bazbo – de wereld van Bas Langereis

Bas Langereis leest u voor!

30-06-2007

Summer of 2007

Filed under: Tuin — bazbo @ 23:01

Hier zie je tuinfoto’s van deze zomer. Ik zal er steeds weer nieuwe bijzetten.

Here you’ll see pictures of our garden I shot this summer. I’ll update this post with new pictures whenever I can.

01 De planten in de potten groeien goed - The plants are growing well02 Valeriaan03 De eerste kerstomaten - The first cherry tomatoesJuly 9, 2007 - Ook in de voortuin bloeit het! - In the front garden flowers blossom too!July 9, 2007 - De eerste peper - The first pepperJuly 9, 2007 - Heleboel snackkomkommertjes -  Lots of little cucumbersJuly 9, 2007 - ... en kerstomaatjes! - ... and cherry tomatoes!July 14, 2007 - Mooi! - Beautiful!July 14, 2007 - De complete plant - The full plantJuly 14, 2007July 14, 2007July 14, 2007July 14, 2007July 14, 2007 - tomatoesJuly 14, 2007 - GREEN tomatoes16 26 juli 2007 dit worden rode puntpaprika’s - July 26, 2007 this will eventually become red pointed paprikas17 26 juli 2007 tomaten groeien goed - July 26, 2007 tomatoes doing well18 26 juli 2007 tomaatjes doen het érg goed - July 26, 2007 tomatoes growing very well19 26 juli 2007 pepertjes! - July 26, 2007 little peppers!20 26 juli 2007 onze kleine kas is te klein - July 26, 2007 our little glass house has become too small21 27 juli 2007 Een aubergine! - July 27, 2007 One aubergine!22 27 juli 2007 Onze olijfboom - July 27, 2007 Our olive tree23 een vuurpijl! Aarjan kan trots zijn! - a ‘fire cracker’! Aarjan can be proud!24 30 juli 2007:  Één vuurpijl? Nee! Het zijn er twee! - July 30, 2007: One ‘fire cracker’? No! It’s two of ‘em!25 Twee vuurpijlen? Nee, het zijn er VIER! 12 augustus 2007 - August 12, 2007 - Two? No, it's FOUR!26 heel veel tomaten op 18 augustus 2007 - August 18, 2007: lots of tomatoes27 ook aan de voorkant - also in the front garden of the house28 ze zien er mooi uit! - looking good!29 en die rode paprika’s zijn nog groen, maar er zitten er veel aan! - and the red paprika’s are still green, but there’s lots of them!30 De oogst van zaterdag 24 augustus 2007 - The crop of Saturday, August 24, 200731 De pepertjes worden rood - The little peppers turn red

• • •
 

Peter Gabriel – Westerpark, Amsterdam – June 29, 2007

Filed under: Muziek - Music - LIVE — bazbo @ 20:13

Peter Gabriel - Westerpark, Amsterdam - June 29, 2007

Billy!Jeroen & ChrisCharles Winston doing a warm up - behind a curtain …Full band on stage - Ged Lynch on drumsDavid RhodesTony LevinPGPGPG at the keyboardsDavid Rhodes and rainPGMelanie GabrielPolly, Richard Evans & PGRichard EvansPG conducting the audience in ‘In Your Eyes’It’s in your eyesBilly, Chris & Jeroen applauding for one more encorePGBiko - final encore

Setlist (uit mijn hoofd):

Rhythm Of The Heat
On The Air
Intruder
Blood Of Eden
No Self-Control
Love Town
Family Snapshot
Steam
Mother Of Violence
Big Time
Secret World
Lay Your Hands On Me
Solsbury Hill
Signal To Noise

1st encore:
Sledgehammer
In Your Eyes

2nd encore:
Biko

Peter Gabriel - 29.06.07 Amsterdam-Holland

• • •
 

25-06-2007

Optreden tijdens de Lange Midzomer Cultuurnacht in Roermond – 23 juni 2007

bazbo

Kunstwinkel / galerie ‘Pittstowe’ in RoermondSimone Helle, Duitse jazz-zangeresDe commissie VVV komt beoordelen …Danny Danker draagt haar gedichten voorBilly leest zijn verhalen en columns voorJohn Holsgens draagt zijn poëzie voorJohn Holsgensbazbo

Op zaterdagnacht 23 juni van 23.00 tot 03.30 uur lazen vier schrijvers voor uit eigen werk. Alles vond plaats tijdens de Lange Midzomer Cultuurnacht, in kunstgalerie ‘Pittstowe’ in Roermond. Zie ook: hier . De schrijvers waren:
John Holsgens, Danny Danker, Tim Op Het Broek (beter bekend als Billy of TheGrandWazoo) en bazbo.

Met de Duitse jazz-zangeres Simone Helle in het voorprogramma, lazen de schrijvers hun gedichten, columns en verhalen. Ondanks dat het niet storm liep, waren de reacties van het publiek toch positief.

Zelf las ik twee verhalen en vier columns voor.
Setlijst:

Set 1: ‘Flink genaaid; dubbel de lul’ (podiumversie van het tweede deel van het hoofdstuk ‘Kind of geen kind’ uit het boek ‘Alles kan kapot’)
Set 2: ‘Leeg’ (een verhaal uit 1994, heeft zijn definitieve plaats gevonden in ‘Alles kan kapot’.)
Set 3: ‘Mijn grandioze voetbalcarrière’ (podiumversie van een fragment uit het boek ‘Alles kan kapot’ en een toen nog ongepubliceerde column) en ‘Je gróéit in het onderwijs!’ (column, geplaatst: hier)
Set 4: ‘Influenza’ (podiumversie van het verhaal uit het boek ‘Alles kan kapot’, maar ook gepubliceerd als column, geplaatst: hier) en ‘Telefonische enquête’ (column, geplaatst: hier, is later gepubliceerd in ‘Zelfmoord is een optie’.)

Foto’s van dit evenement zijn nu dan te zien, nadat het fototoestel heeft gelogeerd in Roermond. Bij een taxibedrijf. Met dank aan Billy voor terugbezorgen …

• • •
 

24-06-2007

Regensburg aflevering III – ‘Een ontdekking’

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 01:00

Vorige keer in ‘Regensburg’:
Tijdens de feestelijke heropening van Grand Café ‘Il Griornale Copertura’ blijkt Jaques Bupatih niet alleen zijn teennagel te zijn kwijtgeraakt; ook krijgt hij nieuwe inzichten in de kerkelijke afsplitsing die opereert vanuit het Grand Café. Een stinkende zwerver duikt overal op. Een hoer, genaamd Bertha Perends, geilt mede-eigenaar Falco op en bezorgt hem eveneens jeuk.
En er gebeurde nog veel meer, maar als je d¡t allemaal wilt weten, moet je de vorige twee afleveringen maar lezen.

Hier is Regensburg III!

De vorige avond kriebelde nog na in zijn kop. “Pfft, het zijn niet eens die paar biertjes, die ik gratis heb gekregen,” zuchtte Jaques. “En ook niet die paddestoelen die ik in de zweethut heb genuttigd.” Zijn voet deed pijn en de korst op zijn keel jeukte als een gek. Jaques had gewoon een kutochtend. “Geen van de maitresses had een ontbijt voor me gemaakt. De de kinderen die in de kerkcommune aan het rennen waren maakten me gek.” Kerkcommune, zo heette de sekte officieel. Gisteren had een van de mensen in de commune een zalfje gemaakt die de jeuk een klein beetje verlichtte. Het zalfje brandde nog een beetje en Jaques besloot toch maar naar de dokter te gaan.

“Wat een feest, gisterenavond,” zei hij in zichzelf. “Het Grand Café is op passende wijze heropend. Jammer van die commotie toen het licht uitviel. En jammer van mijn teennagel.” Op zijn weg naar de dokter bedacht Jaques zich dat de tatoeëerder misschien wel raad wist. Herman B. Schipmaker was een rijzige gestalte. Alsof het zo hoorde had de man enorme armen en het uiterlijk van een dokwerker. Zijn lichaam zat vol met de meest afschrikwekkende tatoeages, piercings en andere bizarre vormen van lichaamskunst. Jaques vond het een van de beleefdste en prettigste figuren uit het dorp. Schipmaker had een warme stem en een intelligente kijk op de wereld. Als hij de pijn niet kon verlichten, zou Jaques naar de dokter gaan. Of een pilletje nemen, dat had hij nog niet besloten.

Binnen bij Schipmaker was het een beetje donker. De ruimte waarin getekend werd was schoon; de rest van de shop een enorme bende. Jaques zag de slapende tattooartiest en besloot hem zachtjes wakker te maken. De belletjes aan de deur en een hevige hoestbui maakten aan dit voornemen een eind.
“Hoi Schipmaker, ik heb jeuk.”
“Dan ben je niet de enige,” zei Schipmaker.
“O? Hoezo?”
“Falco schijnt ook jeuk te hebben.”
“Hoezo? Was hij hier dan? Heeft hij ook jeuk aan zijn tattoo?”
“Hij was niet hier, maar welingelichte bron vertelt me dat hij niet alleen jeuk aan zijn tattoo heeft.”
“Oh? Waar dan nog meer?”
“Aan zijn edele deel.”
“Da’s niet zo mooi voor hem, Schipmaker. Hoe komt hij daar aan?”
“Weet ik veel, het verhaal gaat over een troostmeisje.”
“Noemde hij een naam?”
“Nee, dat niet. Wel dat ze een zwart lederen corset droeg en geile rode netkousen.”
“Bertha,” fluisterde Jaques.
“Wat zeg je?” vroeg Herman Schipmaker.
“Oh, ik vroeg me af van wie je dit allemaal weet.”
“Ken je die zwerver?”
“Die met die lange jas en die grote hoed?”
“Ja. Joachim Bauthächler. Zo heet hij.”
“Waar komt hij vandaan?” vroeg Jaques.
“Uit Duitsland, maar dat is alles wat ik weet.” Schipmaker krabde aan een tattoo onder zijn rechteroksel. “Maar nu is hij overal.”
“Inderdaad,” zei Jaques. “Het stinkt overal naar poep.”
“Maar waar kwam je voor?” vroeg Herman.
“Jeuk. Onbedaarlijke jeuk. Aan mijn nieuwe tattoo.”
“Ga liggen. Dan behandel ik hem.”

Jaques ging liggen op de behandeltafel van de naaldkunstenaar. Herman B. Schipmaker boog zich over zijn hals. Jaques deed zijn ogen dicht.
“Als Falco seks had met een hoer, in de achterkamertjes van ons gezamenlijke café, dan zou dat vreselijk zijn!” Jaques dacht aan de verschrikkelijke dingen die dat spiritueel deden met het hele dorp. “Hoeren, waar ik niks van af weet? Dat is niet alleen spiritueel een ramp, maar zo loop ik ook nog eens inkomsten mis.” Falco kennende had hij dit allemaal met Johnny bekonkeld. “Nu lacht waarschijnlijk iedereen achter mijn rug om mijn domheid.” En als Jaques ergens boos van werd, was het wel spiritueel verval en roddels over zijn domheid. Hij was wel de man die de leegloop van zijn vaders kerk was tegengegaan door de nieuwe zon op te laten gaan in het eeuwig regenachtige dorpje.

Ineens klonk geklingel van de de bel boven de winkeldeur. Er kwam iemand binnen.
“Scheepmacher!” hoorde Jaques een stem met zwaar Duits accent roepen. “Kan ik hier maal kakken?”
Herman haalde zijn handen van Jaques’ adamsappel. Dat gaf Jaques de gelegenheid om zijn hoofd te draaien en naar de deuropening te kijken. Daar rende Joachim Bauthächler naar de deur van het toilet.
“Schnell!” kreunde de oude man. “Anders schaf ik het niet!” Hij gooide de deur van de wc open, stroopte zijn broek naar beneden en ging zitten. Hij vergat zijn lange jas omhoog te gooien. “Wat een drekzooi,” mopperde Joachim. “En het is al zo’n zwijnerij. Wie moet dat ja met Professor von d’Öbelstein?”

Meer kon Jaques niet horen. Het gemompel van de oude zwerver werd overstemd door onfrisse geluiden die van ver uit de endeldarm tevoorschijn schalden.
“Kennie weer?” vroeg Schipmaker.
“Graag,” zei Jaques. Hij draaide zijn hoofd weer naar de tattoeëerder. Ver weg hoorde hij het toilet doorgetrokken worden. “Help me alsjeblieft van deze afgrijselijke jeuk af.”
“Ik doe wat ik kan,” zei de enorme naaldwerker.
De bel van de winkeldeur klingelde opnieuw en sloeg toen dicht. Joachim Bauthächler was vertrokken.
Herman Schipmaker legde zijn beide handen om de hals van Jaques Bupatih en kneep ze traag, tergend langzaam, steeds strakker dicht.
 

(einde van deze derde aflevering)

Is Jaques jaloers op Falco? Hoe pakt dit conflict verder uit?
Wat is toch de vuile rol van Joachim Bauthächler in dit alles?
Overleeft Jaques zijn anti-jeukbehandeling?

Lees het volgende keer weer in aflevering vier van ‘Regensburg’!

(tuvokki en bazbo – Deze aflevering is oorspronkelijk geplaatst op FOK! en wel hier.)

• • •
 

17-06-2007

Ik kom er niet uit! – I won’t leave this!

Filed under: Onzin met een verlengsnoer — bazbo @ 23:38

I’ll only leave this place for Zappanale - July 2006

Een foto uit juli 2006 …. het is weer tijd voor die hangmat in de tuin …. (zucht)

A picture from July 2006 … the ‘hangmattan’ is in the garden again! Lovely!

• • •
 

Mijn … – My …

Filed under: Onzin met een verlengsnoer — bazbo @ 23:24

My desktop:

“Zappa for Walk” by Philippe Giroux

“Zappa for Walk” – Gemaakt door Philippe Giroux (Almanzart) uit Matane, Canada.

“Zappa for Walk” – Painted by Philippe Giroux (Almanzart) from Matane, Canada.

My living room shelves:

• • •
 

Regensburg aflevering II – ‘Jeuk’

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 01:00

Vorige keer in Regensburg:
De zwerver Joachim Bauthächler is het Grand Café Gionale Copertura uitgeschopt door Rahmi, de zoon van bedrijfsleider en mede-eigenaar Johnny il Linguetta.
Tijdens de officiële heropening van de zaak overdenkt co-eigenaar Falco de situatie, en wordt opgegeild door ene Bertha Perends…

Plotseling werd het donker in Grand Café Giornale Copertura. Een seconde later klonk er een ijselijke kreet.
“In dit soort situaties ben ik op mijn best,” dacht Jooscht Paul Bak ’n Ei. “De mensen van het vriendelijke Regensburg hebben leiding nodig in crisissituaties.”
Jooscht Paul hoefde niet over een crisissituatie te struikelen om er een te herkennen.
“Mensen, blijf…” Verrek, er zat een kikker dwars in zijn keel. Zijn krakerige kreet verbrak de stilte, en dat was voor bijna iedereen die op de heropening van Copertura was afgekomen het teken om opgewonden door elkaar te gaan kakelen.
“Mensen, nog even uw aandacht alstublieft,” hoorde hij iemand roepen. “Blijf allemaal kalm! Ik zal de stop vervangen.”
Jooscht Paul besefte dat niemand welke stem dan ook hoorde. De tijd van speechen was voorbij; het was tijd voor actie.
Doordat hij zich op de tast naar de deur naast de bar bewoog, kneep hij steeds in mannen- en vrouwenvlees. Het wond hem op een vreemde manier op. De combinatie van het duister, zijn verantwoordelijkheid en de aanraking met al die lijven bezorgde hem een erectie.
Na een minuut had hij de deur gevonden, waarachter hij de meterkast wist. Hij kwam hier tenslotte nogal vaak. Het kabaal binnen was nu oorverdovend. Het leek of er vechtpartijen waren uitgebroken. Sommige vrouwen huilden, vooral aan de kant waar de familie en vrienden van Jaques Bupatih hadden gestaan. Opgelucht deed Jooscht Paul de deur achter zich dicht en sloot zo het kabaal buiten. De meterkast, die was – meende hij – rechtdoor.

Plotseling was het donker. Yvon il Linguetta wist wel wat er gebeurd was. Die ochtend had ze nog een stuiver gebruikt om een doorgebrand koperdraadje in het jaren-zeventig-espresso-apparaat te vervangen. Ze was vergeten die provisorische oplossing aan Rhami of Johnny door te geven. Grote kans dat nu heel Regensburg zonder stroom zat. In de geschrokken stilte klonk opeens een belachelijk gekraak – ze meende de stem van die overijverige gemeentesecretaris te herkenen, Paul Joost of iets in die sfeer. Het klonk een beetje alsof een doorgeroeste vrachtwagen over een lading stervende sprinkhanen heen reed. Nu begon iedereen te gillen en te roepen. Ook Yvon zelf slaakte een kreetje, toen ze vol in haar rechterborst geknepen werd. Op zichzelf een prettige sensatie. Even kreeg ze een visoen van een reusachtige orgie. In het pikkedonker zouden alle aanwezigen haar bepotelen en de knappere mannen in een lange rij staan om haar te… Maar het was tijd voor actie. Ze baande zich een weg door de krijsende cafébezoekers naar de bar, want daar stond het zo onhandig gerepareerde espresso-apparaat.

Het plotselinge duister gaf Bertha Perends een nieuwe kans. Haar opdracht was immers om Falco tussen haar benen te krijgen. Zelf had ze waarschijnlijk gekozen voor diens knappe zoontje. Maar in het beroep van Bertha leer je snel genoeg dat alle mannen ongeveer hetzelfde zijn in die twee minuten dat het er – voor hen – werkelijk om gaat. Ze greep onverwijld naar Falco’s kruis, wurmde haar hand onder zijn broekband, en probeerde zijn geslacht beet te vatten zonder per ongeluk de testikels te pletten. Ze voelde hoe Falco ontspande. Dat zijn café zonder stroom zat, was voor hem opeens kennelijk van minder belang.
“Wat zijn mannen toch zielige stakkers,” dacht ze – niet voor het eerst die dag. “Loop met me mee,” lispelde ze in zijn oor, en met haar vrije hand pakte ze Falco’s hand en legde die op haar linkerborst, die door het leren corset behoorlijk was opgestuwd. Zo leidde ze hem naar de deur naast de bar, waarachter een trap naar boven was. Ze zag niet uit naar haar taak, vooral omdat ze een ondraaglijke jeuk aan haar flamoes had. Zo’n jeuk die je alleen maar met een kapot bierglas lijkt te kunnen stillen. Maar ze werd er goed voor betaald en het scheen belangrijk te zijn voor de chef. Wie zegt dat werk altijd leuk moet zijn?

Plotseling was het pikdonker. Een seconde later voelde Jaques Bupatih, de grote Jaques Bupatih, leider van de Kerk van het Heilige Licht waar zowat iedereen in Regensburg toe behoorde – en dat wil wat zeggen in deze materialistische en egocentrische tijden – een seconde later voelde Jaques een knetterende pijn in zijn linkervoet. Hij zag een flits voor zich van de beul die de voeten van Jezus met een lange spijker aan het kruis nagelt, viel bijna flauw en slaakte toen een oerschreeuw die hij op tal van sessies in zijn zweethut met volgelingen had ingeoefend: de schreeuw van de vrouw in barensnood, de schreeuw van het hoofd dat van het hakblok afrolt, de schreeuw van de verzaakte vrouw, van het onverdoofd geslachte varken, van de vader die zijn zoontje onder een auto ziet dribbelen, de schreeuw van Onze Heer die het lijden van de mensheid op zich neemt: de oerschreeuw, kortom. Het was even donker als in de zweethut, en Jaques had het ook eventjes precies even warm, door de pijnscheut die van zijn teen via zijn buik doorschoot naar zijn hoofd; hij schreeuwde en schreeuwde en schreeuwde en schreeuwde zoals hij nog nooit geschreeuwd had.

De Senheiser van Willy van de Berg stond gelukkig aan toen het plotseling donker werd, en er een ijselijke gil door het café klonk. Dat zou leuke radio opleveren! Hij was op weg geweest naar Jooscht Paul Bak ’n Ei, maar die man had de vreselijke gewoonte om in zinnen te praten waar je als luisteraar zo in verdwaalde, dat je gedachten onherroepelijk afdreven naar vrolijker onderwerpen. De gil klonk alsof er iemand gevierendeeld werd. Daarna bleef het een paar seconden doodstil. Een stilte die door het onhandige gekakel van Bak ’n Ei verbroken werd. Onmiddellijk daarna brak er een behoorlijk gekrakeel los. Met zijn mond dicht op de microfoon sprak Willy zijn commentaar in: “De paniek is onbeschrijflijk hier… wat een een feestelijke heropening had moeten worden, draait uit op een drama. Tout Regensburg op zijn paasbest is hier verschenen, maar totaal ontredderd vraagt men zich af: is er een moord gepleegd? Zo ja, wie is de dader? En wie het slachtoffer? Ik ga nu op zoek naar de heer Bak ’n Ei, die als gemeentesecretaris nu het voortouw zal moeten nemen om rust en orde te herstellen. Lastig is alleen dat het pikdonker is. Beste luisteraars, soms droom ik van een tv-station voor Regensburg, maar vandaag zouden we daar bijzonder weinig aan hebben. Ik ben zo bij u terug, als ik de heer Bak ’n Ei heb weten te lokaliseren.”

Bertha was een vakvrouw, en het duurde niet lang of ze had Falco tussen haar benen. Gek genoeg gaf de wip haar enige verlichting van de jeuk. Op een aparte manier kon ze er dus zelf ook nog een beetje van genieten. Zeldzaam. Maar een verontrustende gedachte knaagde in haar achterhoofd: “Zou de camera in het donker wel het gewenste resultaat opleveren? En zo nee, zou het vorstelijke honorarium dat haar in het vooruitzicht was gesteld, wel haar kant opkomen? En zo nee, hoe zou ze dan die witgouden armband van Gucci kunnen betalen, die ze in de juwelierszaak had zien glimmen?”
Maar toen gebeurden er twee dingen tegelijk. Die armband was voor haar, want even hortend en stotend als het licht was uitgegaan ging het nu weer aan, juist toen Falco met een klaaglijke zucht ejaculeerde. En knipperend met zijn ogen stond daar – en dat was minder goed nieuws, want behalve de klanten hoefde niemand te weten welke nering boven Copertura gedreven werd – een onthutste Jooscht Paul Bak ’n Ei.

“Mijnheer Bak ’n Ei, dit is Willy van de Berg, van Radio Regensburg. Wat is uw commentaar op de situatie?”
“Wel, de situatie is op dit moment van dien aard dat ik zeg, het is nu de hoogste tijd om een en ander helder in kaart te brengen. We zullen daartoe natuurlijk rustig de tijd moeten nemen om een en ander in de juiste verhoudingen te kunnen blijven zien, juist nu en vooral ook thans, nu de emotionele eerste reactie misschien de overhand dreigt te nemen.”
“Vuile kutteringhoer! Had je de deur niet achter je kont dicht kunnen trekken!” Falco probeerde haastig zijn onderbroek over zijn nog steeds gezwollen lid te friemelen.
Bertha Perends keek voor de zekerheid nog even naar de camera, maar het zag er naar uit dat die ook het commentaar van Falco feilloos registreerde.

Beneden had Rahmi de hoofdschakelaar weer teruggezet. Kennelijk waren de twee Turkse klusjesmannen Agito N. en Agito P. erin geslaagd om Jaques Bupatih een beetje pijn te doen; wat hem betreft kon het feestje gewoon weer doorgaan. Maar eerst was het zaak de rust weer te herstellen.
Rustig liep hij naar de bar, pakte een anderhalve meter bierglazen en begon te tappen.
“Pssssssst”
Het werd meteen stil. Dat was nu eenmaal het effect dat Rahmi op massa’s had: waren de massa’s kalm, dan werden ze hysterisch, maar waren ze hysterisch, dan werden ze meestal kalm.
“Een gratis biertje, om van de schrik te bekomen?” zei hij zachtjes, met dat korenblonde timbre van hem dat vrouwen gek maakte en mannen zich deed schamen voor hun eigen onvolkomen stemgeluid.
Als lemmingen stelde men zich voor de bar op. Een voor een nam men het biertje aan. De angstvallige scheiding tussen kerkelieden en werknemers van de Befmij, was door het aanbod van een biertje opeens opgeheven.
Yvon kwam helpen tappen. Hier en daar begon een gesprekje. Het leek waarachtig wel een gewone heropening. Er kwam een man binnen met een lange jas, die vaag naar hondepoep rook; maar ook hij kreeg zijn gratis biertje.

Het opnameapparaat van Willy van de Berg nam allang niets meer op, maar Jooscht Paul Bak ’n Ei delibereerde voort: “In de ontstane afweging tussen privacy van prominente burgers, ja zelfs economische draagsteunen van Regensburg enerzijds, en het belang van een hernieuwde oriëntatie op normen en waarden en haast vergeten begrippen als fatsoen (moet je doen) en deugd (geeft vreugd) anderzijds, is het nodig nieuwe bakens te vinden en te hervinden, te ijken en te herijken… En ik zeg dit eens temeer, nu we zien hoe…”
“Godverdomme, wat heb ik een jeuk aan mijn leuter.”
Ook die woedende verzuchting van Falco Mela Aspera bleef de trouwe luisteraars van Radio Regensburg bespaard.

Jaques Bupatih was op een donkergrijze kliko geklommen, en had zijn bloederige sandaal uitgetrokken; hij keek mismoedig naar zijn voet. Zijn kleine teen was verbrijzeld. De nagel van de teen ernaast was eraf. Hij voelde zich een met Jezus in Zijn laatste uren, maar di­e had tenminste nog geweten wie zijn beulen waren; hij tastte daaromtrent geheel en al in het duister. Een ding stond vast: Jaques zou erachter komen wie hem dit kunstje had geflikt. En waarom. Als geestelijk leider van Regensburg zou hij daar snel genoeg achter komen. En daarbij: die kersverse tatoo op zijn adamsappel jeukte ook nog eens als de ziekte.

Wie deed het licht uit?
Wie heeft de video gemaakt, zit Rahmi hier achter?
Wat staat er allemaal op de band van Willy?
Wat doet die man met de lange jas in het Grand Café?
Begint het bij u ook zo te kriebelen? En waar?

U leest het in de volgende aflevering van ‘Regensburg!’

(Deze aflevering is grotendeels geschreven door Tijl, met edits van tuvokki en bazbo)

Deze aflevering werd oorspronkelijk geplaatst op FOK! en wel hier.

• • •
 

11-06-2007

Frank Zappa – ‘Buffalo’

Filed under: MuziekTIPS - Recommended music — bazbo @ 14:44

Buffalo No full review soon. Just listen to it.

• • •
 

10-06-2007

Regensburg aflevering I – ‘De Opening’

Filed under: Publicaties voor FOK! - overig — bazbo @ 01:00

Allemensen, wat moest Joachim Bauthächler ineens kakken, zeg. Het kwam altijd ongelegen. Zeker nu. Het regende pijpenstelen. Het water spatte vanuit de plassen terug omhoog en maakte Joachims broekspijpen en lange jas nat. Gelukkig bleef zijn hoofd droog. Zo’n enorme zwarte hoed was handig in dit weer. Waar zou hij zijn gevoeg kunnen doen? Joachim keek eens rond. Hee, wat was dat? Even verderop was het café. Het zag er nieuwer uit dan hij zich herinnerde. Joachim had nooit geweten dat het café vernieuwd was.
“In een café geeft het een toilet,” dacht hij. “Tijd voor een pilsener. Ik heb geen geld, maar dat zien we dan later wel weer.” Hij spoedde zich naar de drinkgelegenheid. Zijn lange jas knoopte hij onderweg alvast open.Toen hij de deur van de kroeg opendrukte, drukte er iets anders van binnenuit tegen zijn sluitspier. Zou hij het halen? Snel keek hij om zich heen. Daar! Er stond weliswaar ‘Dames’ op de deur, maar dat maakte Joachim niet zoveel meer uit. Hij had lang haar, dus dat paste wel. Die witte baard dachten ze maar even weg, als ze daar een probleem mee hadden. Op het moment dat hij op de koude bril plaatsnam, verlieten de afvalstoffen zijn lichaam. Hij hoefde niet eens te persen. Vervuld van een orgasme-evenarende sensatie, dacht hij: “Poepen is fijn.”

Johnny had de zwerver zien binnenkomen. Hij had een hekel aan dat vieze tuig en kon ze al helemaal niet hebben als alles goed moest gaan. Vandaag was de dag van de opening. Her-opening eigenlijk, want het café bestond al veel langer. Hij had het gekocht van een Italiaanse zakenpartner van hem. Het café was niet helemaal van hem. Hij had nog twee stille vennoten. Maar hij was de baas. Omdat hij zijn Italiaanse identiteit wilde uitdrukken in zijn zaak, had hij gekozen voor de naam: Grand Café ‘La Giornale Copertura’. En zwervers wilde hij niet in zijn zaak. Hij zag de haveloze man de toiletten binnengaan en belde zijn zoon.
“Ga naar de damespispotten en flikker die klotezwerver uit mijn zaak voor ik hem achter in het steegje kapot schiet. Maak hem duidelijk dat hij ook niet meer terug hoeft te komen.”

Joachim kreunde bijna van genot. Ineens ging de deur open. Een imposante man stond in de opening.
“Wat moet jij hier, gore zwerver?” schreeuwde de man. Hij greep Joachim bij de jas en sleurde hem van de pot af. “Ben jij nou helemaal van de pot gerukt? Geen bier bestellen, maar wel een beetje ons damestoilet bevuilen? Eruit!”
De natte straatstenen voelden koud aan Joachims oude billen. Hij had geen tijd gehad die te reinigen. Toen hij opstond, gebruikte hij de binnenkant van zijn jas daarvoor. Even later had hij zijn broek weer opgehesen en wilde hij zijn weg vervolgen. Maar daar stond de man die hem net nog had buitengegooid ineens weer voor hem.

“Het moet toch ook niet gekker worden,” mompelde Johnny hoofdschuddend. Hij had staan kijken hoe zijn zoon de zwerver de tent uit gooide. Tevreden keek hij de kroeg in. Even daarvoor had hij Jaques Bupatih naar buiten zien gaan; de rest stond allemaal binnen. Precies zoals hij ’t had gewenst. Alleen die stank van de damestoiletten was hinderlijk. Hij gaf Jaques geen ongelijk dat-ie even buiten stond.

Jaques Bupatih stond buiten een sigaret te roken. Hij bewonderde de nacht en de maan en was in het reine met zijn gelukkige staat van de laatste tijd. De opening van het café was een mooie avond aan het worden. Het was goed om weer eens met de familie bij elkaar te zijn. Hij hoorde stemmen in het steegje naast het café.
“Stinkende goorlap. Als ik je nog eens zie, dan timmer ik je in elkaar!” Een jonge man, knap met zwart haar en een goddelijk lichaam, schreeuwde de zwerver toe. Jaques ging wat dichterbij staan en verborg zich.
Hij hoorde de deur dicht gaan en keek naar het tafereel. De knappe man stak zijn hand uit naar de zwerver en hielp hem overeind.
“Dat was overtuigend genoeg. Hoe ziet de plee er uit?” Hij sprak op normale, zelfs amicale toon.
“Hehe, die plee rieken ze binnen nog, ja.” De zwerver praatte met een zwaar Duits accent.
Jaques bedacht zich dat de jongen met het zwarte haar Johnny il Linguetta’s zoon Rahmi moest zijn. Rahmi gaf de zwerver een paar biljetten en zei met een knipoog: “Oh, en ik moest je ook duidelijk maken dat je nooit meer terug mag komen, capiche?”
De naar poep stinkende zwerver liep vlak langs Jaques heen, zonder hem ook maar op te merken. Joachim Bauthächler strompelde over de natte keien verder het steegje in, zijn hoed diep over zijn ogen getrokken. De regen kletste er bovenop. Jaques probeerde hem te volgen, maar de neerslag benam hem het zicht. Toen keek hij de andere kant op.
Jaques zag de jonge Il Lingueta naar binnen gaan. Hij stond op en liep terug naar de voorkant van het café. “Een vreemd tafereel,” dacht hij. Dit kon nog wel eens een heel interessant avondje worden.

Binnen was het niet heel druk, gezellig druk. Falco Mela Aspera stond met een glas champagne in zijn hand toe te kijken. Hij rook een vage, rare geur, maar verder was alles goed.
“Hai,” hoorde hij ineens een zwoelgeile stem naast zich. Falco keek opzij. Het was Bertha Perends. Ze droeg een zwart leren corset en rode netkousen. “Het Grand Café is mooi geworden van binnen,” hijgde ze in zijn oor. Haar zwarte lange haar had ze opgestoken.
“Ja, hè?” Hij sloeg een arm om haar heen. “De investeringen die we hebben gedaan hebben hun vruchten afgeworpen. De oude kroeg is zowaar een chique tent geworden.” Hij keek Bertha eens in haar gezicht. Ze stond hem toe te lachen. Haar pupillen waren groot. “Die is of geil of dronken,” dacht hij. Er zat lippenstift naast haar bovenlip.
“En Johnny?” vroeg ze.
“Dat is een krachtpatser,” antwoordde Falco. Hij haalde zijn neus op. “Die kan zijn temperament beter gebruiken dan voor al dat geweld.”
“Waarom ben je zo voorzichtig met hem?” vroeg de jonge deerne naast hem. Ze frunnikte ongemakkelijk aan haar sexy outfit, alsof ze jeuk tussen haar benen had.
“Ach weet je,” fluisterde Falco in haar oor. Hij liet zijn tong door de schelp heen lepelen. “Ik kan hem goed gebruiken. Sommige mensen laten zich flink intimideren door Johnny.”
Falco haalde zijn tong uit het oor van Bertha en keek zijn zaak nog eens rond. De rechterkant van het café was voor de mensen betrokken bij zijn bedrijf, de BefMij. De linkerkant werd bevolkt door de leden van de sekte. Of eigenlijk: de familie Bupatih. Als hij het aan zijn vader vroeg, kwamen er vele warme verhalen over die familie, maar nu leek de scheidslijn nogal hard, en liep midden door het etablissement heen. Er was weinig contact. Vroeger had hij nog gespeeld met Jaques, voordat die een verlichte hippie was geworden. Maar zijn eerste zoen had Falco toch maar mooi van Jaques’ zus gekregen, Chantall.
“Wie zijn dat daar eigenlijk?” vroeg Bertha zachtjes. Ze wees naar de demarcatielijn, die het café in twee ongeveer gelijke delen spleet. Er stond daar, een beetje verdwaald in de ruimte leek het, een stel.
“O, dat is Jooscht Paul Bak ’n Ei,” zei Falco, terwijl hij zijn hand op Bertha’s volle achterwerk liet neerkomen. “En die dame met wie hij staat te praten is Romana van de Stang. Jooscht is het sloofje van de burgemeester en regelt hier in Regensburg een hoop zaken als afgevaardigde.”
“En wie is die Romana dan?” Bertha stond nu ongegeneerd in haar kruis te krabben. Falco merkte het niet op.
“Waarschijnlijk is ze aan het lobbyen voor haar vrijwilligerswerk. Ze is voorzitter van ‘De Jonge Meiden Organisatie’. Die komt regelmatig langs om fondsen of andere steun te werven voor hun activiteiten.”
“Activiteiten? Wat voor activiteiten?”
“Weet ik veel,” antwoordde Falco. “Ik vind het hele spul maar raar, inclusief die Jooscht. Waarom zou je je inspannen voor iets waar je niks voor krijgt?”
“Inderdaad,” zei Bertha. “Jij hebt tenminste nog eer van je werk. De mensen kijken op tegen je succes. Jij bent een van de grootste werkgevers in het gebied en hebt in vele zaken een dikke vinger in de pap.”
Ineens voelde Falco de hand van Bertha op zijn gulp. “Zo, over dikke vingers gesproken,” giechelde ze. Ze liet haar hand waar hij was, en probeerde Falco in de ogen te kijken. “Je bent bijna net zo knap als je zoon,” fluisterde ze in zijn oor.
“Mijn zoon,” dacht Falco bijna hardop. “Die kun je wel om een boodschap sturen. In tegenstelling tot die Rahmi, die alles laat sloffen. Als Francesco zegt dat hij de zaken onder controle heeft, dan is dat ook zo. Behalve natuurlijk als die jongen weer eens op skivakantie is. Met zijn gebruinde kop en altletische lichaam steekt hij positief af bij de rest van het dorp. Alleen Rahmi is misschien knapper, maar die kan niks. En toch kunnen de twee het goed met elkaar vinden.”
“Wat sta je daar nou te staren?” vroeg Bertha. “Kom, we gaan naar boven.”

Maar zo ver kwam het stelletje niet. Het drukke café was even stil toen het licht zwakker werd. Er werd hier en daar een grap gemaakt en er werd gelachen toen het gezellige licht een aantal keer dimde en weer aan ging. Maar toen was het toch echt pik- en pikdonker in het hele Grand Café. Even was het doodstil. Toen klonk er een ijselijke kreet die door merg en been sneed.

(Einde van deze eerste episode, volgende week zondag gaat de soap verder)
Wie is Joachim Bauthächler? En wat heeft hij met de families Bupatih en Il Linguetta te maken?
Welk vreemd spel spelen Jooscht Paul Bak ’n Ei en Romana van de Stang?
Die Rahmi, is die wel zuiver op de graat?
Mag Falco met Bertha naar boven?
Wie verzint al deze shit?

Lees het volgende keer weer in een nieuwe aflevering van: Regensburg!

(Deze aflevering was ooit geplaatst op FOK! en wel hier.)

(tuvokki en bazbo – met dank aan tijl voor zijn edits)

• • •
 

09-06-2007

We gaan! – We’ll be there!

Filed under: Muziek - Music - LIVE — bazbo @ 17:14

T I C K E T S !!!

Zappa Plays Zappa komt naar Nederland! Dweezil, de zoon van, tourt opnieuw met het circus door Europa. En wij gaan erbij zijn! Natuurlijk krijgen jullie een volledig verslag van de concerten!

Zappa Plays Zappa will come to Olanda! Dweezil, the son of, will be touring Europe with his circus. And we’ll be there! Of course you’ll get a full review!

• • •
 
Volgende pagina »