
 
Volgende pagina »