bazbo – de wereld van Bas Langereis

Bas Langereis leest u voor!

27-08-2007

Regensburg aflevering II – ‘Jeuk’

Filed under: Regensburg project — bazbo @ 19:43

Vorige keer in Regensburg:
De zwerver Joachim Bauthächler is het Grand Café Gionale Copertura uitgeschopt door Rahmi, de zoon van bedrijfsleider en mede-eigenaar Johnny il Linguetta.
Tijdens de officiële heropening van de zaak overdenkt co-eigenaar Falco de situatie, en wordt opgegeild door ene Bertha Perends…

Plotseling werd het donker in Grand Café Giornale Copertura. Een seconde later klonk er een ijselijke kreet.
“In dit soort situaties ben ik op mijn best,” dacht Jooscht Paul Bak ’n Ei. “De mensen van het vriendelijke Regensburg hebben leiding nodig in crisissituaties.”
Jooscht Paul hoefde niet over een crisissituatie te struikelen om er een te herkennen.
“Mensen, blijf…” Verrek, er zat een kikker dwars in zijn keel. Zijn krakerige kreet verbrak de stilte, en dat was voor bijna iedereen die op de heropening van Copertura was afgekomen het teken om opgewonden door elkaar te gaan kakelen.
“Mensen, nog even uw aandacht alstublieft,” hoorde hij iemand roepen. “Blijf allemaal kalm! Ik zal de stop vervangen.”
Jooscht Paul besefte dat niemand welke stem dan ook hoorde. De tijd van speechen was voorbij; het was tijd voor actie.
Doordat hij zich op de tast naar de deur naast de bar bewoog, kneep hij steeds in mannen- en vrouwenvlees. Het wond hem op een vreemde manier op. De combinatie van het duister, zijn verantwoordelijkheid en de aanraking met al die lijven bezorgde hem een erectie.
Na een minuut had hij de deur gevonden, waarachter hij de meterkast wist. Hij kwam hier tenslotte nogal vaak. Het kabaal binnen was nu oorverdovend. Het leek of er vechtpartijen waren uitgebroken. Sommige vrouwen huilden, vooral aan de kant waar de familie en vrienden van Jaques Bupatih hadden gestaan. Opgelucht deed Jooscht Paul de deur achter zich dicht en sloot zo het kabaal buiten. De meterkast, die was – meende hij – rechtdoor.

Plotseling was het donker. Yvon il Linguetta wist wel wat er gebeurd was. Die ochtend had ze nog een stuiver gebruikt om een doorgebrand koperdraadje in het jaren-zeventig-espresso-apparaat te vervangen. Ze was vergeten die provisorische oplossing aan Rhami of Johnny door te geven. Grote kans dat nu heel Regensburg zonder stroom zat. In de geschrokken stilte klonk opeens een belachelijk gekraak – ze meende de stem van die overijverige gemeentesecretaris te herkenen, Paul Joost of iets in die sfeer. Het klonk een beetje alsof een doorgeroeste vrachtwagen over een lading stervende sprinkhanen heen reed. Nu begon iedereen te gillen en te roepen. Ook Yvon zelf slaakte een kreetje, toen ze vol in haar rechterborst geknepen werd. Op zichzelf een prettige sensatie. Even kreeg ze een visoen van een reusachtige orgie. In het pikkedonker zouden alle aanwezigen haar bepotelen en de knappere mannen in een lange rij staan om haar te… Maar het was tijd voor actie. Ze baande zich een weg door de krijsende cafébezoekers naar de bar, want daar stond het zo onhandig gerepareerde espresso-apparaat.

Het plotselinge duister gaf Bertha Perends een nieuwe kans. Haar opdracht was immers om Falco tussen haar benen te krijgen. Zelf had ze waarschijnlijk gekozen voor diens knappe zoontje. Maar in het beroep van Bertha leer je snel genoeg dat alle mannen ongeveer hetzelfde zijn in die twee minuten dat het er – voor hen – werkelijk om gaat. Ze greep onverwijld naar Falco’s kruis, wurmde haar hand onder zijn broekband, en probeerde zijn geslacht beet te vatten zonder per ongeluk de testikels te pletten. Ze voelde hoe Falco ontspande. Dat zijn café zonder stroom zat, was voor hem opeens kennelijk van minder belang.
“Wat zijn mannen toch zielige stakkers,” dacht ze – niet voor het eerst die dag. “Loop met me mee,” lispelde ze in zijn oor, en met haar vrije hand pakte ze Falco’s hand en legde die op haar linkerborst, die door het leren corset behoorlijk was opgestuwd. Zo leidde ze hem naar de deur naast de bar, waarachter een trap naar boven was. Ze zag niet uit naar haar taak, vooral omdat ze een ondraaglijke jeuk aan haar flamoes had. Zo’n jeuk die je alleen maar met een kapot bierglas lijkt te kunnen stillen. Maar ze werd er goed voor betaald en het scheen belangrijk te zijn voor de chef. Wie zegt dat werk altijd leuk moet zijn?

Plotseling was het pikdonker. Een seconde later voelde Jaques Bupatih, de grote Jaques Bupatih, leider van de Kerk van het Heilige Licht waar zowat iedereen in Regensburg toe behoorde – en dat wil wat zeggen in deze materialistische en egocentrische tijden – een seconde later voelde Jaques een knetterende pijn in zijn linkervoet. Hij zag een flits voor zich van de beul die de voeten van Jezus met een lange spijker aan het kruis nagelt, viel bijna flauw en slaakte toen een oerschreeuw die hij op tal van sessies in zijn zweethut met volgelingen had ingeoefend: de schreeuw van de vrouw in barensnood, de schreeuw van het hoofd dat van het hakblok afrolt, de schreeuw van de verzaakte vrouw, van het onverdoofd geslachte varken, van de vader die zijn zoontje onder een auto ziet dribbelen, de schreeuw van Onze Heer die het lijden van de mensheid op zich neemt: de oerschreeuw, kortom. Het was even donker als in de zweethut, en Jaques had het ook eventjes precies even warm, door de pijnscheut die van zijn teen via zijn buik doorschoot naar zijn hoofd; hij schreeuwde en schreeuwde en schreeuwde en schreeuwde zoals hij nog nooit geschreeuwd had.

De Senheiser van Willy van de Berg stond gelukkig aan toen het plotseling donker werd, en er een ijselijke gil door het café klonk. Dat zou leuke radio opleveren! Hij was op weg geweest naar Jooscht Paul Bak ’n Ei, maar die man had de vreselijke gewoonte om in zinnen te praten waar je als luisteraar zo in verdwaalde, dat je gedachten onherroepelijk afdreven naar vrolijker onderwerpen. De gil klonk alsof er iemand gevierendeeld werd. Daarna bleef het een paar seconden doodstil. Een stilte die door het onhandige gekakel van Bak ’n Ei verbroken werd. Onmiddellijk daarna brak er een behoorlijk gekrakeel los. Met zijn mond dicht op de microfoon sprak Willy zijn commentaar in: “De paniek is onbeschrijflijk hier… wat een een feestelijke heropening had moeten worden, draait uit op een drama. Tout Regensburg op zijn paasbest is hier verschenen, maar totaal ontredderd vraagt men zich af: is er een moord gepleegd? Zo ja, wie is de dader? En wie het slachtoffer? Ik ga nu op zoek naar de heer Bak ’n Ei, die als gemeentesecretaris nu het voortouw zal moeten nemen om rust en orde te herstellen. Lastig is alleen dat het pikdonker is. Beste luisteraars, soms droom ik van een tv-station voor Regensburg, maar vandaag zouden we daar bijzonder weinig aan hebben. Ik ben zo bij u terug, als ik de heer Bak ’n Ei heb weten te lokaliseren.”

Bertha was een vakvrouw, en het duurde niet lang of ze had Falco tussen haar benen. Gek genoeg gaf de wip haar enige verlichting van de jeuk. Op een aparte manier kon ze er dus zelf ook nog een beetje van genieten. Zeldzaam. Maar een verontrustende gedachte knaagde in haar achterhoofd: “Zou de camera in het donker wel het gewenste resultaat opleveren? En zo nee, zou het vorstelijke honorarium dat haar in het vooruitzicht was gesteld, wel haar kant opkomen? En zo nee, hoe zou ze dan die witgouden armband van Gucci kunnen betalen, die ze in de juwelierszaak had zien glimmen?”
Maar toen gebeurden er twee dingen tegelijk. Die armband was voor haar, want even hortend en stotend als het licht was uitgegaan ging het nu weer aan, juist toen Falco met een klaaglijke zucht ejaculeerde. En knipperend met zijn ogen stond daar – en dat was minder goed nieuws, want behalve de klanten hoefde niemand te weten welke nering boven Copertura gedreven werd – een onthutste Jooscht Paul Bak ’n Ei.

“Mijnheer Bak ’n Ei, dit is Willy van de Berg, van Radio Regensburg. Wat is uw commentaar op de situatie?”
“Wel, de situatie is op dit moment van dien aard dat ik zeg, het is nu de hoogste tijd om een en ander helder in kaart te brengen. We zullen daartoe natuurlijk rustig de tijd moeten nemen om een en ander in de juiste verhoudingen te kunnen blijven zien, juist nu en vooral ook thans, nu de emotionele eerste reactie misschien de overhand dreigt te nemen.”
“Vuile kutteringhoer! Had je de deur niet achter je kont dicht kunnen trekken!” Falco probeerde haastig zijn onderbroek over zijn nog steeds gezwollen lid te friemelen.
Bertha Perends keek voor de zekerheid nog even naar de camera, maar het zag er naar uit dat die ook het commentaar van Falco feilloos registreerde.

Beneden had Rahmi de hoofdschakelaar weer teruggezet. Kennelijk waren de twee Turkse klusjesmannen Agito N. en Agito P. erin geslaagd om Jaques Bupatih een beetje pijn te doen; wat hem betreft kon het feestje gewoon weer doorgaan. Maar eerst was het zaak de rust weer te herstellen.
Rustig liep hij naar de bar, pakte een anderhalve meter bierglazen en begon te tappen.
“Pssssssst”
Het werd meteen stil. Dat was nu eenmaal het effect dat Rahmi op massa’s had: waren de massa’s kalm, dan werden ze hysterisch, maar waren ze hysterisch, dan werden ze meestal kalm.
“Een gratis biertje, om van de schrik te bekomen?” zei hij zachtjes, met dat korenblonde timbre van hem dat vrouwen gek maakte en mannen zich deed schamen voor hun eigen onvolkomen stemgeluid.
Als lemmingen stelde men zich voor de bar op. Een voor een nam men het biertje aan. De angstvallige scheiding tussen kerkelieden en werknemers van de Befmij, was door het aanbod van een biertje opeens opgeheven.
Yvon kwam helpen tappen. Hier en daar begon een gesprekje. Het leek waarachtig wel een gewone heropening. Er kwam een man binnen met een lange jas, die vaag naar hondepoep rook; maar ook hij kreeg zijn gratis biertje.

Het opnameapparaat van Willy van de Berg nam allang niets meer op, maar Jooscht Paul Bak ’n Ei delibereerde voort: “In de ontstane afweging tussen privacy van prominente burgers, ja zelfs economische draagsteunen van Regensburg enerzijds, en het belang van een hernieuwde oriëntatie op normen en waarden en haast vergeten begrippen als fatsoen (moet je doen) en deugd (geeft vreugd) anderzijds, is het nodig nieuwe bakens te vinden en te hervinden, te ijken en te herijken… En ik zeg dit eens temeer, nu we zien hoe…”
“Godverdomme, wat heb ik een jeuk aan mijn leuter.”
Ook die woedende verzuchting van Falco Mela Aspera bleef de trouwe luisteraars van Radio Regensburg bespaard.

Jaques Bupatih was op een donkergrijze kliko geklommen, en had zijn bloederige sandaal uitgetrokken; hij keek mismoedig naar zijn voet. Zijn kleine teen was verbrijzeld. De nagel van de teen ernaast was eraf. Hij voelde zich een met Jezus in Zijn laatste uren, maar di­e had tenminste nog geweten wie zijn beulen waren; hij tastte daaromtrent geheel en al in het duister. Een ding stond vast: Jaques zou erachter komen wie hem dit kunstje had geflikt. En waarom. Als geestelijk leider van Regensburg zou hij daar snel genoeg achter komen. En daarbij: die kersverse tatoo op zijn adamsappel jeukte ook nog eens als de ziekte.

Wie deed het licht uit?
Wie heeft de video gemaakt, zit Rahmi hier achter?
Wat staat er allemaal op de band van Willy?
Wat doet die man met de lange jas in het Grand Café?
Begint het bij u ook zo te kriebelen? En waar?

U leest het in de volgende aflevering van ‘Regensburg!’

(Deze aflevering is grotendeels geschreven door Tijl, met edits van tuvokki en bazbo)

Deze aflevering werd oorspronkelijk geplaatst op FOK! en wel hier.

• • •
 

17-08-2007

Regensburg aflevering I – ‘De Opening’

Filed under: Regensburg project — bazbo @ 20:27

Allemensen, wat moest Joachim Bauthächler ineens kakken, zeg. Het kwam altijd ongelegen. Zeker nu. Het regende pijpenstelen. Het water spatte vanuit de plassen terug omhoog en maakte Joachims broekspijpen en lange jas nat. Gelukkig bleef zijn hoofd droog. Zo’n enorme zwarte hoed was handig in dit weer. Waar zou hij zijn gevoeg kunnen doen? Joachim keek eens rond. Hee, wat was dat? Even verderop was het café. Het zag er nieuwer uit dan hij zich herinnerde. Joachim had nooit geweten dat het café vernieuwd was.
“In een café geeft het een toilet,” dacht hij. “Tijd voor een pilsener. Ik heb geen geld, maar dat zien we dan later wel weer.” Hij spoedde zich naar de drinkgelegenheid. Zijn lange jas knoopte hij onderweg alvast open.Toen hij de deur van de kroeg opendrukte, drukte er iets anders van binnenuit tegen zijn sluitspier. Zou hij het halen? Snel keek hij om zich heen. Daar! Er stond weliswaar ‘Dames’ op de deur, maar dat maakte Joachim niet zoveel meer uit. Hij had lang haar, dus dat paste wel. Die witte baard dachten ze maar even weg, als ze daar een probleem mee hadden. Op het moment dat hij op de koude bril plaatsnam, verlieten de afvalstoffen zijn lichaam. Hij hoefde niet eens te persen. Vervuld van een orgasme-evenarende sensatie, dacht hij: “Poepen is fijn.”

Johnny had de zwerver zien binnenkomen. Hij had een hekel aan dat vieze tuig en kon ze al helemaal niet hebben als alles goed moest gaan. Vandaag was de dag van de opening. Her-opening eigenlijk, want het café bestond al veel langer. Hij had het gekocht van een Italiaanse zakenpartner van hem. Het café was niet helemaal van hem. Hij had nog twee stille vennoten. Maar hij was de baas. Omdat hij zijn Italiaanse identiteit wilde uitdrukken in zijn zaak, had hij gekozen voor de naam: Grand Café ‘La Giornale Copertura’. En zwervers wilde hij niet in zijn zaak. Hij zag de haveloze man de toiletten binnengaan en belde zijn zoon.
“Ga naar de damespispotten en flikker die klotezwerver uit mijn zaak voor ik hem achter in het steegje kapot schiet. Maak hem duidelijk dat hij ook niet meer terug hoeft te komen.”

Joachim kreunde bijna van genot. Ineens ging de deur open. Een imposante man stond in de opening.
“Wat moet jij hier, gore zwerver?” schreeuwde de man. Hij greep Joachim bij de jas en sleurde hem van de pot af. “Ben jij nou helemaal van de pot gerukt? Geen bier bestellen, maar wel een beetje ons damestoilet bevuilen? Eruit!”
De natte straatstenen voelden koud aan Joachims oude billen. Hij had geen tijd gehad die te reinigen. Toen hij opstond, gebruikte hij de binnenkant van zijn jas daarvoor. Even later had hij zijn broek weer opgehesen en wilde hij zijn weg vervolgen. Maar daar stond de man die hem net nog had buitengegooid ineens weer voor hem.

“Het moet toch ook niet gekker worden,” mompelde Johnny hoofdschuddend. Hij had staan kijken hoe zijn zoon de zwerver de tent uit gooide. Tevreden keek hij de kroeg in. Even daarvoor had hij Jaques Bupatih naar buiten zien gaan; de rest stond allemaal binnen. Precies zoals hij ’t had gewenst. Alleen die stank van de damestoiletten was hinderlijk. Hij gaf Jaques geen ongelijk dat-ie even buiten stond.

Jaques Bupatih stond buiten een sigaret te roken. Hij bewonderde de nacht en de maan en was in het reine met zijn gelukkige staat van de laatste tijd. De opening van het café was een mooie avond aan het worden. Het was goed om weer eens met de familie bij elkaar te zijn. Hij hoorde stemmen in het steegje naast het café.
“Stinkende goorlap. Als ik je nog eens zie, dan timmer ik je in elkaar!” Een jonge man, knap met zwart haar en een goddelijk lichaam, schreeuwde de zwerver toe. Jaques ging wat dichterbij staan en verborg zich.
Hij hoorde de deur dicht gaan en keek naar het tafereel. De knappe man stak zijn hand uit naar de zwerver en hielp hem overeind.
“Dat was overtuigend genoeg. Hoe ziet de plee er uit?” Hij sprak op normale, zelfs amicale toon.
“Hehe, die plee rieken ze binnen nog, ja.” De zwerver praatte met een zwaar Duits accent.
Jaques bedacht zich dat de jongen met het zwarte haar Johnny il Linguetta’s zoon Rahmi moest zijn. Rahmi gaf de zwerver een paar biljetten en zei met een knipoog: “Oh, en ik moest je ook duidelijk maken dat je nooit meer terug mag komen, capiche?”
De naar poep stinkende zwerver liep vlak langs Jaques heen, zonder hem ook maar op te merken. Joachim Bauthächler strompelde over de natte keien verder het steegje in, zijn hoed diep over zijn ogen getrokken. De regen kletste er bovenop. Jaques probeerde hem te volgen, maar de neerslag benam hem het zicht. Toen keek hij de andere kant op.
Jaques zag de jonge Il Lingueta naar binnen gaan. Hij stond op en liep terug naar de voorkant van het café. “Een vreemd tafereel,” dacht hij. Dit kon nog wel eens een heel interessant avondje worden.

Binnen was het niet heel druk, gezellig druk. Falco Mela Aspera stond met een glas champagne in zijn hand toe te kijken. Hij rook een vage, rare geur, maar verder was alles goed.
“Hai,” hoorde hij ineens een zwoelgeile stem naast zich. Falco keek opzij. Het was Bertha Perends. Ze droeg een zwart leren corset en rode netkousen. “Het Grand Café is mooi geworden van binnen,” hijgde ze in zijn oor. Haar zwarte lange haar had ze opgestoken.
“Ja, hè?” Hij sloeg een arm om haar heen. “De investeringen die we hebben gedaan hebben hun vruchten afgeworpen. De oude kroeg is zowaar een chique tent geworden.” Hij keek Bertha eens in haar gezicht. Ze stond hem toe te lachen. Haar pupillen waren groot. “Die is of geil of dronken,” dacht hij. Er zat lippenstift naast haar bovenlip.
“En Johnny?” vroeg ze.
“Dat is een krachtpatser,” antwoordde Falco. Hij haalde zijn neus op. “Die kan zijn temperament beter gebruiken dan voor al dat geweld.”
“Waarom ben je zo voorzichtig met hem?” vroeg de jonge deerne naast hem. Ze frunnikte ongemakkelijk aan haar sexy outfit, alsof ze jeuk tussen haar benen had.
“Ach weet je,” fluisterde Falco in haar oor. Hij liet zijn tong door de schelp heen lepelen. “Ik kan hem goed gebruiken. Sommige mensen laten zich flink intimideren door Johnny.”
Falco haalde zijn tong uit het oor van Bertha en keek zijn zaak nog eens rond. De rechterkant van het café was voor de mensen betrokken bij zijn bedrijf, de BefMij. De linkerkant werd bevolkt door de leden van de sekte. Of eigenlijk: de familie Bupatih. Als hij het aan zijn vader vroeg, kwamen er vele warme verhalen over die familie, maar nu leek de scheidslijn nogal hard, en liep midden door het etablissement heen. Er was weinig contact. Vroeger had hij nog gespeeld met Jaques, voordat die een verlichte hippie was geworden. Maar zijn eerste zoen had Falco toch maar mooi van Jaques’ zus gekregen, Chantall.
“Wie zijn dat daar eigenlijk?” vroeg Bertha zachtjes. Ze wees naar de demarcatielijn, die het café in twee ongeveer gelijke delen spleet. Er stond daar, een beetje verdwaald in de ruimte leek het, een stel.
“O, dat is Jooscht Paul Bak ’n Ei,” zei Falco, terwijl hij zijn hand op Bertha’s volle achterwerk liet neerkomen. “En die dame met wie hij staat te praten is Romana van de Stang. Jooscht is het sloofje van de burgemeester en regelt hier in Regensburg een hoop zaken als afgevaardigde.”
“En wie is die Romana dan?” Bertha stond nu ongegeneerd in haar kruis te krabben. Falco merkte het niet op.
“Waarschijnlijk is ze aan het lobbyen voor haar vrijwilligerswerk. Ze is voorzitter van ‘De Jonge Meiden Organisatie’. Die komt regelmatig langs om fondsen of andere steun te werven voor hun activiteiten.”
“Activiteiten? Wat voor activiteiten?”
“Weet ik veel,” antwoordde Falco. “Ik vind het hele spul maar raar, inclusief die Jooscht. Waarom zou je je inspannen voor iets waar je niks voor krijgt?”
“Inderdaad,” zei Bertha. “Jij hebt tenminste nog eer van je werk. De mensen kijken op tegen je succes. Jij bent een van de grootste werkgevers in het gebied en hebt in vele zaken een dikke vinger in de pap.”
Ineens voelde Falco de hand van Bertha op zijn gulp. “Zo, over dikke vingers gesproken,” giechelde ze. Ze liet haar hand waar hij was, en probeerde Falco in de ogen te kijken. “Je bent bijna net zo knap als je zoon,” fluisterde ze in zijn oor.
“Mijn zoon,” dacht Falco bijna hardop. “Die kun je wel om een boodschap sturen. In tegenstelling tot die Rahmi, die alles laat sloffen. Als Francesco zegt dat hij de zaken onder controle heeft, dan is dat ook zo. Behalve natuurlijk als die jongen weer eens op skivakantie is. Met zijn gebruinde kop en altletische lichaam steekt hij positief af bij de rest van het dorp. Alleen Rahmi is misschien knapper, maar die kan niks. En toch kunnen de twee het goed met elkaar vinden.”
“Wat sta je daar nou te staren?” vroeg Bertha. “Kom, we gaan naar boven.”

Maar zo ver kwam het stelletje niet. Het drukke café was even stil toen het licht zwakker werd. Er werd hier en daar een grap gemaakt en er werd gelachen toen het gezellige licht een aantal keer dimde en weer aan ging. Maar toen was het toch echt pik- en pikdonker in het hele Grand Café. Even was het doodstil. Toen klonk er een ijselijke kreet die door merg en been sneed.

(Einde van deze eerste episode, volgende week zondag gaat de soap verder)
Wie is Joachim Bauthächler? En wat heeft hij met de families Bupatih en Il Linguetta te maken?
Welk vreemd spel spelen Jooscht Paul Bak ’n Ei en Romana van de Stang?
Die Rahmi, is die wel zuiver op de graat?
Mag Falco met Bertha naar boven?
Wie verzint al deze shit?

Lees het volgende keer weer in een nieuwe aflevering van: Regensburg!

(Deze aflevering was ooit geplaatst op FOK! en wel hier.)

(tuvokki en bazbo – met dank aan tijl voor zijn edits)

• • •
 

14-08-2007

Zappanale diary 2007

Filed under: Zappanale 2007 — bazbo @ 22:06

(For the reading pleasure of the Swedish visitors of this site, this diary is in English only.
There is some pictures in here too, but if you want to see the full reportage, watch
here.)

Thursday, August 2, 2007

The Fellowship is getting larger and larger. Initially, in 2002, it consisted of three peoplez, last year we travelled with five and this year we’re a bunch of eight members. Four of them are from the southern part of Olanda, called Limburg, but that’s not their fault. They’ve survived last night’s barbecue and now we’re ready to go.
We leave our house in Apeldoorn at 07.15. After a long but comfortable journey by train we meet up with DOOT!-bassist Pete, their drummer Steve and his wife Maryann in Rostock. The inevitable Molli takes us to the camp site, where lots of Zappateers are present having a barbecue. It’s always so great to see them in real life.
It’s 16.30 now. We build up our tents and leave for the walk to Bad Doberan. The ‘Mein Kampf Theater’ hasn’t changed; even the lovely waitress is still the same, except for her having coloured her hair now. The traditional meal is spaghetti with tunafish and it’s delicious as ever. Outside it starts to rain heavily.
Most people have come to see the ‘Derailroaded’ movie about Wild Man Fisher. I have the dvd at home in my collection, so I don’t need to see it now. Later that night, Christophe Godin plays his guitar extravaganza on a small stage in the street. We’ve heard him play at Zappanale 2002 with Pierrejean Gaucher. Then they performed lovely almost-acoustic versions of Zappa material; now he gives us a heavy wall of guitarsound. Most of it is prerecorded, over which he plays his solos. Did someone say ‘Vai’? UniMuta likes it a lot and makes a recording of it. On top of that we get a performance by a group called Chen Unst and they give us their Beefheart Tribute Project. You know what? I like experimental stuff, and it’s great that some people do things like this, but I find it a hard time to listen to it. To me, most Beefheart material is already very abstract, and this tribute doesn’t give me much clues of recognition. To be specific: what a load of noise.
It’s really very special to be at this place. When I go to the bar to order some drinks for the kids, during the five minutes I have to wait, I have conversation with at least three different people. So many friends here, from the past years at Zappanale, or from the Zappateers festival in the UK last February. I even make lots of contacts in the bathroom.
It’s almost midnight when we take the walk home to the camping. Most of the rain has stopped, only some drizzling every now and then. Some FoolZ are trying to play some acoustic Zappa in the Zappateers tent, but it appears to be too dark. Oh well, bedtime then.

Billy Weasel Thijs John leaving for ZappanaleIn Molli after meeting dootArrival at festival groundsMoving to Bad DoberanLuuk ModifiedDog and Mike in the Mein Kampf TheaterCheers and bon appetit at the Mein Kampf Theaterbazbo dinner - spaghetti tunafishWarm up party - Christophe Godin

Friday, August 3, 2007

Damn, it’s Molli again that wakes me up. Well, off for a shower. Too late to catch Molli to Bad Doberan, so we have a walk. The sky is a bit grey and it’s quite windy, but at least we don’t have rain. Stadtbäckerei Molli Café still serves the best breakfast sandwiches and coffee. After that, we walk across the statue of Frank Zappa and the park, and then we take Molli back to the camp site. Zappanale may begin!
Don Preston’s Akashic Ensemble is this year’s opening act. Don starts off with synthesizer improvisation, and is soon accompanied by André Chalmondeley on guitar and guitarsynth, and his girlfriend Cheri on assorted electronics. They give us a very nice set, complete with versions of ‘Who Are The Brain Police?’ and ‘Help I’m A Rock’. My son is standing next to me and he’s really enjoying the show. Some moody improvlike piece especially moves me; it has nice flowing sitar sounds, builds up and Don’s playing a wonderful synth solo in it. Too abruptly it’s over.
Then it’s up to Monty and the Butchers from the UK to take the stage. We’ve seen and heard them at the Zappateers festival in Bradford-on-Avon earlier this year. Now they’ve learnt even more Zappa songs. It’s great to see how enthousiastic these youngsters perform those tunes. But to be honest, maybe I like their own material more. ‘Who the fuck are you, man?’ will stick to my ears for the next days.
During Christophe Godin & Mörglbl? we have a little break. It’s nice to hear heavy-sped-up guitar monsters, but it’s a bit too much in my ear. But from under the large tent it sounds fine.
In the Arf-shop I buy my copies of last year’s cd and dvd. Pete gives me the DOOT! ‘2007 Mega-Sampler’; it has my hand and rubber chicken on the cover! Wow, thankz, Pete!
Now let’s hear it for some Italians. I Virtuosi Dal Pianeto Talento play a fantastic set. Their lead singer looks a bit like Olandese gaysinger Gerard Joling, with his jacket and his make-up. Who cares? They perform with a large band that remembers me of the 1988 band. Napoleon Murphy Brock appears on stage to play a couple of tunes with them.
After some dinner –  horrible pizza’s this year! –  it’s time for some highschool Zappa. Project/Object is always great to listen to. Napoleon Murphy Brock, Don Preston and Dr. Dot are the special guests, the latter is featured in ‘Wet T-Shirt Night’. Too bad Ike Willis couldn’t make it. The official statement is that he missed his flight, but that isn’t satisfying most attendancees. Because of his absence we have to miss great versions of the Joe’s Garage material. Despite the lack of that stuff I’m very impressed by P/O. Andre is doing a terrific job, the young Eric Slick is very talented on drums and keyboard player Eric Svalgard sounds very fine.
Part of the Zappanale tradition is some spacy krautrock to close the Friday. It’s Trigon this year. Not bad, not bad. But I’m tired, and I try to find some rest in the Zappateers tent. It’s getting crowdy up there, so the only alternative is the bed.

Luuk Mike FZ ModifiedDog and bazbo in Bad DoberanFZ memorial statue in Bad DoberanMolli Mike Luuk and ModifiedDog in Bad DoberanDon Prestons Akashic EnsembleKeneallyfan Luuk ModifiedDog liking the Preston showDon Preston having fun performingIn the Zappateerstent: clockwise - Ivan Arto Hasi LudzNL PauluS BowTieDad and AGIMonty and the Butchers from UKChristophe Godin and MörglblI Virtuosi Dal Pianeta TalentoModifiedDog and Luuk enjoying the ItaliansItalian Gerard JolingNapoleon Murphy Brock special guest during I Virtuosi Dal Pianeto TalentoLuuk Modified Dog and MikeModifiedDog Mike Luuk and doot liking it a lotbazbo in the crowdProject Object featuring Napoleon Murphy Brock and Don PrestonTrigonacoustic FoolZ - Remco Wan Pedro LexMagdalena and Bald-Headed John

Saturday, August 4, 2007

Lots of Zappanale traditions. After a quick breakfast at the festival grounds, we jump onto Molli for a visit to the beach in Heiligendamm. Jelly and his son Daan are with us. We take a walk on the Heiligendamm boulevard and pier, and make the traditional pictures. It’s sunny and warm. The kids have their ice-cream and the parents their coffee and orange juice.
Back on the festival grounds, today’s opener is Chen Unst. For us, that’s a strange word for ‘lunchtime’. They perform their Beefheart tribute from their own mobile stage, and I have my ‘Ritterbrot’ stuffed with cheese and ham.
I buy the latest Muffin Men products at Uli Schäfer’s tent. On stage appears Team Zappa, a large band from Norway. No one has ever heard of them. Again, references to the 1988 band. There’s a cute looking singer in short hippie dress and a male singer with a fantastic voice. Napoleon can go home, Bobby Martin can stay home, and Ray White doesn’t need to tour with ZpZ anymore. This Norwegian guy can do ‘em all! Nice big band arrangements of all the classics, and yes, there was the third ‘Montana’ and the twelfth ‘Cosmik Debris’ this weekend. Despite that, Team Zappa are the REAL surprise of this year’s festival. They have so much fun onstage, and that energy is flowing into the audience. The band seems surprised at their own succes.
Octafish from Germany is next. This band has the difficult task to hold the audience’s attention after such a wonderful concert by Team Zappa. I like their calculated King Crimson-like music which they played four years ago. Even my family has fun hearing it. At the end the audience screams for an encore. I’m in front of the stage and shout for their interpretation of ‘Barbie Girl’. But sadly, no encores. The guitar player lifts his shoulders when he looks me in the eye. Too bad.
Ben Watson presents a quiz. He has tons of questions and the audience fill the answers on the special forms. I work together with Helen, but we both fill in a form for ourselves. The questions are similar to those we had on the Zappateers festival in UK in February. With Helen it’s good teamwork, and we’re definitely sure we’re going to win.
When Kimono Draggin’ starts playing, I understand it’s time for dinner. We watch the stage from under the big tent. “Isn’t that Steve onstage?” asks my wife. I look up from my plate of gyros with Bratkartoffeln. It’s him! I run towards the stage to make some pictures of Steve singing Beefheart’s ‘Electricity’. Steve is acting like a maniac, he sees me and shouts: “bazbo, throw me the rubber chicken!” What else can you do? It made it onto the stage again. Eventually, Pete arranges that I get my rubber friend back into my arms. Back under the tent I can enjoy the rest of the gyros.
Sex Without Nails Bros is supposed to be another highlight, but is kind of a disappointment to me. Their playing is ok-ish, but the vocals aren’t that good. It all sounds rather unrehearsed, just like they did four years ago. It takes courage to play most of the ‘Roxy’-album, and the band deserves a credit for that, but they don’t convince me. Napoleon joins them on a few tunes. Always good to see and hear him doing his dance steps and his goat-scream.
The day is closed by Space Debris, a trio that plays spacerock with loads of Hammond organ solos. Have I ever told you that I love Hammond organ solos? I’m having a good time with Billy, Sharleena and Kate in front of the stage. When the lights go out, it’s time for some sleep.

Luuk and Mike having breakfastready to get inside MolliHeiligendamm BahnhofHeiligendamm beach and the big hotelThe big hotel from the pier of HeiligendammModifiedDog Mike and Luuk transcribing the German icecream menu in HeiligendammLuuk sausage timeChen Unst - Captain Beefheart ProjectTeam Zappa from NorwayTeam Zappa with Norwegian GordonTeam Zappa - Heidi SolheimOctafish from GermanyMike and Luuk enjoying OctafishBowTieDad and HelenKimono DragginSteve Chilemni sax extravaganza during ´Electricity´Rubber chicken abuse on stageShe made it onto the stage again…Billy and KateSex Without Nails Bros from AustriaNotPedro au3 JELLY BengoFurytraditional Billy rubber chicken abuseSpace DebrisSpace Debris keyboardist Tom Kunkel playing Hammond organ solo

Billy & bazbo (picure: IdiotBastard aka Andrew Greenaway)

Sunday, August 5, 2007

Sunday starts off with Polytoxicomane Philharmonie. More spacerock, this time I have to think of Ozric Tentacles during some passages. Nice music for a starter.
Then the stage is filled with The Great Googly Moogly from Sweden. “Hit it, Anders!” Again, some 1988-sounding arrangements, but this band has chosen to play the older stuff from the late 60s and early 70s. Lots of ‘Roxy’ material. Instrumentally very impressive, but the vocals sound a bit weak. Nice percussion too. And yes, there’s another ‘Montana’ and ‘Cosmik Debris’. Even ‘Zomby Woof’ can be heard for the third time this weekend. It’s great to see a band having so much fun onstage.
What’s next? Oh no, it’s Jazzproject Hundehagen. I’m sure UniMuta will hear some irony in my remark. It’s my seventh Zappanale and the seventh time I hear this local guitar-orientated jazzrock band. There’s a guy in the audience wearing a shirt saying ‘Hateproject Hundekack’ and that sums it up. Of course they’re skilled musicians, but we heard them before, haven’t we? And by the way, when you’re near the Zappateers tent having an excellent beer with your friends, you can still hear their versions of the pieces you should never play: ‘Zoot Allures’, ‘Black Napkins’ and the absolutely forbidden ‘Watermelon In Easter Hay’. Suicide is also an option.
And suddenly there’s Harmonia Ensemble. What can we say? This is wonderful interpretations of Zappa music. Classically trained musicians on cello, piano, clarinet and percussion. The opening ‘Theme from Instrumental Music for Guitar and Low Budget Orchestra’, played just on piano and clarinet sets the tone: this is gorgeous. There’s a tear in my eye. The audience is stunned, as is the ensemble by the audience reaction. Also wonderful is the piano solo version of ‘What’s New In Baltimore’ and the almost symphonic ‘Son Of Mr. Green Genes’. The only disappointment comes from the fact that their repertoire is still the same as the material on their album ‘Harmonia meets Zappa’, that was released thirteen years ago. The final encore is ‘Theme from Lumpy Gravy’ and all German hands are clapping along.
Ben Watson on stage again. This time he announces the winners of the quiz. Helen gets the ninth position and she’s invited on stage to get her prize: some Beefheart cd. Billy is fourth and gets a ticket autographed by Mr. Zappa himself. The IdiotBastard gets second (if I remember well), but the first prize goes to new Zappateer jaromil from Italy.
Then it’s up to headliner Chad Wackerman to close this Zappanale. No Zappa music, but high level jazz rock. There’s Mike Miller on guitar and Doug Lunn on bass guitar. I think it’s great to see Chad drumming. He’s so relaxed. I don’t like the guitarist too much, but Doug Lunn is a fine bass player. The trouble with this kind of jazzrock is that after a short while all tunes sound alike. Nevertheless, we have fun in the audience.
This year’s Grand Finale isn’t disappointing. Andre Chalmondeley conducts the musicians into ‘I’m The Slime’ and other well known tunes. And then Zappanale is over.
It’s quiet on the festival ground too soon. We move over to the Zappateers tent where all our friends are. Andre shows up, as do most of The Great Googly Moogly. The group of friends gets larger and larger. And I’m getting tired and go to bed.

Polytoxicomane PhilharmonieThe Great Googly Moogly from SwedenGGM band leader AndersThe Great Googly Moogly farewellFestival ground during Jazzproject Hundelulxal ke unicrayonModifiedDog and SharleenaHarmonia EnsembleAlessandra GarosiOrio OdoriIdiotBastard won a prize in Ben Watsons quiz while Esther is a saintChad WackermanDoug LunnMike Miller - Chad Wackerman - Doug Lunnzymurgy and PauluSGrand FinaleZappanale is overprogrockfan and Gillianidiotbs and AGIYojimbo and idiotbsAGI sibbz unicrayonIvan and Nanook

Monday, August 6, 2007

The Monday is the real anti-climax of every Zappanale. We have a quick coffee on what is left of the festival ground. Then we break down our tents and catch Molli to Bad Doberan. In the Stadtbäckerei we have a good breakfast. Later, to kill some time, we move to the Mein Kampf Theater for some coffee. Project/Objects keyboardist Eric Svalgard joins us on our table, takes his laptop and starts working. We dare to ask him the real reason why Ike wasn’t here. “Ike has missed his flight,” is the answer from his mouth, but his eyes tell us something totally else. We understand that Ike has a problem. Well, let’s have another coffee. A bit later Napi shows up too. He has bought bananas.
But then it’s time to jump in the train to Rostock, where we meet up with Zappateer Ivan. The longest part of our journey is about to come. The train leaves at 14.30 and after a quick switch of trains in Hannover we arrive in Apeldoorn at 22.00. The very moment we entered Olanda it has started raining. When I open the front door of my house at 22.30 we’re all soaking wet.
We say goodbye to the Limburgian guys and then we’re alone. Time for some other tradition. I put on the dvd-player and we watch the retrospective dvd from Zappanale 2006.

Lex L Bronkowitz and sibbzWaiting for MolliMike ready to go on board of MolliHaving a drink at the Mein Kampf Theater
Apeldoorn, August 2007

Post script:
Thankz to my lovely family, ModifiedDog and Luuk, and to Mike for the company to Luuk.
Thankz to Billy, Weasel, John and Thijs for being nice Limburgian loonies to travel with. Special thankz to Billy again for being my Zappanale-buddy for years.
Also thankz to all Zappateers, especially Pete for being himself, and to the Arfies for organising another awesome festival. What the heck, let’s name a few great peoplez! StatusBaby, AGI, Nanook, BowTieDad, BengoFury, Yojimbo, unicrayon, Ivan, the aforementioned Pete, UniMuta, LudzNL, PauluS, au3, sibbz, Jelly&Daan, idiotbs/moi, Hasi, zymurgy, DrZurkon (thankz for the shirt again!), Arto, Ivan (“helemaal te woepie”), xal&ke, Dave&Magdalena, Steve, another Steve, Helen & friendz, progrockfan&Gilian, Lex, Wan, Pedro, Remco, Sharleena, Martin & kids, Reinier & Hennie, jang, the other Olandese guy I meet every year, the Keneallyfan, Kate, Bruno, Georg, Lex L. Bronkowitz, Andre Chalmondeley, Eric Svalgard, Monty and the Butchers (who the fuck are you, man?), Anders and the rest of The Great Googly Moogly, the sweet security lady that squeezed the rubber chicken everytime I passed the entrance, Thomas, Mick, Uli Schäfer, the Bremen couple & kids (what are their names? stupid me, I forgot), the guy from the Czechian Zappa fan club, Jim Cohen, the friendly ladies from the toilets, DebutantDaisy&friend, Zappo (dah! I bought NOTHING from you this year! Muhahaha!), all visitors of the Zappateers tent, and everyone else that I have met, but don’t know the name of.
See ya next year, please: BigTony&Abi, hidihi and Fish, and everyone else that couldn’t make it this time. We missed you. Thankz Paraffin-Lamp for the beautiful pin.
And I’m really looking forward to Zappanale #19 in 2008 and to hear the recordings AGI, sibbz, Ivan and Jelly made of this year’s bands!

• • •
 

13-08-2007

Dag 8: Maandag 23 juli 2007

Filed under: Vakantie 2007 - Istanbul — bazbo @ 22:53

Een laatste ontbijt in het hotel en een boel gejatte voorverpakte schapenkaas. Een tweede bezoek aan de Grote Bazaar en aankopen van shirts en kralen. Een zweettocht door de hitte en een bezoek aan de böreçi die de lekkerste börek ooit maakt. Een tijdje wachten in de lobby en een stille tocht naar de luchthaven. Een plastic tasje en angstaanjagende beveiliging. Een passagier die ziek is en een vreemde veiligheidsperikel. Een vlucht met tegenwind en een hoop turbulentie. Een regenachtig Amsterdam en een Big King. Een treinreis naar huis en een Istanbul-avontuur van Michael Palin op dvd. Een slotoverweging en oh, wat mooi.

Laatste ontbijt in het hotel. Snel nog even wat van die verpakte schapenkaas jatten en genieten van baksels en soep.

Laatste ontbijt in het hotelOntbijtbuffetKlaar voor vertrek
Wat doe je op zo’n laatste morgen? We lopen naar het Beazitplein en gaan nog een keer naar de Grote Bazaar. Het is er opnieuw rustig en we slenteren door de straatjes. Wederom valt de opdringerigheid erg mee. Of we wennen eraan.
Ik ga op zoek naar een Istanbul-T-shirt en uiteindelijk vinden we een mooie voor vijftien lira. Dat is zeven en een halve pleuro. Moet je ’s bij een popconcert in Nederland vertellen. Bij een ander kraampje kopen we nog wat ‘ogen’. En zowaar, we vinden die kralenwinkel weer terug.

Grote Bazaar - juweliersstraatjeGrote Bazaar - de Oude BazaarGrote BazaarKralenwinkel teruggevonden!Kralenwinkel teruggevonden!
Hoe langer we op de Bazaar zijn, hoe lachwekkender de manier van aanspreken van de verkopers wordt. “Ezkjoez mie? Hello? May zjoow joe mai watzjez?” Iedere handelaar klinkt hetzelfde.
We lopen dezelfde weg terug. Het is erg warm; het zou vandaag vijfendertig graden Celcius worden. Oh, wat mooi. Bij de böreçi gaan we naar binnen. De medewerkers herkennen mij. Deze keer gaan we zitten. Luuk en ik eten de börek met kaas. Volgens mij trekken we nogal wat bekijks, want verder zitten hier alleen maar locals. Het is wederom erg lekker; thuis toch ’s uitzoeken hoe ze die börek maken.

Börekiçi Çinilli FirinDe baas bakt …Börek!Smullen maarDe bediening … ze herkennen me! Ik ben vaste klant! Tot volgend jaar!
Het is iets na één uur als we terug zijn in het hotel. In de lobby wachten we op de taxi, die pas tegen half drie zal komen. En ik krijg zowaar ook mijn identiteitskaarten terug die de receptionist had ingepikt.

Wachten op de taxi in de lobby van het hotelDe lobby van het hotel
De taxichauffeur spreekt niet en rijdt ons snel naar het vliegveld. Als we bij de ingang van het vliegtuig staan, beleven we het avontuur van het plastic tasje. Maar daarover later en elders meer. We staan een tijdje in de rij om in te checken en kopen dan belastingvrije wijn en raki. We willen de laatste lira’s besteden aan water en sap. VÁÁÁT!!!!? Bij een kraampje kost water ineens vijf lira in plaats van een halve en sap blijkt plotseling onbetaalbaar. We gaan naar de gate en stappen in het vliegtuig.

Bij de ingang van het vliegveld van IstanbulNa het tasjesavontuur: in de rij bij het incheckenIstanbul AirportIstanbul AirportOns KLM vliegtuigKlaar voor opstijgen
Voor we opstijgen is er een incident. Eén passagier heeft het vliegtuig moeten verlaten vanwege ziekte. Zijn bagage is uit het laadruim gehaald, maar er zou mogelijk nog handbagage in de cabine kunnen zijn achtergebleven. De gezagvoerder wil liever niet het hele vliegtuig ontruimen uit veiligheidsoverweging, en daarom moet iedereen zijn handbagage op schoot nemen. De crew controleert alles, zelfs iedereen onder de stoel. Dan kunnen we toch vertrekken. Ik zie een stewardess de opgeluchte gezagvoerder een schouderklop geven. Betekent dit: “Goed gehandeld in deze stresssituatie”? Stel, je hebt al wat vliegangst, en hebt al niet veel vertrouwen in deze manier van reizen, en wilt je zo min mogelijk overgeven aan de verantwoordelijkheden van anderen en liever de controle over de situatie in eigen handen houden, dan levert een dergelijk tafereel niet echt een bijdrage aan je gevoel van veiligheid.
Gelukkig verloopt de vlucht voorspoedig. Van de voorspelde tegenwind hebben we weinig tot geen last. Wel is er veel turbulentie, waardoor de piloot een kilometer of drie lager moet gaan vliegen.

Uitzicht van 11 kilometer hoogteErgens boven HongarijeEven drie uren zien door te komenNederland is ook mooi
Het regent stort. Als we onze bagage te pakken hebben, staan we snel in de aankomsthal. Een half uur na landing zitten we bij de Burger King. Niet omdat we de hamburgers hebben gemist, maar eenvoudigweg bij gebrek aan beter.

Eindelijk thuis!En dan de trein naar Apeldoorn
Om tien voor negen vertrekt de trein naar Enschede. Hidihi pikt ons van het station in Apeldoorn om tien uur.
We ploffen op de blauwe bank met het vertrouwde bier en wijntje. Ineens bedenk ik me dat Michael Palin ook in Istanbul geweest tijdens een van zijn reizen. Niet veel later kijken we ‘Pole to Pole’ met beelden van de plekken waar we afgelopen week zijn geweest en die we hebben mogen aanschouwen. In levende lijve.
Oh, wat mooi.
– 

Nabeschouwing:

Istanbul is een waanzinnige stad, zowel letterlijk als figuurlijk. Je kunt er écht gek worden. Ik was bang dat ik niet zou gaan wennen aan de gekte op straat. Toch hebben we onze rust gevonden. In het Gülhane Park, bijvoorbeeld. Maar meer nog in onze hotelkamer.  We hadden het echt nodig om aan het eind van de middag even een uurtje in de kamer onderuit te hangen en de voeten op tafel te leggen.
Als je houdt van rust en ontspannen luieren, dan is het niet verstandig naar dit twintig miljoen inwoners tellende stadje te gaan. Alles gaat er snel, van het levensgevaarlijke verkeer tot aan de flitsende bediening in de restaurants aan toe. Je hebt je eten net op, of een ober grist je bord onder je neus weg, ook als je disgenoot nog zit te smikkelen.
Het eten is dan ook de enige echte aanrader van de stad. Nee hoor, Istanbul is fascinerend. De stad hinkt voortdurend op twee poten: de moderne westerse invloeden en de Arabische tradities. De grote bezienswaardigheden zijn werkelijk prachtig. De Hagia Sophia, Sultanahmet Camii (de Blauwe Moskee), het Topkapi-paleis en de Süleymaniyemoskee, ze zijn allemaal bijzonder indrukwekkend. De Bosporus is van onbeschrijflijke schoonheid.
Een verhaal apart is de handel in Istanbul. Gedurende de vakantie heb ik een paar keer verzucht: “Istanbul is één grote winkel.” Overal waar je komt zijn winkeltjes, stalletjes en straatverkopers. Sommige verkopers zijn opdringerig. In het begin vond ik dat erg irritant, maar gaandeweg wende het. Gewoon “No!” zeggen, of, in het geval van eettentjes waar je weer naar binnen geluld wordt, naar je dikke buik wijzen en diep zuchten, alsof je net ruim gegeten hebt.
Want eten, dat is er volop te krijgen. Zie de foto’s. En voor prijzen! Ongelofelijk. We hebben bijzonder uitgebreid gegeten voor zeventig lira. Dat is net vijfendertig euro. Met z’n drieën.
De economische toestand voor de bewoners van de stad is niet altijd even rooskleurig. We hebben mensen gezien die pakjes zakdoekjes verkopen op straat voor een paar centen. Of nog kleinere dagelijkse kleinnoden. De angst: als Turkije bij de EU komt, en de euro gaan invoeren, dan zit het volk aan de grond. Hopen dat die verkiezingen hebben geholpen.
Over die verkiezingen gesproken: bij het lezen van de kranten van de afgelopen week stuit ik op een opvallend bericht. De verkiezingen in Turkije hebben plaatsgevonden op een zondag in de zomer. Dat is op zich al bijzonder; nóg opmerkelijker is het dat er een landelijke verordening door de regering was afgekondigd dat er die verkiezingsdag nergens in Turkije alcohol mocht worden verkocht of geschonken. Wij hadden in één straatje zo al twee zaakjes die ons de gevraagde blikken Efes leverden. En wij maar denken dat ze geen drank mochten verkopen vanwege religieuze redenen … vooroordelen zijn van alle tijden …

Oh, wat mooi.
Istanbul en Apeldoorn, 16 t/m 24 juli 2007

P.S. Ik heb enkele delen uit dit verhaal bewerkt tot column voor FOK! Je vindt ze hier en hier .

• • •
 

Dag 7: Zondag 22 juli 2007

Filed under: Vakantie 2007 - Istanbul — bazbo @ 19:10

Een rustige zondag op straat. Een smart ticket en hengelaars op de Galatabrug. Een boottocht vol herkenning en een hoop paleizen, forten, yali’s en bruggen. Een lunch in Azië met gebakken makreel en een problema. Een terugreis met veel foto’s en een verkoper van kötyoghurt. Een büfe die Efes verkoopt op zondag en een diner bij een bekend restaurant. Een linzensoep en een hoop aubergines. Een tweede büfe die stiekem blikken bier verhandelt en een hoop vraagtekens.

De boottocht van donderdag was een groot succes, dus hebben we besloten om die gewoon nóg een keer te doen. We lopen naar de tramhalte. Het is opvallend rustig op straat. De meeste winkels zijn gesloten en nog niet de helft van de straatverkopers biedt zich aan.

ZondagontbijtjeDe tram vanaf Aksaray naar Eminönü
Bij halte Eminönö stappen we uit en gaan we naar de terminal waar we donderdag van de boot af kwamen. We zitten meteen goed en een ‘smart ticket’ heen en terug naar het eindpunt kost twaalf en een halve lira.
We hebben nog drie kwartier en wandelen nog even de Galatabrug op. Sportvissers, jong en oud, werpen hun hengel in de Gouden Hoorn. Dan gaan we aan boord. Het schip is wat kleiner en aftandser dan de MS Istanbul van donderdag. We vinden een plekkie op het voordek. Het weer lijkt minder helder dan donderdag, maar zal zich in de loop van de middag herstellen. Iets na twaalf uur vertrekken we.

Ons schip voor de heenreisKlaar voor vertrekTekening van de oude Bosporus aan boord van de veerbootFatih Sultan Mehmetbrug met Europafort
Wat zal ik over de tocht zeggen? Oh, wat mooi. We herkennen steeds meer bekende paleizen, forten, yali’s, bruggen en dergelijke. Maar goed dat we dat ene boek van AarJan bij ons hebben.  De boot slaat Rumeli Kavagi over, de plaats waar we donderdag zijn opgestapt, maar vaart gelijk door naar de Aziatische kant: Anadolu Kavagi. Daar gaan we van boord. We hebben ongeveer anderhalf uur vóór de terugreis, of je moet nog een paar uur langer willen blijven hangen.

KüçüksupaleisAziëfortEuropafortTurkse hangplee aan boordYeniköyYeniköyDe Zwarte Zee in zichtLuuk helemaal achterop het schipEn een nieuw plekje achterop het schip in de schaduw voor de hele familieSanyerDe plaatselijke bevolking van Sanyer heeft het óók warm! Het is vierendertig graden!Het fort van Anadolu Kavagi
In de straatjes voor de aanlegsteiger van de veerboot barst het van de eettentjes, van goedkope kraam aan de weg tot aan poepchique restaurants. We besluiten tot een snel hapje en belanden in een lokantina waar we gebakken makreel met salade eten. We vragen om Efes, maar de ober verschiet van kleur en schudt van nee. Hij heeft het over ‘problema’. Het is zondag en de chauffeur van donderdag had ons al gezegd dat het op zondag verboden is om alcohol te drinken. Ach wat, su (plat water) voldoet ook. En het visje is lekker.

Locantasi Feyza Balik in Anadolu KavagiLocantasi in Anadolu KavagiLocantasi in de haven van Anadolu KavagiUitzicht op de haven met veerbootBrood en salatGegrilde makreel en ’su’
Dan gaan we terug aan boord. Dit keer weer de MS Istanbul. We vinden een goede plek op het beneden voordek in de schaduw. De zee is blauw en het uitzicht? Oh, wat mooi. Je blijft foto’s maken. En die jongen die drankjes en zo verkoopt, wat roept die nou? Hoor ik daar “kötyoghurt”?

Vertrekplaats van de veerboot in Anadolu KavagiWachten op vertrekDe haven van Anadolu KavagiWe varen Anadolu Kavagi uitAnadolu KavagiDe haven van Rumeli KavagiSadberg Hanimmuseum, een yali in BüyükdereDe Bosporus is blauwFatih Sultan MehmetbrugArnavutköyOrtaköyMecidiyemoskee en BosporusbrugBesiktasDolmabahçepaleisDolmabahçemoskee met InönüstadionGalatabrug en GalatatorenDe cabine van de machinist?En weer aan landDe MS IstanbulVerse vis en döner in de havenDe tram terug
Om kwart voor vijf staan we weer op het Eminönüplein en we pakken de tram terug naar het hotel. Bij de minimarket (büfe) kopen we koude Efes. Kopen mag dus kennelijk wel. We houden pauze in de hotelkamer. Later eten we op de hoek van de straat, bij het Laleli Iskender restaurant. Lamskoteletten, döner en kebab met aubergines. En die linzensoep niet te vergeten. En wat of we willen drinken. Efes, natuurlijk. “No alcohol in whole Turkey,” zegt Mahmut. Dan maar weer ‘su’. Het eten is weer voortreffelijk. Toetjes en koffie of thee slaan we af. Mahmut wenst ons een goede reis terug en tot volgend jaar.

Bij Iskender Laleli restaurantLinzensoep en sesambroodTurkse pizzaSalatDöner kebabKebab met aubergines
Als we terugslenteren naar het hotel passeren we nog een büfe en we besluiten nog wat Efes in te slaan. De verkoper pakt ze snel in krantenpapier in. Misschien omdat hij ze toch niet mag verkopen. Als we in de hotelkamer zijn, voelen de blikken koel aan, dus waarschijnlijk was het krantenpapier wel om ze koud te houden. Oh, wat mooi.

Senator Hotel by nightAvondritueel 1Avondritueel 2En slapen maar!

• • •
 

Dag 6: Zaterdag 21 juli 2007

Filed under: Vakantie 2007 - Istanbul — bazbo @ 16:36

Een drukte van belang en een foute verwachting. Een mislukte poging tot afdingen en een teruggevonden winkeltje in de Grote Bazaar. Een fles water en een kurkentrekker. Een schitterende moskee met een gebedsdienst en een giftige bewaker. Een theetuin en een drukke wandeling door de winkelstraatjes. Een zoveelste kralenwinkel en een heerlijke portie börek. Een diner van döner en iskender en een plein dat sprookjesachtig verlicht is. Een bootje waarop men ’s avonds laat versgebakken vis verkoopt en een complete markt in het donker.

Uitzicht vanaf de hotelkamerUitzicht vanaf de hotelkamerUitzicht vanaf de hotelkamerZaterdagontbijtjeOntbijtbuffet

Wat staat er vandaag op het programma? Vanmorgen de Grote Bazaar. De boekjes waarschuwen je dat je al snel verdwaalt in deze wirwar van overdekte straatjes vol winkeltjes. Daar ga ik met mijn fenomenale ruimtelijk inzicht.
Eerst lopen we naar het Beazitplein. Het is er al een drukte van belang. Ik vrees het ergste. Maar het valt mee.
In de Bazaar is het nog niet zo druk en de verkopers zijn veel minder opdringerig dan ik verwacht. Dat was bij die Kruidenbazaar wel anders. Misschien went het ook wel.
De Bazaar is vol met stalletjes en men verkoopt juwelen, tapijten, kleding, snoepgoed, en souvenirs. We kopen wat blauwe ogen – die je beschermen tegen het kwaad – bij een winkeltje. E vraagt nog of ik ga afdingen, maar het is al zo belachelijk goedkoop. Daarna volgt een shawl. En waar was dat ene winkeltje met die natuurstenen kralen nou ook weer? Ik, en de rest met mij, ben mijn oriëntatie volledig kwijt. Toch vindt E het winkeltje snel terug. Ze koopt wat losse kralen en dan verlaten we de Grote Bazaar.

BeazitpleinGrote BazaarOp de Grote BazaarOld Bazaar - het oudste deel van de Grote BazaarKralenwinkel teruggevonden!Één van de uitgangen van de Grote Bazaar
Maar ja, waar zijn we nu? Tussen wat steegjes door zie ik de Aziatische heuvel met de antennes erop en weet ik waar het oosten is.
We willen naar de Süleymaniyemoskee en die ligt ten noordwesten van de Bazaar, dus dan is het makkelijk. We zijn er dan ook zo. Onderweg kopen we water en kurketrekker. Dan kan die fles wijn, die vanaf dag 1 in de koelkast ligt, ook open.
De Süleymaniyemoskee is overweldigend groot. Eerst lopen we over de begraafplaats en bezoeken we de tombes van de sultan die de moskee liet bouwen (Süleyman de Prachtlievende) en zijn favoriete vrouw. Schoenen uit en schouders bedekken. Vervolgens lopen we om de hele moskee door de tuin. Het uitzicht over de stad en de Gouden Hoorn en Bosporus is weer ’s fantastisch. Oh, wat mooi.

Onderweg van de Grote Bazaar naar de Süleymaniye CamiiEven uitblazenBegraafplaats naast de Süleymaniye CamiiBegraafplaats naast de Süleymaniye CamiiTombe van RoxelanaTombe van SüleymanWerkoverleg - eerst bekijken waar we allemaal op moeten letten vóórdat we naar binnen gaan! (Foto: Luuk)Süleymaniye Camii
Via een zijingang komen we op de binnenplaats. E en ik willen naar binnen; Luuk blijft even buiten. Een bewaker roept en gebaart van alles. Iets met geld. Zijn we door de verkeerde ingang gekomen? De schoenen zijn al uit en de schouders bedekt. Hij laat ons naar binnen. Opnieuw een overweldigend grote gebedsruimte. Het is duidelijk waarom deze moskee het aangezicht van de stad bepaalt. Zo’n hoge koepel en ook nog ’s zo hoog op de heuvel gelegen.

Süleymaniye CamiiToegangspoort naar de binnenplaatsBinnenplaatsBinnenplaatsGebedsruimteKoepel van de Süleymaniye CamiiZuilen, bogen en koepels

Er komen van allerlei kanten mensen binnengelopen. Zo te zien is het plaatselijke bevolking. Ineens begint het gezang dat gelovigen oproept tot gebed. Mannen lopen naar voren in de richting van de mihrab, de gebedsnis, en vrouwen blijven achter, achter een scherm. Er zijn ook kinderen meegekomen. De jongetjes doen mee met het gebed, maar zitten ook gewoon te klieren. Ze staan op een balkon, halverwege aan weerszijden van de gebedsruimte. De bewaker staat plotseling voor onze neus. Hij gebaart dat we naar de zijkant moeten gaan. We mogen blijven, maar moeten wel betalen. Oké. Even later komt hij onze schoenen brengen; die stonden buiten. De imam is de dienst begonnen. De gelovigen bidden. De bewaker verschijnt weer en zegt: “Lira lira, expendi!” Ik geef hem tien lira en hij is blij. Dan verdwijnt hij. Vanaf de zijkant kijken we stilletjes toe.

De dienst begintDe gelovigen bidden
Net zo plotseling als de dienst is begonnen, is hij ook weer afgelopen. Mensen verdwijnen weer aan alle kanten.
Ook wij verlaten de moskee. We lopen verder om de moskee heen en vinden de bijbehorende theetuin. Hier zitten jongeren vooral, al dan niet aan een waterpijp. We drinken water, fanta en ayran.

Terug op de binnenplaatsSüleymaniye CamiiEen bijgebouw is nu een caféEen café? Nee, een theehuisUitblazen met sap, water en ayranSüleymaniye CamiiSüleymaniye Camii - hier wassen gelovigen hun voeten
Dan gaan we langs het drukke winkelstraatje Smetiye Cadessi en verlengden daarvan (hier heet een straat na iedere zijstraat weer anders) naar beneden in de richting van de kruidenbazaar. E heeft op de eerste middag hier een paar kralenwinkeltjes gezien, en die wil ze terugvinden. Weer die winkeltjes precies zijn, weet ze niet, dus zit er niets anders op dan diezelfde weg te lopen, anders vind je het nooit meer. We vinden diezelfde weg zowaar, maar het is verschrikkelijk druk met mensen. Het is tenslotte zaterdag en het krioelt van de klanten en verkopers in de wirwar van straatjes. Uiteindelijk vinden we die kralenwinkelrjes ook nog. Helemaal aan het eind, als we alweer bijna op de Yeniçeriter Cadessi zijn. Daar koopt E nog wat kralen.

In de drukke straatjes van de Bazaarwijk op zoek naar die ene kralenwinkelVerkoper van bessensap op straatDrukte van belangBazaarwijk - kralenwinkeltje nog niet gevondenBazaarwijk - waar is dat kralenwinkeltje toch?Bazaarwijk - hier ergens moest dat kralenwinkeltje toch zijn?Bazaarwijk - we komen in de buurt van dat kralenwinkeltje!Bazaarwijk - kralenwinkeltje gevonden!
Via de supermarkt gaan we terug naar het hotel. Het is pas vier uur ’s middags en we rusten wat. Ik haal börek bij de böreçi op de hoek. De jongeman van de bediening herkent mij. Hij is ook de enige die wat Engels spreekt.
Tegen achten pakken we de tram naar Sultanahmet en daar vinden we grillrestaurant Kevlan. Eenvoudig, maar goed eten. Siç kebab, döner en iskender.

Terug op het BeazitpleinBörek!Avondtram naar SultanahmetpleinSalade om te startenIskender kebabDöner kebab
We lopen in het donker en zien de sprookjesachtig verlichte Hagia Sophia en de Sultanahmet Camii. Ook de Galatabrug en omstreken zien er in het donker mooi uit. Opvallend is de drukte op straat. Bij de rederijen is een complete markt aan de gang. Vanaf een bootje wordt versgebakken vis verkocht. We nemen de tram terug naar het hotel.

Hagia SophiaSultanahmet Camii - weinig blauws aan de Blauwe MoskeeGalatabrugVerse vis verkocht vanaf een bootjeEminönü met de Süleymaniye Camii op de achtergrondGalatabrug‘Onze’ straat - niets te zien van brand

• • •
 

Forro In The Dark – Bonfires Of Sao Joao

Filed under: MuziekTIPS - Recommended music — bazbo @ 15:31

Forro In The Dark - debut album

Full review won’t be here soon. Meanwhile: listen to this fantastic party-baztard!

• • •
 

09-08-2007

Dag 5: vrijdag 20 juli 2007

Filed under: Vakantie 2007 - Istanbul — bazbo @ 22:41

Een poort die open gaat en een harem zonder rondleiding. Een hof of vier, bogen, koepels en blauwe mozaïektegels. Een schatkamer met diamanten en een sultansdolk met robijnen. Een wapenverzameling en een stapel Chinees porselein. Een theehuis in een park en een fantastisch uitzicht. Een Efes in de Ierse Pub en een durum met fish ’n chips. Een boodschapje bij de büfe en een brand in een statig pand in de straat.

Wederom nemen we de tram naar het oude centrum. Deze keer stappen we uit bij Sultanahmet. We lopen naar het Topkapipaleis en deze keer kunnen we wél naar binnen. Op de eerste hof zien we de Hagia Eirene en de Rijksmunt. Als je tussen de bomen door wandelt heb je mooi uitzicht over de Zee van Marmara en de zuidelijke monding van de Bosporus.

Vrijdag ontbijtDeze keer is de Rijkspoort open!Topkapi paleis - Eerste hof met uitzicht op de Bosporus
Ik koop toegangskaarten en water. Dan gaan we naar binnen en komen zo op de tweede hof. Hier omheen liggen gebouwen waar van alles te zien is, maar we gaan eerst kijken of we de harem binnen kunnen. In de boeken staat namelijk dat je er alleen binnen kunt met een rondleiding. We moeten wel betalen om erin te gaan, maar verder geen probleem.

Naar de toegangspoort van het Topkapi paleisToegangspoort tot de tweede hof
In de harem zijn driehonderd kamers waarvan we er maar een paar te zien krijgen, maar ze geven een beeld van het privéleven van de sultans in het paleis. Op een relatief kleine oppervlakte moeten op bepaalde momenten meer dan duizend mensen hebben gewoond. Overal bogen, koepels en blauwe mozaïektegels. En het is er opvallend koel.

Harem - Hof van de Zwarte EunuchenHarem - Hof van de valide sultane, de moeder van de sultanHarem - hof van de concubinesHarem - kamer van de valide sultaneHarem - plafonnetje van de kamer van de valide sultaneHarempoepdoosHarem - sultanskamerHarem - sultanskamerHarem - hof en vertrekken van de favorieten van de sultan
Als we de harem uitkomen bevinden we ons in de derde hof. Hier ook weer allerlei zijgebouwen, waaronder de schatkamers met daarin de beroemde diamant en de sultansdolk met robijnen erin. Jammer, maar hier mag je niet fotograferen. Maar oh, wat mooi.

Derde hof - Bibliotheek van Ahmet IIIUitzicht vanaf de schatkamersUitzicht vanaf de schatkamers
Achter de derde hof ligt de vierde hof, met paviljoens en tuinen met uitzicht op de Bosporus.

Achterkant van het Topkapi paleisbazbo & Luuk lachen naar de cameraVierde hof - BagdadpaviljoenVierde hof - in het IftariyepaviljoenVierde hof - in het IftariyepaviljoenVierde hof - in het IftariyepaviljoenDerde hof - fontein bij de ingang van de bibliotheek van Ahmet III 

Terug op de tweede hof bekijken we de wapens en wapenuitrusting, en natuurlijk ook de Divan, alwaar de sultan en zijn kornuiten hun regeringsbijeenkomsten hielden. Ook betreden we de imposante keukens, waar nu de grootste verzameling Chinees porselein zich bevindt.

Tweede hof - de DivanTweede hof - de keukensTweede hof - de keukensTweede hof - de keukensTweede hof - De Poort der Gelukzaligheid
Het paleis is zó groot en er is zó veel te zien, dat we er een groot deel van de dag kunnen zijn.  Het is al ruim halverwege de middag als we het paleis verlaten.

Langs het Archeologisch Museum lopen we het Gülhanepark in, op zoek naar rust en een aquarium dat in de gids stond. Die rust vinden we wel, en een Gitische zuil ook, maar geen aquarium te zien. Dan maar een theehuis in. Met schitterend uitzicht op de Bosporus slurpen we thee en fanta.

Eerste hofGülhane Parkcaj drinken in een theehuis in Gülhane Parken schitterend uitzicht over de Bosporusen nog meer schitterend uitzicht over de Bosporus
Daarna verlaten we het park voor een grote Efes bij ‘The North Shield’. Men herkent ons, vooral die jongeman die een tijdje in Nederland is geweest. “Hoe gaat het met u?” en dan weet hij het niet meer. We blijven er hangen en eten durum en Luuk fish ’n chips.

Uitblazen in Ierse Pub ‘The North Shield’durum met patatasfish ‘n chips
Via een korte weg komen we op de Yeniçeriter Cadessi en dan zijn we snel weer terug bij het hotel. Zelf loop ik nog even langs de büfe in de buurt voor wat Efes en appelsap. Op de weg terug staat ineens de hele straat onder de rook. Een bovenhuis verderop in de straat staat in brand. Hoop mensen op straat, maar geen brandweer te zien. Als de rook wegtrekt, loopt iedereen door. Je maakt wat mee. Oh, wat mooi.

in de straat van het hotel - etage in de fikDagafsluiting

• • •